Brief van de hoofdredactie Cees van der Laan

Het oorlogsverleden van Trouw is bijzonder en ook pijnlijk

Bij een voormalige verzetskrant als Trouw is de oorlog nooit ver weg. Ik heb wel­eens het idee dat naarmate de periode ’40-’45 verder weg komt te liggen, de oorlog steeds dichterbij komt. Misschien zoek ik het onbewust op of komen zaken in het jaar waarin we 75 jaar bevrijding vieren toevallig of niet zo toevallig bij elkaar.

Vaak gaat het om verdrietige herinneringen, soms zijn er bijzondere voorvallen. Zoals afgelopen donderdag het bezoek aan de redactie van Harald Makaske uit Epe. Als hobby verzamelt hij spullen – vooral boeken – uit de Tweede Wereldoorlog. Hij kwam een oude stencilmachine brengen afkomstig van de Trouw-groep Rotterdam, waarop de illegale krant werd gekopieerd. Hij had er nog een paar originele kranten bij gedaan, ­mogelijk op het apparaat gestencild. Hij deed er afstand van omdat hij emigreert naar Spanje. We gaan deze stencilmachine een mooie plek geven op de redactie. Harald bedankt.

Bijzonder was ook de lezing die ik gisteren mocht geven in het nieuwe museum Sophiahof in Den Haag over ‘75 jaar leven met oorlog’, zoals het thema van de bijeenkomst heette. Hoe gaat Trouw om met het verleden? Je mag er trots op zijn dat je werkt voor een voormalige verzetskrant, maar in het verleden van die krant zit ook veel verdriet, rouw en boosheid naar de oprichters van deze krant. Waarschijnlijk zijn er rond de 130 mensen omgekomen bij het maken en verspreiden van de krant, gefusilleerd of omgekomen in concentratiekampen. De tweede en ook derde generaties van de oprichters en nabestaanden hebben de verhalen in de overlevering meegekregen met de daarbij behorende emoties.

Spanning, ingehouden en waardig uitgesproken

Dat was voelbaar op de speciale bijeenkomst afgelopen woensdag in het Amsterdamse Verzetsmuseum rond het net uitgekomen boek van historicus Peter Bak, ‘Duivels dilemma’, met als ondertitel ‘de dood van 23 verspreiders van verzetsblad Trouw’. Zij werden rond 9 augustus 1944 gefusilleerd bij kamp Vught, omdat de toenmalige leiding van de verzetskrant niet inging op een vermeend ultimatum van de Duitse bezetter om de verspreiding van dit ‘ophitsend geschrift’ te stoppen. Kinderen van een van de oprichters en latere hoofdredacteur Sieuwert Bruins Slot en diverse nabestaanden van deze 23 verspreiders zaten met elkaar in de zaal. En dat gaf spanning, zij het ingehouden en waardig uitgesproken, door een van die nabestaanden en een van de kinderen van Bruins Slot.

Het impliciete verwijt van Peter Bak naar de krant is dat de redactie de oprichters en verspreiders als helden op een voetstuk heeft geplaatst en te weinig aandacht heeft gehad voor ­deze pijnlijke geschiedenis. Ik kan me daarbij wel iets voorstellen. De Trouw-mensen die besloten niet in te gaan op het ultimatum zullen de gedachte dat ze mensen de dood hebben ingejaagd hun leven lang met zich mee hebben gedragen en mogelijk diep hebben weggestopt – ook al bestond het ultimatum in werkelijkheid niet, schrijft Bak. Nabestaanden zullen juist het ­gebrek aan erkenning van deze ­afschuwelijke episode als bijzonder pijnlijk hebben ervaren.

De krant heeft later in de vorige eeuw deze geschiedenis diverse malen onderzocht en getracht de waarheid boven water te krijgen. Daarin speelden Peter Bak en anderen een belangrijke rol.

Vijf jaar geleden hebben we als eerbetoon de 23 gefusilleerde verspreiders met foto en naam op de voorpagina gezet. Gisteren heb ik aan het einde van mijn lezing hun namen één voor één voorgelezen.

Trouw-hoofdredacteur Cees van der Laan schrijft wekelijks over de discussies op de redactie en de keuzes van de krant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden