Klein VerslagWim Boevink

Het kwaad sterft niet

De loden zwaarte van januari heeft een ritueel eind- en dieptepunt op de 27ste.

Dan herdenkt de wereld de bevrijding van Auschwitz en omdat die dit jaar voor de 75ste keer verjaart, gaan aan die herdenking nog herdenkingen vooraf.

Zoals deze week in Jeruzalem, in Yad Vashem, waar wereldleiders spraken, het hoofd bogen en kransen legden. Voor het eerst sprak daarbij ook een Duitse president, Frank-Walter Steinmeier, maar in het Duits spreken waagde hij op deze plek niet. Steinmeier sprak in het Engels. Alleen de woorden ‘Nie wieder!’ uitte hij in zijn landstaal.

Het was een rede die ontroerde, schreef de Frankfurter Allgemeine Zeitung. De president vond de juiste woorden. Onomwonden benoemde hij de Duitse schuld aan ‘de grootste misdaad in de geschiedenis van de mensheid’ en dankte voor de genade en het wonder van de verzoening dat hij hier mocht spreken.

Hij keek niet alleen terug naar het verleden, maar blikte ook vooruit. En maakte zich zorgen. Over het hedendaagse antisemitisme in zijn land.

‘Natuurlijk: onze tijd is niet dezelfde tijd als toen. Het zijn niet dezelfde woorden. Het zijn niet dezelfde daders. Maar het is hetzelfde kwaad’.

Herinneren, vermanen.
Wat anders?
Maar is het genoeg?

Het is niet gek te veronderstellen dat deze Auschwitz-herdenking de laatste grote herdenking zal zijn met overlevenden van de Holocaust. Voor een ­tentoonstelling in Essen heeft men 75 van hen gefotografeerd: naar Israël uitgeweken overlevenden van de kampen.

Hannah Goslar-PickBeeld Martin Schoeller

De foto’s zijn grote portretten van gezichten in close-up, uitgelicht door studiolampen van de fotograaf. Het licht spiegelt in hun pupillen. Elk detail is te zien, op wangen, op voorhoofden, op jukbeenderen. Iedere vlek, elke rimpel. Hier boven afgedrukt is het portret van Hannah Goslar-Pick, die in 1928 in Berlijn is geboren en die in de jaren dertig met haar ouders uitweek naar Amsterdam, waar ze bevriend raakte met Anne Frank.

In Amsterdam werd ze opgepakt, ze overleefde Bergen-Belsen, waar ze ­Anne nog kort terugzag.

De in New York levende Duitse fotograaf, Martin Schoeller, portretfotograaf ook van beroemdheden uit het Amerikaanse politieke en culturele ­leven, leest niet het lijden in die gezichten, maar optimisme en trots.

Naftali FürstBeeld Martin Schoeller

De zwaarte van eind januari.

In Westerbork, het kamp waar ook Hannah moest verblijven, worden deze dagen de namen voorgelezen van de 102.000 Nederlandse Joden die de Holocaust niet overleefden. Dat gebeurt in een tent die bij het monument is geplaatst. In de tent zijn stoelen neergezet voor luisteraars en bezoekers, maar ook is het mogelijk het voorlezen te volgen via een live-stream van de NOS.

Ik deed dat op het moment dat Claudia de Breij voorlas, met een heldere en vaste stem, tien minuten achtereen, telkens dezelfde achternaam, en achter elke naam de bereikte leeftijd. ‘Drie maanden’ hoorde ik haar zeggen en even leek er in die heldere en vaste stem iets te breken.

We kunnen in gezichten kijken, naar namen luisteren, de herinnering in leven houden, de vermaningen herhalen als een mantra, maar nooit kan er een einde komen aan de waakzaamheid.

Het kwaad sterft niet.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden