OPINIE

Het preventieakkoord kost geld, zorg daar dan ook voor

De overheid doet er goed aan gezond gedrag te stimuleren. Beeld Hollandse Hoogte, Frank de Roo

Investeringen in preventie delven stelselmatig het onderspit. Doe daar wat aan, bepleit Marcel Benard.

Staatssecretaris Blokhuis presenteerde vorige week samen met maatschappelijke partijen het preventieakkoord, om Nederland gezond te maken. Er is al discussie over hoe stevig (prijs)maatregelen mogen zijn op ­suiker, alcohol en tabak. En over de rolverdeling: welke verantwoordelijkheid heeft de overheid bij keuzes van individuen? Mogen marktpartijen die een ­belang hebben meepraten?

Eén aspect is echter nog onvoldoende belicht: de noodzaak om preventie beter te financieren. Het preventie­akkoord bevat de aanzet tot een preventiefonds. Dat initiatief staat bijna verstopt in de tekst, maar zal op de lange termijn de belangrijkste impact kunnen hebben – mits het goed wordt uitgevoerd.

Allereerst: aandacht voor preventie is een goede zaak. Te lang hebben we gedaan alsof de gezondheid van mensen vooral afhankelijk is van eigen keuzes, terwijl de manier waarop we de samenleving inrichten de gezondheid van mensen beïnvloedt. De overheid doet er goed aan om gezond gedrag te stimuleren. Voorkomen is beter dan genezen.

Echter, er is een probleem: investeringen in preventie delven stelselmatig het onderspit. In Nederland besteedden we in 2017 ongeveer 100 miljard euro aan zorgkosten. De investeringen in preventie zijn moeilijker te meten, maar het RIVM becijferde dat bedrag enkele jaren geleden op 13 miljard euro.

Hoe komt dat? Twee redenen: het verdeelvraagstuk en de factor tijd.

Wel kosten, weinig baten

Het verdeelvraagstuk houdt in dat de investering in gezond gedrag vaak bij een partij ligt die er niet van profiteert. Wel kosten, weinig baten. In de discussie over de suikertaks zien we dat terug: de lasten daarvan komen bij de industrie, terwijl de baten de hele samenleving ten goede komen. Op een ander niveau zien we het bij ziektekostenverzekeraars: hun bereidheid om te investeren in preventieve gezondheidsprogramma’s wordt beperkt, omdat zij niet zeker weten of meneer Jansen volgend jaar opnieuw klant is, of toch overstapt naar de concurrent.

De tweede lastige factor is tijd, waardoor het ‘rendement’ van preventie onzeker is. Een investering in preventie nu levert meestal pas over jaren wat op, terwijl de kosten al wel vaststaan. Denk aan een gemeente die nieuwe woningen wil neerzetten; dat kan gezond, met oog voor luchtkwaliteit, voldoende groen en ruimte voor beweging. Maar deze investeringen gaan ten koste van de gemeentekas, terwijl de gemeente nooit terugziet wat zo’n gezondere leefomgeving opbrengt.

Preventiefonds

We geven elk jaar geld uit aan zorgkosten die we hadden kunnen voorkomen. En dat zal altijd zo blijven, als we niets veranderen aan de manier waarop we preventie financieren; daar zorgen het verdeelvraagstuk en de factor tijd voor. Het preventieakkoord spreekt daarom van een preventiefonds.

Zo’n preventiefonds is een uitstekend voorstel, mits de financiering en uitvoering goed worden ingevuld. Dat kan door van de kosten die we uitgeven aan de zorg een bedrag af te romen, bijvoorbeeld een percentage van het budget van alle ziektekostenverzekeraars, en dit geld in het preventiefonds te stoppen. Dit fonds investeert vervolgens in maatregelen die bewezen effectief zijn om de gezondheid te bevorderen, maar die niet zelfstandig van de grond komen.

Zo halen we de factoren weg die investeren in preventie in de weg staan en bevorderen we gezond gedrag. Eigenlijk vergelijkbaar met hoe we dat met de bescherming tegen wateroverlast doen: een Deltafonds, waarin we jaarlijks miljarden storten.

Gemeenten, die in het akkoord de taak krijgen het preventiefonds uit te werken, hebben een belangrijke sleutel in handen. Alleen wanneer zij erin slagen een stevig en goed gefinancierd preventiefonds neer te zetten, kan ­preventie echt gaan werken.

Lees ook:

Kroketten in schoolkantine: dat moet straks vreemd zijn

Minder roken, drinken en gezonder eten. Of dat Nederland gaat lukken met de plannen die er nu liggen? Verdergaande maatregelen krijgt staatssecretaris Blokhuis er niet door. Het preventieakkoord laat qua effectiviteit te wensen over, stelt het RIVM. Waar schort het aan?

Ons zieke voedselsysteem moet radicaal anders

In ons welvarende en slimme land kunnen we betere oplossingen verzinnen om het produceren en eten van slecht voedsel tegen te gaan, meent Sandra van Kampen, co-auteur van VOER en bestuurslid Transitiecoalitie Voedsel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden