ColumnStevo Akkerman

Het mechanisme dat Grunberg aan de kaak wilde stellen

Antisemitisme was er natuurlijk altijd al, maar het lijkt alsof het na de 4 mei-lezing van Arnon Grunberg overal zichtbaar wordt, als onkruid in de lente. De schrijver zelf kreeg de meest afschuwelijke reacties op zijn boodschap, en terwijl van nieuw-rechtse zijde de schijnwerpers werden gezet op het antisemitisme onder islamitische jongeren, kwamen berichten naar buiten over VVD-jongeren die bij hun jubileumfeest de Hitlergroet hadden gebracht – het virus is nogal hardnekkig.

Hoe ironisch: de behoefte om de schuld van het antisemitisme bij de ander te leggen, en dan uiteraard bij de groep waartoe men zelf toevallig níét behoort, weerspiegelt precies het mechanisme dat Grunberg aan de kaak wilde stellen. “Het is logisch”, zei hij, “dat als er gesproken wordt over bepaalde bevolkingsgroepen op een manier die doet denken aan de meest duistere tijd uit de twintigste eeuw, er vroeg of laat op die manier ook weer over Joden gesproken kan worden.”

Zijn uniform was zijn redding

Je zou kunnen zeggen dat Grunberg het antisemitisme daarmee breder trok, en ik stuitte deze week op een citaat van de Joodse filosoof Emmanuel Levinas waarin die hetzelfde doet, of misschien zelfs verder gaat. Voordat ik zijn woorden hier weergeef, is het goed om kort iets te vermelden over zijn biografie. Levinas werd in Litouwen geboren, studeerde in Frankrijk en Duitsland, en werd in de Tweede Wereldoorlog krijgsgevangen genomen als Franse militair; zijn uniform was zijn redding. Maar in zijn geboortestad Kaunas werden zijn vader, zijn moeder, zijn twee broers en de rest van zijn familie en schoonfamilie door de nazi’s vermoord. Levinas sprak of schreef hier nooit over, behalve in de opdracht die hij meegaf aan zijn boek ‘Anders dan zijn’. En dat is het citaat dat ik bedoel: “Ter herinnering aan de naasten onder de door de nationaal-socialisten omgebrachte zes miljoen, naast miljoenen en miljoenen mensen van alle gezindten en uit alle volkeren die ten offer zijn gevallen aan dezelfde haat jegens de andere mens, aan hetzelfde antisemitisme”.

Ik neem aan dat Levinas, die in 1995 overleed, dit zo formuleerde omdat hij de nadruk op het eigene wantrouwde, hij wilde de Joden niet zien als een uitzonderlijke categorie, anders dan andere mensen; zulk denken was nu juist de grondslag geweest van hun vervolging. Daarmee verloochende hij zijn Jood-zijn niet, hij was erin gepokt en gemazeld, maar dat betekende voor hem dat hij deel uitmaakte van de mensheid, niet dat hij er apart van stond. En wie aan de ene mens komt, komt aan de andere.

Levinas zat in 1928 in Freiburg aan de voeten van Martin Heidegger, de grote filosoof die later ook een nationaal-socialist en antisemiet zou blijken te zijn. Levinas bewonderde Heidegger, maar keerde zich tegen diens ideeën over ‘verworteling’ en ‘strijd’, ideeën die sterk doen denken aan de agressieve identiteitscultus van onze dagen. Nog een keer Levinas, als het mag: “Heidegger is bezeten van de adellijke droom van het bloed en het zwaard. Terwijl het in het humanisme om iets heel anders gaat.”

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden