null

OpinieMannelijkheid

Het probleem van de man is aangeboren én aangeleerd

Beeld

Bepalen alleen sociale factoren mannelijk geweld? Nee, de mannelijke constitutie biedt een voedingsbodem voor crimineel gedrag, aldus humanistisch filosoof Kees Hellingman. Sociale factoren bepalen dan wat er op die voedingsbodem gaat groeien.

Mannelijkheid. In Tijdgeest van zaterdag 27 maart gaat de socioloog Jan Willem Duyvendak in op het probleem dat aangeduid wordt met dit woord. En dat is inderdaad een groot probleem. Gevraagd naar de oorzaak van mannelijk geweld (is het biologische aanleg?) zegt Duyvendak: “Ik denk dat sociale factoren zwaarder wegen, niet omdat ik socioloog ben, maar omdat gedrag historisch zo variabel is.” Maar interviewer Stevo Akkerman vraagt door: “Biologie kan ook hormoonhuishouding omvatten, of genen en hersenstructuur. Zijn mannen niet gewoon andere wezens dan vrouwen?” Het antwoord van Duyvendak: “Dan ga ik toch de andere kant op hangen. Iedere keer dat er grote claims waren over de verschillen tussen mannen en vrouwen, bleken die tien jaar later niet valide te zijn.” Maar Duyvendak komt helaas niet met voorbeelden hiervan.

Het gaat hier om de nature-nurture-discussie. Zijn er wezenlijke verschillen tussen mannen en vrouwen? En zo ja, hoe verklaren we die?

Duyvendak zet in op ‘nurture’; hij praat verder over de maatschappelijke omstandigheden als oorzaken voor het genoemde probleem. Hij vindt daarbij Cordelia Fine, psycholoog, hoogleraar wetenschapsfilosofie, aan zijn zijde. In 2017 verscheen haar boek Testosteron Rex. Het einde van de gendermythe in vertaling. Zij gaat ervan uit dat genderongelijkheid een sociaal-maatschappelijke oorsprong heeft, met name door de opvoeding. De socioloog Duyvendak en de psycholoog Fine kunnen hun gelijk goed beargumenteren, zolang ze binnen hun vakgebied blijven. Maar het wezenlijke probleem van de mannelijkheid blijft dan onaangeroerd. Dat ligt op het terrein van de criminaliteit.

Een wereldwijde pandemie waarbij mannen het virus vormen

Ik begin met het fenomeen verkrachting. In het boek van Fine komt het niet ter sprake. Toch gaat het niet om een klein probleem. In een recente talkshow van Beau, 25 maart, waarbij enkele vrouwen over hun ervaringen met mannen vertelden, kwam het percentage vrouwen dat verkrachting ondergaat ter sprake: één op de tien. Dit betekent dat in ons land met bijna 9 miljoen vrouwen, 900.000 vrouwen/meisjes aan de beurt (geweest) zijn of nog komen. Wereldwijd geldt voor ongeveer 800 miljoen vrouwen/meisjes hetzelfde. Dan kun je spreken van een wereldwijde pandemie waarbij mannen het kwaadaardige virus vormen.

Seksuele uitbuiting is bij lange na niet de enige mannenkwaal. Machtsmisbruik, mensensmokkel, mensenhandel (voornamelijk vrouwenhandel), drugscriminaliteit, cybercrime, terrorisme, massamoord, genocide, oorlogvoering; het gaat in al deze gevallen om zeer grootschalig, ernstig kwaad waarbij het aandeel van mannen steeds ver boven de 90 procent ligt.

Er zijn mannen die terugkomen uit oorlogssituaties, om met nauw verholen trots te verhalen over het aantal slachtoffers dat ze gemaakt hebben. Neem het verslag van een Hutu, deelnemer aan de genocide in Rwanda in 1994 (800.000 Tutsi’s binnen drie maanden met primitieve middelen vermoord): “Tijdens de eerste dagen deden de mensen die eerder kuikens of geiten hadden geslacht het beter, en dat valt te begrijpen. Daarna raakten we allemaal aan dit nieuwe werk gewend en haalden we onze achterstand in.” (Matthieu Ricard: Altruïsme)

Het gaat mij er niet om de gender man zwart te maken, al was het maar omdat ik daar zelf toe behoor. Rutger Bregman heeft gelijk: de meeste mensen deugen; dit geldt ook voor mannen. Het probleem met mannen is dat het (zeer) kleine aantal dat niet deugt, in staat is tot ongekend grote misdadigheid.

Er bestaat geen vrouwelijke Jack the Ripper omdat er geen vrouwelijk Mozart bestaat

Dat hangt samen met andere kenmerken die we bij mannen aantreffen: onmatigheid en megalomanie. Welke vrouw verzint een Duizendjarig Rijk? Of een Communistische Heilstaat, een Wereldkalifaat, de kolonisatie van de planeet Mars? Zulke concepten koppelen eenvoudige ideeën aan weidse vérgezichten. Mannen beginnen daar zomaar aan; en dan mag het wat mensenlevens kosten, de realisering ervan. Bezie ook het idee van een islamvrij Europa. Ik denk aan Anders Breivik en poneer de stelling dat deze Noor geen vrouwelijke evenknie heeft.

De Amerikaanse feminist Camille Paglia heeft het pregnant uitgedrukt: er bestaat geen vrouwelijke Jack the Ripper omdat er geen vrouwelijk Mozart bestaat. Dit soort extremen horen bij het gender man, zowel die ten goede (de creativiteit van een Mozart) als die ten kwade. Evolutionair psycholoog Mark van Vugt stelt in zijn onlangs verschenen boek Lucy, Darwin & Lady Gaga: “Mannen hebben sterkere psychopathische tendensen dan vrouwen en een grotere belangstelling en fascinatie voor allerlei vormen van georganiseerd geweld, van deelname aan drugskartels en motorbendes tot een voorliefde voor oorlogs- en maffiafilms.” Ook voor het onverwacht afreizen van zoveel jonge (en gevestigde) mannen naar het oorlogsgebied Syrië heeft Van Vugt een eenvoudiger verklaring dan sociologen of politici: “Voor veel jonge mannen is oorlogje voeren gewoon een spannende bezigheid.” Allemaal het gevolg van sociale factoren?

Ik kom met een andere stelling dan Duyvendak: mannelijke constitutie biedt een voedingsbodem voor crimineel gedrag; sociale factoren bepalen dan wat er op die voedingsbodem gaat groeien. Voor het eerste deel van deze stelling bestaat sinds kort bewijs vanuit hersenonderzoek. Dick Swaab heeft er in Wij zijn ons brein al op gewezen dat mannen- en vrouwenbreinen verschillen. Adrian Raine, hoogleraar neurocriminologie aan de universiteit van Pennsylvania, schrijft: “De testosterongolf, die vroeg in de foetale ontwikkeling optreedt, vormt een sterker prototypisch mannelijk brein, dat sterker prototypisch mannelijk gedrag oproept, zoals belustheid op sensatie, sport, geringe empathie, dominantie en natuurlijke agressie.” (Het gewelddadige brein. De biologische wortels van crimineel gedrag)

Terugkomend op het interview met Duyvendak moeten we, denk ik, de suggestie van Akkerman omarmen: mannen zijn gewoon andere wezens dan vrouwen.

Lees ook:

Jan Willem Duyvendak wil het over de man hebben: ‘Waar moet die nog respect aan ontlenen?’

Op zoek naar verklaringen voor rellen en rechts populisme wordt gesproken over achterstanden en cultuur. Maar misschien moeten we het eens over de man hebben, zegt Jan Willem Duyvendak, hoogleraar sociologie. ‘Waar moet die nog respect aan ontlenen?’

De echte carnivoor is een man

Ons voedselpatroon verandert, maar nog altijd geldt: mannen eten meer vlees dan vrouwen. Waarom is dat eigenlijk?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden