OpinieStaatsbezoek

Het koloniale schuldgevoel van Nederland zegt Indonesiërs niets

Wat de koning tijdens het bezoek aan Indonesië moet benadrukken, is onze gemeenschappelijkheid, schrijft Philip Dröge.

Ineens zag ik in alle drukte onmiskenbaar dat ene logo. Herkenbaar, ook al gaat het beeldmerk toch al heel wat jaartjes mee; het blijft een van de sterkste staaltjes corporate branding die Nederland ooit heeft geproduceerd. Op het T-shirt dat de marktkoopman in de aanbieding had, stond levensgroot het embleem van de VOC.

Ik moet erbij vertellen dat die markt zich bevond in Jakarta en dat niemand de verkoper met pek en veren de stad uit joeg. Dat laatste is ook niet zo gek. Uitgerekend in het voormalige wingewest van de VOC is de Compagnie nog altijd een bekende verschijning, een beetje te vergelijken met het hoofd van Che Guevara in Europa. Het staat net als de Argentijnse strijder op de gekste producten, van mokken tot deurmatten. Toen ik de verkoper van het stalletje afgelopen jaar voorzichtig vroeg of hij geen problemen zou krijgen met zijn shirt, moest hij dan ook lachen. “Die vraag krijg ik vaker van Europeanen, maar nooit van Indonesiërs!”

Het antwoord was dus nee.

Het kolonialisme is in de voormalige kolonie namelijk niet een thema dat de gemoederen bezighoudt. Eerlijk is eerlijk, veel Indonesiërs weten er ook zeer weinig van. Op school leren ze natuurlijk uitgebreid over de vrijheidsstrijd na de Tweede Wereldoorlog en de bijpassende agresi militer Belanda, maar dat het land voor die tijd een kolonie moet zijn geweest, is een soort historisch ­niemandsland.

Mensen zijn zich er vaag van bewust, maar het zit niet in de nationale canon van belangrijke gebeurtenissen. En als het ter sprake komt, dan is het vaak zonder de zware politieke lading die het in Nederland heeft. Meer iets als een grappig verhaal uit de oude doos.

De Nederlandse aanwezigheid is zelfs bezig met een heuse revival, het koloniale centrum van Jakarta vormt een populaire bestemming voor uitstapjes. Schoolklasjes, families en collega’s gaan er graag heen. Bij dat uitstapje hoort dat je een broodje kroket gaat eten in Café Batavia, waar ze tempo doeloe schaamteloos uitventen. Op het centrale Fatahilaplein – vroeger het Stadhuisplein – kun je Nederlandse opoefietsen huren om een selfie mee te maken. Bij de huur hoort een pitrieten tropenhelm voor heren en een grote flaphoed voor dames. Zo kun je op de foto geinig koloniaaltje spelen.

De Indonesiërs zijn niet kwaad, althans, niet op ons

Bij zijn bezoek aan Indonesië, deze week, heeft koning Willem-Alexander excuses aangeboden voor het Nederlandse geweld na de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring. Het past in een patroon. Ik ben vaak in Indonesië geweest en de meest gestelde vraag na ­terugkomst is of de mensen daar ‘nog steeds kwaad op ons zijn’. De koning legde ook eerst een krans op een Indonesisch ereveld uit de onafhankelijkheidsoorlog en daarna op het Nederlandse ereveld. Eerst boetedoening, pas daarna herdenken we ons eigen verleden. Goedbedoeld, maar toch een fout.

Want de Indonesiërs zijn niet kwaad. Althans, niet op ons. Wel vaak op de eigen overheid. Op de gigantische corruptie, het wanbeleid, de onleefbare omstandigheden in steden als Jakarta. In de metropoolregio wonen nu bijvoorbeeld twee keer zoveel mensen als in Nederland, op de oppervlakte van de provincie Utrecht – het is bijna onmogelijk om dat voor te stellen.

Beloofde hervormingen zijn nooit van de grond gekomen, de overheid is hoogst onbetrouwbaar. Overbevolking is een gigantisch probleem. De straten van Jakarta overstromen ieder jaar tijdens de natte moesson weer net iets heftiger dan de voorgaande keer.

Desondanks is er economische groei en optimisme. Indonesië biedt genoeg kansen. Dat is het land waar de koning op bezoek gaat, een dynamische Aziatische democratie met een jonge bevolking en veel urgente problemen.

Ja, we hebben toevallig ook nog geschiedenis, maar het bijbehorende schuldgevoel van de Nederlanders zegt de Indonesiërs helemaal niets. Sterker nog, in hun cultuur geldt het tonen van schaamte voor het eigen verleden zelfs als problematisch. Onze schuld is namelijk hun gezichtsverlies. Ze willen juist goede gastheren zijn, geen aanstoot geven. Dus iets oprakelen dat iemands voorvaders lang geleden hebben gedaan, is een concept dat Indonesiërs niet begrijpen. Erfzonde, laat staan ­oikofobie is een westers concept.

Onze gemeenschappelijkheid is  een onder­belicht thema in Indonesië

Wat de koning en zijn gevolg van ­diplomaten en zakenmensen juist wel zouden moeten benadrukken, is onze gemeenschappelijkheid, een onder­belicht thema in Indonesië.

Uit genetisch onderzoek blijkt dat twintig procent van de Nederlanders Aziatisch erfgoed heeft. Al die dubbele helixen uit Java, Sumatra en Sulawesi verbinden ons door tijd en ruimte met het land. De invloed die Indonesië heeft gehad op Nederland is een onbekend ­fenomeen in het land. Een Indonesische journalist met wie ik vorig jaar een Nederlandse supermarkt bezocht, was totaal verrast dat we hier seroendeng en kroepoek kunnen kopen. Nooit had hij gedacht dat onze gemeenschappelijke geschiedenis zo ver van zijn huis nog zo’n duidelijk spoor had achtergelaten.

Het zijn aanknopingspunten die ­Nederland kunnen helpen een grotere rol te spelen in een van de snelst groeiende economieën van de wereld. Als we dan zo nodig ons schuldgevoel willen afkopen, dan kan het door samenwerking op dit cruciale moment in de ontwikkeling van het land. Door goedkopere oplossingen te bedenken voor het constante overstromen van Jakarta bijvoorbeeld. Of door het probleem van de dertig miljoen kilo afval per dag van de Indonesische hoofdstad het hoofd te bieden.

Innovaties, die hebben de Indonesiërs nodig om hun land nog enigszins bewoonbaar te houden.

Lees ook: 

Wat betekent het excuus van de koning aan Indonesië?

Tijdens het staatsbezoek aan Indonesië heeft koning Willem-Alexander zijn spijt uitgesproken en excuus aangeboden voor de ‘geweldsontsporingen van Nederlandse zijde’ in de jaren direct na de Proklamasi, de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring op 17 augustus 1945.

Handel, historie maar geen handen schudden tijdens staatsbezoek aan Indonesië

In het kielzog van de koning bezoekt een grote handelsmissie Indonesië, een van de grootste handelspartners in Zuid-Oost-Azië. Handen worden er niet geschud.

Waarom Nederland worstelt met een koninklijk excuus aan Indonesië

Komen er excuses van de koning aan Indonesië voor Nederlands optreden tijdens het koloniale bewind? En hoe gaan andere ex-koloniale machten met excuses om?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden