Column

Het lot van de migrant: hij heeft geen vaderland

Naema Tahir. Beeld Maartje Geels

Ik zal in de derde of vierde klas van mijn basisschool in Brabant gezeten hebben, toen onze klas een uitje had naar de plaatselijke bibliotheek. Nadat een ­medewerker ons had uitgelegd hoe de bibliotheek werkte, kregen wij scholieren wat vrije tijd om in de bieb rond te kijken. Ik ging meteen naar de Engelse boeken toe. Als enige. 

En ik wist dat ik de enige zou zijn. In de derde of vierde klas sprak niemand Engels, behalve ik. In mijn uppie ging ik in de Engelse hoek rondsnuffelen, ik trok een Engelse titel uit de schappen, ging zitten en begon te lezen.

Vrij snel erna, ik herinner me dat heel goed, zag ik vanuit mijn ooghoeken dat de bibliotheekmedewerker naar me toe liep. Ik had dat verwacht. Ik had dat stiekem gewild ook. Een beetje aandacht voor het feit dat ik, als enige uit mijn klas, met een Engels boek op schoot zat. Hij zei me dat ik in de Engelse hoek zat en ik zei dat ik dat wist. Hij vroeg me, en ook dat wilde ik heel graag, of ik Engels kon lezen en ik knikte en zei: ‘Ja, want ik ben Engelse’.

Meer dan een paspoort

Ik meen dat hij vol bewondering naar me keek. Maar dat kan ook mijn fantasie zijn geweest. In ieder geval vond ik het erg tof dat ik een Britse was.

Er zijn naar schatting 46.000 Britten in Nederland. Ze zijn nu extra in het vizier vanwege de veranderingen die de brexit in hun rechtspositie teweeg zal brengen. Ik kan me zo voorstellen dat deze Britten zich sterk verbonden voelen met hun Britse vaderland. Velen onder hen willen gewoon Brits blijven. Dat geldt vermoedelijk ook voor een groot deel van de 100.000 Nederlanders in het Verenigd Koninkrijk. Ook die voelen zich verbonden met hun Nederlandse vaderland en willen hun ­Nederlanderschap liever niet kwijt. Want nationaliteit is veel meer dan een paspoort. Het is een emotionele band met het land waar je wortels liggen.

Voor mij als migrant ligt dat allemaal een beetje ­anders. Ik ben Pakistaans, omdat mijn ouders ervandaan komen. Maar toen mijn ouders geboren werden, ­bestond dat land nog niet. Zij waren Indiërs. Ikzelf ben geboren in Engeland en ben daar de eerste, vormende, tien jaar van mijn leven opgegroeid. Ik had een Brits paspoort en voelde me door en door Brits.

Britishness

Toen volgde op mijn tiende opeens de migratie naar een mij volkomen onbekend land: Nederland. Ik heb lang enorme heimwee gehad naar Engeland. Maar ­omdat ik op zo jonge leeftijd hier ben gekomen, ben ik mijn ‘Britishness’ toch grotendeels kwijtgeraakt. ­Tegelijkertijd was ik al te oud toen ik hier kwam, om nog echt een volbloed Hollander te kunnen worden.

En zo ben ik nu een derde Pakistaan, een derde Brit en een derde Nederlander.

Ik heb een emotionele band met drie landen. Niet de sterke emotionele band die de meeste mensen met hun vaderland hebben. Een dunne, sliertige band. Dat is het lot van de migrant: hij heeft geen vaderland. Dat is een gemis.

Als je dan, zoals in die bibliotheek toen ik kind was, je verbondenheid met het ene of andere land kan ­maximaliseren, dan voelt dat heel tof. Alsof je ergens thuishoort.

Naema Tahir is jurist en schrijver. Voor Trouw schrijft ze om de week een column. Haar andere columns vindt u hier. 

Lees ook

Wat betekent het vertrek uit de EU voor de Britten? ‘De brexit heeft alles gebroken’

Wat betekent het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU in de praktijk? Een Brits gezin in Amsterdam en Nederlanders in Birmingham over wat het met hen doet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden