null

CommentaarHariri-proces

Het Libanon-tribunaal kostte 1 miljard dollar, maar de opbrengst is discutabel

Beeld

Het Hariri-proces voor het Speciale Libanon-tribunaal in Leidschendam duurde ruim tien jaar en kostte bijna 1 miljard dollar. ‘Maar dan heb je ook wat’, zou nu de logische volgende zin zijn. Helaas, dat is niet het geval: na al die tijd, al dat geld en al die moeite werd vorige week één verdachte – bij verstek – veroordeeld voor de moord op de Libanese ex-premier Rafik Hariri in 2005. Hij zal zijn straf waarschijnlijk nooit uitzitten. Drie anderen werden vrijgesproken. Het brein achter de aanslag kon door de rechters niet worden aangewezen.

Dat kan toch moeilijk een bevredigend einde worden genoemd van een internationaal strafrechtelijk experiment. Het Speciale Libanon-tribunaal werd in 2009 ­opgericht om de toedracht te onderzoeken van de ­bomaanslag in Beiroet, waarbij Hariri en 21 anderen het leven verloren. Die moord ontketende een enorme woede in Libanon, vooral gericht op buurland Syrië, dat decennialang buitensporig veel invloed (en militairen) had in Libanon. Hariri was kritisch op de Syrische ­bemoeienis in zijn land. Na grote straatprotesten trok Damascus uiteindelijk zijn troepenmacht terug; een vorm van gerechtigheid voor de Libanese bevolking.

Het Speciale Libanon-tribunaal moest daar een vervolg aan geven, door ook voor juridische gerechtigheid te zorgen. In het verdeelde Libanon was er geen kans op een eerlijk en veilig proces, dus besloot de VN-Veiligheidsraad – overigens na een verzoek van de toenmalige Libanese regering – een ­internationaal tribunaal op te richten in Leidschendam.

Internationale rechtspleging

Daarvan kon je je toen al afvragen of het een goed idee was en na ruim tien jaar is die twijfel niet weggenomen. Het internationaal strafrecht heeft zich sinds de jaren negentig ontwikkeld, met een aantal specifieke tribunalen (voor voormalig Joegoslavië, Rwanda, Sierra Leone) en de oprichting van het ­Internationaal Strafhof. Maar waar al die tribunalen zich richt(t)en op de grootste misdaden – genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid – kreeg het Libanon-tribunaal een primeur door zich als eerste internationaal hof te richten op een terreuraanslag.

Na tien jaar kunnen we vaststellen dat die primeur juridisch niet bepaald het gewenste resultaat heeft gehad en dat de problemen die bij een proces ín Libanon werden verwacht (hoe bewijs te vinden, hoe verdachten vast te zetten?), niet verholpen zijn.

Los daarvan is het zeer discutabel of het internationaal recht zo opgerekt moet worden dat het politieke moorden – hoe maatschappelijk ontwrichtend ook – in het vizier neemt; als puntje bij paaltje komt, is dat simpelweg niet waar te maken. Aan genocide hebben internationale rechters hun handen al vol; ook bij internationale rechtspleging moeten, hoe wrang ook, uiteindelijk prioriteiten worden gesteld.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden