Beeld Trouw

ColumnHans Goslinga

Het politieke midden staat op, de populisten vallen om

Volgens een wijsheid uit de Britse politiek is ‘een ramp voor het land een feest voor de oppositie’. Maar gaat dat nog wel op, nu peilingen laten zien dat het kabinet met zijn aanpak van de coronacrisis sterk aan vertrouwen heeft gewonnen?

Misschien is dat effect toe te schrijven aan de reflex van een samenleving zich in tijden van acute nood achter de zittende regering te scharen. Maar dat effect zie je lang niet overal. Kennelijk kan de regerende coalitie onder leiding van de liberaal Rutte op een onderliggend vertrouwenskrediet rekenen.

Spiegelbeeldig zegt het ook iets over de oppositie dat de ramp voor haar geen feest is. De felste opposanten, de PVV van Wilders en het Forum van Baudet, hebben wel opzichtig gepoogd uit de crisis politieke munt te slaan door met elk tegenwindje mee te draaien. Maar daarmee brachten ze vooral hun opportunistische karakter aan het licht.

Wilders en Baudet zijn voor iedereen herkenbaar als praatjesmakers

Volgens het klassieke boekje moet de oppositie in een democratie aan twee belangrijke eisen voldoen: herkenbaar zijn en het vertrouwen wekken dat zij de leiding van het land van de ene op de andere dag kan overnemen. In ons coalitieland ligt dat niet zo eenvoudig als in het Britse twee-partijenstelsel, maar dat doet niets af aan de gedachte erachter. Wilders en Baudet zijn voor iedereen herkenbaar als praatjesmakers, maar niet als politici met een vormgevend vermogen aan wie je met gerust hart de leiding van de natie toevertrouwt. Dat hun grote voorbeelden, de egocraten in spe Trump en Bolsonaro, in de coronacrisis een totaal gebrek aan leiderschap demonstreren, helpt ook niet mee.

In het perspectief van de machtsstrijd die wereldwijd gaande is tussen democratie en autocratie hebben de democratisch geleide landen in de coronacrisis hun kracht laten zien en de populistische rivalen hun zwakte. Dat is een groot verschil met de jaren dertig in de vorige eeuw, toen de nog jonge democratische staatsvorm een gemakkelijke prooi was van totalitaire belagers. De democratieën hebben nu getoond slagvaardig te kunnen zijn onder moeilijke omstandigheden. Dat is belangrijke winst, zeker afgezet tegen de politieke decadentie van het populisme.

Die winst is in ons land nog verdubbeld door de samenspraak die het kabinet in de aanpak zocht met de burgers – geen democratie zonder democraten. Dat dit gebeurde met vallen en opstaan mag de ministers niet te hard worden tegengeworpen, omdat juist dat behoort tot het wezen van de democratie. De Amerikaanse historicus Arthur Schlesinger omschreef dit zelfs als de ‘vitale kern’ van onze staats- en beschavingsvorm, waaruit het beslissende verschil spreekt met een autocratie.

Aan mijn collega Lex Oomkes, die deze week van politiek Den Haag afscheid nam met een droefgeestige zwanenzang over de staat van onze democratie, houd ik graag de visie van Schlesinger voor. De democratie belooft geen ideale samenleving, geen heilstaat. Haar kracht zit niet in de oplossing van problemen, maar in het aanpakken daarvan, met vallen en opstaan. Het uitgangspunt moet zijn het menselijk tekort, niet de illusie van menselijke volmaaktheid.

Kapitalisme als de grootste bedreiging van de democratie

De idee daarachter is gemakkelijker samen te vatten dan te verwezenlijken: een fatsoenlijk bestaan en geestelijke vrijheid voor iedereen, bescherming van de persoonlijke waardigheid van elke burger. In een essay dat hij ruim twintig jaar terug schreef, zag Schlesinger het onbegrensde kapitalisme als de grootste bedreiging van de democratie. Dat zou niet alleen het evenwicht tussen vrijheid en gelijkheid verstoren, maar ook de slagkracht van de natiestaat onder druk zetten als ‘te klein voor de grote problemen, te groot voor de kleine’.

Daarmee vatte hij met vooruitziende blik de grote politieke uitdagingen van deze tijd samen: eerherstel van de overheid als hoeder van het publieke belang, de noodzaak van internationale samenwerking (eens te meer onderstreept door de coronapandemie), delegatie van vertrouwen naar de vloer van de samenleving en bestrijding van de economische en ­sociale ongelijkheid.

Politiek met een grote P

De conclusie aan het einde van dit politieke seizoen kan zijn dat het midden door zijn slagvaardigheid de verbinding met de vitale kern van de democratie heeft hersteld. Er is weer iets zichtbaar en voelbaar gemaakt van de oorsprong en bestemming van een vrije en fatsoenlijke samenleving. Dat is essentieel om te voorkomen dat naar het schrikbeeld van de dichter Yeats ‘alles uiteenvalt en het midden geen stand houdt’. Er ontstaat weer ruimte voor politiek met een grote P.

Op hun beurt hebben de burgers in de coronacrisis laten zien dat zij hun verantwoordelijkheid kunnen nemen. Voor het wantrouwen dat de afgelopen decennia in de verhouding tussen overheid en burgers is binnengeslopen, is geen grond, laat staan waar dat institutionele trekken heeft aangenomen.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden