Opinie Burgerschap

Het negatieve mensbeeld van de politiek haalt het slechtste in de burger naar boven

Beeld RV

Regeltjes en de markt zijn dominant geworden. De politiek negeert de kracht van de samenleving zelf, meent CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma. 

In zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ bestrijdt journalist en historicus Rutger Bregman het idee dat ieder mens geneigd zou zijn tot het slechte. Hij vreest dat het verkeerde mensbeeld leidt tot een self-fulfilling prophecy: ‘Als we geloven dat de meeste mensen niet deugen, gaan we elkaar ook zo behandelen. Dan halen we het slechtste in elkaar naar boven.’ Bregman legt terecht de vinger op de zere plek, want ook in ons politieke debat voeren negatieve mensbeelden te vaak de boventoon.

We zien dat bij zowel linkse als rechtse partijen. De manier waarop ze in de praktijk omgaan met het mensbeeld, lijkt verdacht veel op elkaar. Oplossingen voor grote problemen in de samenleving worden gezocht buiten mensen zelf. In marktprikkels en voorschriften vanuit de overheid als leidende principes waarlangs de samenleving moet worden geordend. Zolang wij maatschappelijke problemen blijven oplossen vanuit de kilte van de markt en de bureaucratie van de overheid, zien we iets fundamenteels over het hoofd: de kracht van de samenleving zelf. Daardoor krijgen mensen in de praktijk niet langer de kans om er ­samen uit te komen.

Echt maatschappelijk initiatief wordt vanuit de overheid zelfs actief tegengewerkt, omdat het oneerlijke concurrentie zou zijn voor marktpartijen of omdat het niet tot achter de komma voldoet aan alle regeltjes die zijn bedacht tegen misbruik en inefficiëntie.

Wie draagt er nog zorg voor rechtvaardigheid? 

De dominantie van negatieve mensbeelden vindt zijn oorsprong in het ­liberaal kapitalistisch denken. Zolang iedereen maximaal de eigen vrijheid kan najagen en de markt alle ruimte krijgt, levert dit in het liberale perspectief het hoogste maatschappelijk rendement op. Dat er ook mensen buiten de boot vallen door pech, eigen schuld of onrecht, is niet jouw schuld en niet jouw zorg.

Wie draagt er dan nog zorg voor rechtvaardigheid? Dat moet de overheid dan maar oplossen, bedacht filosoof John Rawls in de jaren zeventig. Met zijn boek ‘A Theory of Justice’ legde hij de basis voor een nieuw soort liberalisme, dat uitgroeide tot een zeer invloedrijke politieke stroming. Ook in ons land. Steeds meer partijen betrachten een soort staatsliberalisme. Ieder voor zich en de overheid voor ons allen. Daarmee zijn in de loop der tijd negatieve mensbeelden steeds dominanter geworden in de politieke besluitvorming.

De markt is een goed ordeningsmechanisme, maar de overheid is hard nodig om met regelgeving ervoor te zorgen dat mensen geen misbruik maken van de situatie of van elkaar. Als je vertrekt vanuit die self-fulfilling prophecy van amorele burgers, dan is elke belastingbetaler een potentiële fraudeur en schuilt er in iedere automobilist een snelheidsovertreder.

Hoewel meer linkse partijen er soms nog wel op willen vertrouwen dat mensen van goede wil zijn, ontbreekt bij hen vaak het vertrouwen dat mensen het ook daadwerkelijk zelf (of samen) zouden kunnen. De overheid is dan hard nodig om er met regels voor te zorgen dat mensen niet de dupe worden van de situatie of van zichzelf.

Wantrouwen en gebrek aan ver­trouwen zijn twee kanten van dezelfde medaille, die leiden tot steeds meer regeltjes.

20 januari 1961: president John F. Kennedy spreekt de Verenigde Staten toe op Capitol Hill in Washington, D.C., direct na zijn inauguratie. Tijdens deze speech sprak hij de woorden ‘Ask not what your country can do for you – ask what you can do for your country’ uit. Beeld AP

Professionaliteit wordt ondergeschikt gemaakt aan regels en protocollen 

Dat zien we ook in de zorg en het onderwijs, waar de deskundigheid en professionaliteit van verpleegkundigen en leraren ondergeschikt wordt gemaakt aan regels, protocollen en toezicht. Maar wie herkent dit gevoel zelf niet ook uit eigen ervaring? Bijvoorbeeld bij het aanvragen van een vergunning, toeslagen of bij belastingaangifte. Niet voor niks constateerde de Nationale Ombudsman onlangs dat inmiddels ook de zelfredzame burger verdwaalt en vastloopt in de bureaucratie van de overheid.

Wat nou als we niet de calculerende zelfredzame burger, maar de betrokken burger als uitgangspunt nemen. We zorgen voor ons gezin, we onderhouden relaties met vrienden, buren en collega’s, we dragen ons steentje bij via werk of vrijwilligerswerk en zijn actief in verenigingen, bij kerken of buurthuizen. De betrokken burger is doordrongen van zijn rechten en plichten in de samenleving. De plicht om rekening met elkaar te houden en zorg te dragen voor de zwakkere.

Dit besef gaat niet alleen over wetten en regels, maar over normen en waarden. Wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet. Het idee van wederkerigheid, dat we elkaar nodig hebben om echt iets voor elkaar te krijgen en om die reden een verantwoordelijkheid voor elkaar hebben, is het fundament van onze samenleving. Maar het is ook de intrinsieke behoefte aan gemeenschapszin, die juist nu veel wordt gemist.

Als we erkennen dat het gemis aan gemeenschapszin een belangrijke verklaring is voor het grote onbehagen van deze tijd, ligt een betere toekomst in het verschiet. In de keuze voor een betrokken samenleving. Een overheid die betrokken burgers in verenigingen, zorgcoöperaties en bij vrijwilligerswerk niet tegenwerkt, maar juist de ruimte biedt. Waar de overheid en de markt weer ten dienste staan aan de samenleving. En normen en waarden leidend zijn.

Het herstel van burgerschap en gemeenschapszin vraagt echt om een andere manier van denken: vraag niet wat je land voor jou kan doen, maar wat jij voor het land kan doen, zei Kennedy. Echte vrijheid is niet doen wat je zelf wilt, maar de vrijheid om te kunnen kiezen het goede te doen voor de samenleving.

Lees ook:
De mens deugt wel

Wie gelooft in de goedheid van de mens is niet naïef, maar heeft de wetenschap aan zijn zijde, betoogt Rutger Bregman.

Moeten we echt uitgaan van het goede in de mens?

Het theologisch elftal buigt zich over de vraag of uitgaan van de goedheid van de mens een beter alternatief is voor uitgaan van de slechtheid van de mens, zoals bijvoorbeeld in het gereformeerde christendom gebruikelijk is.

De Belastingdienst doet zelfs Kafka verbleken

Gebrek aan integriteit, moreel leiderschap en kennis leiden tot serieuze misstanden met toeslagen, stelt Hans Gribnau, hoogleraar belastingrecht aan Tilburg University en de Universiteit Leiden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden