OpinieBosbeheer

Het Nederlandse bos verdient beter dan valse paniek

null Beeld Anita Huisman
Beeld Anita Huisman

De bossen bieden mens en dier veel meer dan critici doen voorkomen, schrijven Jan den Ouden, docent bosbeheer Universiteit Wageningen, Frits Mohren, hoogleraar bosbeheer Universiteit Wageningen en voorzitter Koninklijke Nederlandse Bosbouwvereniging (KNBV) en Simon Klingen, namens  een groep mensen die werken met de bossen.

Meer en beter bos, dat is wat de Bossenstrategie van minister Schouten van landbouw, natuur en voedselkwaliteit beoogt. Voor het vasthouden van koolstof en ook om leefruimte te bieden aan een diversiteit aan planten en dieren. Maar ook als bron van hout en als plek om rustig te wandelen en te ontspannen. Onze bossen leveren deze diensten volop, en worden daar steeds beter in. Waar bijvoorbeeld in het agrarische landschap de biodiversiteit schrikbarend afneemt, blijft die in onze bossen in stand.

“Terwijl intussen bestaand bos wordt verwaarloosd en misbruikt”, zegt Frits van Beusekom in deze krant (Red het bos, laat het los, 8 februari). Het is de zoveelste opgewonden uiting van ongenoegen van de stichtingen Natuurvolgend bosbeheer en NatuurAlert, waarachter Jaap Kuper en Frits van Beusekom de drijvende krachten zijn. Zij stellen dat op grote schaal wordt gekapt, dat bosbeheerders dat alleen doen om geld te verdienen, dat de meeste bosbeheerders onkundig zijn en dat hun wanbeheer een aanslag op de bio­diversiteit is. Er heerst ‘anarchie in de bossen’, volgens Van Beusekom. Heeft u daar iets van gemerkt tijdens uw laatste coronawandeling?

Superkleinschalige kap

De genoemde stichtingen versmallen het perspectief van bos tot louter natuur. Het benutten van hout, de meest circulaire en duurzame grondstof die we kennen, wordt gebagatelliseerd. Ze schetsen een vals beeld van de effecten van de houtoogst, en vinden alleen superkleinschalige kap, zogenoemde boomsgewijze oogst, acceptabel. Twee of meer bomen naast elkaar oogsten is in hun taal al gauw kaalslag.

Het overgrote deel van het Nederlandse bos wordt zorgvuldig en kleinschalig beheerd. De oogst van hout vindt meestal plaats door uitdunning van het bos, of via kap van kleine groepen van bomen, om zo ruimte te maken voor jonge bomen. Die kap vindt vooral in de winter plaats om broedvogels en andere bosbewoners te ontzien. Kap over oppervlaktes groter dan een halve hectare, kaalkap genoemd, komt weinig voor. Het gaat jaarlijks om niet veel meer dan een duizendste deel van het totale bosareaal.

En die enkele kapvlaktes, zijn die echt zo slecht voor het bos als geheel? Veruit de meeste beheerders kiezen terecht voor een kleinschalige aanpak, maar kaalkap heeft lang niet altijd die dramatische gevolgen zoals voorgesteld. Het kan lokaal zelfs bijdragen aan de biodiversiteit. Zo’n kapvlakte ligt meestal ingebed in een wijdere bosomgeving; door te variëren met beheer ontstaat een voor de bosbezoeker afwisselend boslandschap waarin een veelheid aan planten en dieren een plek vinden. Alleen in de zeldzame, echt oude bossen met bijzondere soorten moet kaalkap worden ontraden.

Verdroging en stikstofdepositie

De afgelopen jaren betreft ongeveer een kwart van alle kap in het Nederlandse bos het verwijderen van zieke en dode bomen. Dit maakt zichtbaar dat het Nederlandse bos onder druk staat van verdroging en stikstofdepositie. Door dat laatste gaat de kwaliteit van de bodem omlaag en worden bomen minder vitaal.

Door klimaatverandering wordt het voortbestaan van sommige boomsoorten zelfs bedreigd. Om het bos op de lange duur veerkrachtig te houden, denken bosbeheerders en onderzoekers na over toekomstige ontwikkelingen en hoe hierop te anticiperen. Minister Schouten noemt dat in haar Bossenstrategie revitalisering.

Het Nederlandse bos wordt alom breed gewaardeerd, waarbij altijd sprake is van verschillende aanspraken op het gebied van recreatie, biodiversiteit en hout. Dat vraagt van bosbeheerders een complexe en professionele afweging. Zij volgen daarbij wetenschappelijke inzichten en maatschappelijke trends, en proberen de juiste keuzes te maken in het licht van een ongewisse toekomst.

Van Beusekom en Kuper geven een valse voorstelling van zaken, en dat helpt niet om tot genuanceerd beleid en beheer te komen. Gelukkig doet de Bossenstrategie dat wel.

Dit opiniestuk is mede ondertekend door: Willem de Beaufort - Zeist, Mark van Benthem - Leuvenheim, Martijn Boosten - Rhenen, David Borgman - Baarn, Wouter Delforterie - Oosterbeek, Age Fennema - Zutphen, Harrie Hekhuis - Wageningen, Jos Jansen - Houten, Gerard Koopmans - Voorst, Vincent Lokin - Cromvoirt, Egbert-Jaap Mooiweer – Ambt Delden, Gert-Jan Nabuurs - Overloon, Bart Nyssen – Dalhem (B), Franz zu Ortenburg – De Steeg, Roel Robbertsen - Veenendaal, Albert Schimmelpenninck - Diepenheim, Tom Schippers - Veldhoven, Eric van der Staak - Gemert, Michael Sybom - Haren, Etienne Thomassen - Hunsel, Peter van den Tweel - Arnhem, Seger van Voorst tot Voorst – Laag Zuthem en Sander Wijdeven - Doetinchem, Maarten Willemen - Olburgen. 

Lees ook:

Geef de natuur de kans, zeggen natuurorganisaties. ‘Er is nu anarchie in het bos’

Vlaktekap is schadelijk voor het bos, schrijven de stichtingen NatuurAlert en Natuurvolgend Bosbeheer aan de Tweede Kamer. Ook andere vormen van revitalisering in de Bossenstrategie van minister Schouten doen het bos meer kwaad dan goed, zegt oud-bosbeheerder Frits van Beusekom.

Minister Schouten wil bomen planten, collega Van Nieuwenhuizen wil ze kappen

In tien jaar 10 procent bos erbij is de afspraak die natuurminister Schouten en de provincies hebben gemaakt. Elk kind op de basisschool plant een boom.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden