null Beeld

ColumnHans Goslinga

Het leiderschap van Rutte en Kaag is niet genoeg om de samenleving bij elkaar te houden

De liberalen hebben dan eindelijk hun revanche voor de verkiezingen van 1937. In dat jaar voerden ze campagne onder het onhandige motto ‘Zet meer liberalen naast Colijn’. Het resultaat was een fors verlies. Als de gereformeerde premier de man was om wie alles draaide, stemden de liberale kiezers wel meteen op hem. Colijns partij, de ARP, behaalde een voor die dagen spectaculaire winst.

De Kamerverkiezingen van woensdag gaven een spiegelbeeld te zien: winst voor de VVD van premier Rutte, verlies voor het CDA. Deze partij sprak zich met het motto ‘Nu doorpakken’ in feite uit voor doorgaan met Rutte, in onze dagen de spilfiguur in de politiek. Het zegt iets over de identiteitscrisis in het CDA, dat de ‘partij van de samenleving’ wil zijn, maar zich niet uit de modus van bestuurspartij kan bevrijden.

Einde van de verzuiling

Het spiegelbeeld levert nog een verhelderend inzicht op. De liberale stroming, dominant tussen 1848-1918, was in het interbellum nog slechts een armetierig stroompje, in 1937 goed voor 4 procent van de stemmen. De christelijke partijen beschikten over een absolute meerderheid, de sociaaldemocraten vormden een opkomende macht. Nu zijn de verhoudingen omgedraaid en gefragmenteerd. Nederland is ‘stroomloos’ geworden, constateerde de conservatieve liberaal Heldring tien jaar terug al.

De uitslag van deze verkiezingen kun je zien als het definitieve einde van de verzuiling, de segregatie van Nederland in identiteitsgebonden bevolkingsgroepen, die in de jaren dertig een hoogtepunt bereikte. Het CDA en de PvdA met samen 24 zetels de laatste restanten van verzuild Nederland. Hoewel zelf een reactie op de naoorlogse ontzuiling, zochten deze partijen toch nog lang hun bindingskracht en politieke machtsbasis in de oude sentimenten. Dat werkt niet meer.

Het spiegelbeeld laat zien dat Colijn met Rutte gemeen had dat hij voor politiek draagvlak ook buiten de eigen kring keek. Daar hielp aan mee dat hij als oliekoopman over de grens had gekeken. In 1933 was hij de eerste die een gemengd kabinet samenstelde. Daarmee schiep hij een nieuw midden. Ingegeven door de diepe sociale crisis, die om een breed gedragen antwoord vroeg, maar een doorbraak met gevolgen.

Sedertdien is het voor de leidende politici altijd zaak geweest een werkzaam midden te scheppen als basis voor het landsbestuur. Christelijk-liberaal in de jaren dertig, rooms-rood tijdens de wederopbouw onder Drees, paars in de jaren negentig onder Kok. Achteraf lijken deze coalities vanzelfsprekend, maar in hun dagen waren zij een avontuur dat om politieke moed vroeg. In het stroomloze Nederland is Rutte de juiste man op het juiste moment op de juiste plaats gebleken om de noodzakelijke hybride coalities te leiden. De kiezers hebben dat leiderschap beloond.

Machtsarrogantie

In ons bestel is de macht van een minister-president betrekkelijk, maar door de wijze waarop Rutte aan de functie inhoud geeft, heeft hij het politieke gewicht verzwaard. Opereren in een gefragmenteerd krachtenveld vergt, zoals hij zelf zei, vindingrijkheid, souplesse en geduld. Het komt niet aan op harde macht, maar op de ‘smeerolie van vertrouwen’. Leiderschap in Nederland is de kunst van samenwerken, niet een kwestie van heerszucht.

Deze kunst heeft de VVD in twintig jaar van de rechterflank naar het midden gedwongen. Ter vergelijking: bij de verkiezingen van 1998 veroverde de partij 38 zetels, iets meer dan nu. Het verschil is dat er nu dertig zetels rechts van de liberalen zijn bezet en toen nul. De VVD van Rutte zit thans breeduit op de plaats waar eens de christen-democraten wikten en beschikten. Regeren over links of over rechts, het was ‘lood om oud ijzer’.

Rutte kan zich zoveel machtsarrogantie niet veroorloven. Na de mislukte poging over rechts in 2010 staat hij steeds voor gedwongen zetten, omdat die weg door de extreme standpunten van de populisten is afgesloten. In Nederland is sterk leiderschap altijd met beduchtheid, zo niet achterdocht, omgeven. Het laat zich lastig rijmen met het egalitaire karakter van ons volk en de cultuur van overleg.

Toch moet de betekenis niet worden onderschat. Drees prees naderhand de vaak verguisde Colijn. In de crisisjaren was er behoefte aan een sterke leidersfiguur en Colijn voldeed daaraan. Drees meende dat hij daardoor de opkomst van het nationaal-socialisme tegenhield. Maar volgens Heldring waren in die tijd ook de zuilen een buffer tegen deze anti-democraten. De mensen lieten zich niet zo gemakkelijk verleiden door verkopers van wonderolie. De zuilen zijn nagenoeg weg, waardoor nog wel eens wordt vergeten dat zij ook scholen voor stevig burgerschap waren. Leiderschap alleen, ook als dat wordt verbeeld door een sterke vrouw als Kaag, lijkt niet genoeg om de samenleving bij elkaar en democratie gezond te houden.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden