Beeld Trouw

ColumnHans Goslinga

Het referendum is een breekijzer in handen van populisten

Nadat hij in 1994 in een vrije verkiezing met een meerderheid van tachtig procent tot president van Wit-Rusland was gekozen, wapperde Alexander Loekasjenko de suggestie om zijn macht te beperken weg. “Van een dictatuur zal geen sprake zijn. Ik ben van het volk en ik zal er zijn voor het volk.”

De Amerikaanse journalist Fareed Zakaria haalde dit voorbeeld in 1997 aan in een stuk over de opkomst van illiberale democratieën. Loekasjenko had op dat moment al, op basis van twee gewonnen referenda, de wetgevende macht gekneveld en zijn ambtstermijn met twee jaar verlengd. Intussen kan hij zich alleen nog door middel van verkiezingsfraude en buitensporig geweld staande houden.

De naargeestige ontwikkelingen in Wit-Rusland bewijzen de waarheid van een oude les, die bij Zakaria diep was ingedaald: macht moet altijd worden ingetoomd, om het even of die macht berust in de handen van een koning of staatshoofd, of in de handen van de helft van het volk plus één. In een vrije democratie staat niet de macht centraal, maar de bescherming van de rechten en vrijheden van alle burgers. Deze notie vormt het krachtigste argument tegen de invoering van een referendum in een liberale democratie, in welke vorm dan ook.

Referendum kan breekijzer worden in handen van populisten

Tot nu toe is het niet gelukt dit instrument in ons bestel een bestendige plaats te geven. Het raadplegend referendum werd beproefd (over de Europese grondwet) en weer afgevoerd. Hetzelfde gebeurde met het raadgevend referendum. De nieuwe poging van het SP-Kamerlid Van Raak een referendum in te voeren dat burgers in principe het laatste, bindende, woord geeft over wetgeving, lijkt hetzelfde lot beschoren als de eerste poging in de Nacht van Wiegel in 1999.

De Tweede Kamer debatteerde deze week over dat voorstel, onder veel verzuchtingen dat dit de zoveelste keer was nadat een staatscommissie onder leiding van oud-premier Biesheuvel het referendum in 1985 op de Haagse agenda zette. Je zou de conclusie kunnen trekken dat het een keer welletjes is, maar Van Raaks partijgenoot Futselaar zag een gunstige kanteling in de discussie, die in zijn ogen naar een ‘historisch moment’ zal leiden.

Die kanteling is er zeker, maar precies de andere kant op. De hoofdstroom in de Nederlandse politiek voelt, bewust of intuïtief, aan dat het referendum een breekijzer kan worden om onze vrije democratie in illiberale richting te trekken. De discussie over vormen van directe democratie is daarom niet langer vrijblijvend of zelfs wat academisch, maar raakt aan de existentie van ons bestel waarin de macht wordt beperkt door het recht en tegenmacht. Wit-Rusland is een voorbeeld van totale ontsporing na vrije, democratische verkiezingen, maar er zijn dichter bij huis (Polen, Hongarije) voorbeelden van kiezersmacht die wordt omgezet in staatsdwingelandij.

In onze democratische wereld is in feite het kruispunt in zicht gekomen waar de democratie, als je niet oppast, een verkeerde afslag neemt en een regelrechte bedreiging wordt van de rechtsstaat. Dit gevaar werd al onderkend in de tijd van Cicero. Dat het nu toch als nieuw kan worden ervaren, komt doordat in de naoorlogse wereld democratie en individuele vrijheid zo nauw met elkaar zijn verweven dat het vanzelfsprekend lijkt. Als je zowel naar het oosten als het westen kijkt, zie je dat democratie en rechtsstaat uit elkaar worden gewrikt.

Machtsdenken in optima forma

De kernvraag in het referendumdebat is dus niet meer of dit instrument een al dan niet passende en nodige aanvulling is op onze vertegenwoordigende democratie. Veel belangrijker zijn in de context van deze tijd de aard en de betekenis. De aard van het beestje is dat het de kiezers dwingt tot ja of nee, waardoor het bijdraagt aan polarisatie, die een tweedeling in de hand werkt en over de verscheidenheid van opvattingen heen walst. In Amerika zie je de ontwrichtend werking van zulke tribale politiek op de samenleving en op het verfijnde bestel van checks and balances.

De politieke betekenis is dat het referendum een breekijzer is in handen van populisten, die hun verlangen naar een illiberale democratie niet onder stoelen of banken steken en vervuld zijn van rancune en revanchisme jegens de ‘elites’, die in de woorden van het PVV-Kamerlid Bosma ‘zo links als de hel’ zijn. Hij was glashelder over zijn denkwereld: ‘De democratie is dat het volk voor Trump kiest, of voor brexit, of voor Orbán en ja, zelfs voor Geert Wilders’. Machtsdenken in optima forma: de meerderheid wordt in een oogwenk verbreed tot ‘het volk’.

De klaarlichte waarheid is dat referenda niet de wil van het volk uitdrukken, maar de verdeeldheid van het volk en dan nog op een lompe wijze zonder de schakeringen die een samenleving eigen zijn. De ‘radicalisering van de democratie’ die Bosma voorstaat, betekent dan ook het einde van de democratie die draait om vrijheid.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden