Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het referendum is een wonderbaarlijke producent van paradoxen

Opinie

Ger Groot

Ger Groot © Trouw
column

Wie dacht in Nederland eindelijk verlost te zijn van het onding van het ‘raadgevend referendum’, komt misschien toch nog bedrogen uit. Op de valreep is er een initiatief opgedoken om de omstreden donorwet te onderwerpen aan een volksoordeel – net voordat dat laatste weer uit het Nederlandse staatsbestel wordt afgevoerd.

Daar schuilt om meer dan één reden veel ironie in. D66 koesterde lange tijd de illusie dat een referendum een eind zou maken aan de kloof tussen de politiek en de burger, volgens haar een slechte zaak. Maar precies daardoor ziet de partij nu onverwacht een wetsvoorstel in gevaar komen dat zij niet minder innig koestert. Eigen schuld, zou je geneigd zijn te zeggen: dan had die partij de principes van de vertegenwoordigende democratie maar ernstiger moeten nemen. Maar de donorwet is te belangrijk voor al te veel sarcasme.

Lees verder na de advertentie

Bovendien lijkt het ook bij dit eventuele referendum weer over twee zaken tegelijk te zullen gaan: de wet in kwestie én de wet over de afschaffing van het plebisciet zelf. Bij een hoge opkomst wordt het bij nader inzien misschien wel níet het allerlaatste referendum, zo lijken de verdedigers daarvan te denken. Om dezelfde reden zullen de tegenstanders zich juist van stemming te onthouden. Het lijkt tenslotte nogal tegenstrijdig een dergelijk middel af te wijzen maar daaraan bij voorkomende gelegenheden wel deel te nemen.

Kennelijk is het referendum een won­der­baar­lij­ke producent van paradoxen

Die principiële houding heeft het land bij voorgaande gelegenheden flink in moeilijkheden gebracht. Het Oekraïne-referendum was wellicht anders uitgevallen wanneer de referendum-haters die hoopten dat door hun onthouding de kiesdrempel niet gehaald zou worden, iets meer pragmatiek hadden betoond. Het had Nederland een hoop gedoe in het buitenland gescheeld – èn de gebelgdheid van de tóch al gebelgden die er bij voorbaat van uitgingen dat de regering het volksadvies wel naast zich neer zou leggen.

Het gevolg was een nóg diepere kloof tussen kiezer en politiek. Kennelijk is het referendum een wonderbaarlijke producent van paradoxen. De meest principiële partij van Nederland, de SGP, lijkt daar nu het hare aan te willen toevoegen. ‘SGP is tegen referendum, maar soms even niet’,  kopte deze krant  enkele dagen geleden. ‘De partij gaat zoiets niet actief stimuleren, maar als het er toch van komt, gaat de SGP haar leden adviseren tegen de donorwet te stemmen,’ aldus het nieuwsbericht.

Wanneer een partij die wel ‘het staatsrechtelijk geweten van de natie’ is genoemd zo’n slangenbocht weet te nemen, moeten alle Prinzipienreiter goed opletten. Want is het wel zo’n contradictie dat wie tegen het referendum is daaraan niettemin deelneemt? Is een gang naar het stemlokaal een impliciete stem vóór een middel dat men eigenlijk verwerpt?

Nog afgezien van de praktische onwenselijkheden die zoveel beginselvastheid met zich meesleept, lijkt er ook in die standvastigheid zelf iets te wringen. Je kunt immers wel tegen de referendumwet zijn, maar zolang het nog duurt is hij wèl een wet van het Koninkrijk der Nederlanden. Daaraan zijn alle burgers gehouden, of ze het daarmee nu eens zijn of niet. Uiteraard hebben zij sinds een kleine halve eeuw het recht zich aan stemming te onttrekken. Maar als een teken van verwerping van het referendum op zich is dat even onbetekenend als abstinentie bij de Tweede-Kamerverkiezing een afwijzing van het hele parlementaire stelsel zou inhouden. Wie de wet of grondwet veranderen wil, moet andere wegen bewandelen.

Dat principes één ding zijn en de wet een ander, heeft de SGP al heel lang begrepen

Dat principes één ding zijn en de wet een ander, heeft de SGP al heel lang begrepen. Zij is, als ik haar goed heb verstaan, ten gronde gekant tegen de gedachte van de volkssoevereiniteit die stilzwijgend ten grondslag ligt aan de Nederlandse staatsorde. Maar zij heeft zich niettemin altijd voorbeeldig ingevoegd in diezelfde staatsorde, zoals zij zich ook heeft neergelegd bij de verplichting tot het toelaten van vrouwen, haar door de strot geduwd door organisaties die haar fundamentalisme kennelijk met enige afgunst bezagen. De partij betoonde daarmee een glashelder en bewonderenswaardig inzicht in de verhouding tussen wettelijke orde en geweten.

Dat zouden de tegenstanders van het referendum, waartoe ik mij volmondig reken, zich moeten aantrekken. Een dergelijk bezwaar is niet strijdig met een gang naar de stembus, mocht het daarvan komen. En voor zover zij tegelijk – opnieuw net als ik - een voorstander mochten zijn van de donorwet, zou het dubbel wrang zijn wanneer een misverstand over een verfoeide wet zou leiden tot de intrekking van een gewenste. Zoveel ironie heeft de Nederlandse staatsorde nu ook weer niet verdiend.

Lees hier meer columns van Ger Groot

Deel dit artikel

Kennelijk is het referendum een won­der­baar­lij­ke producent van paradoxen

Dat principes één ding zijn en de wet een ander, heeft de SGP al heel lang begrepen