Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het kan niet en is onmogelijk tegelijk dat Van der Poel het NK heeft gewonnen

Opinie

Marijn de Vries

© Maartje Geels
Column

O jongen, niet op dat kokend hete asfalt! Met een kleine sliding is hij tot stilstand gekomen. Met hevig pompende flanken zijgt hij neer op straat. Mathieu van der Poel, de veldrijder, de modderkampioen, de winterkoning, is net Nederlands kampioen wielrennen geworden. Op de weg. Op een van hitte zinderende weg. Dat hij zich instinctief laat vallen begrijp ik volkomen, maar pas op: het is geen winter, het is verzengend heet!

Zijn rechterbil en -schouder raken het asfalt, hij schrikt niet, maar rolt langzaam door met enkel een flinterdun stofje tussen huid en straat. Hij voelt niks vreemds, lijkt het. Dat betekent maar één ding. Zo diep is hij gegaan: de longen branden meer dan de weg onder hem.

Lees verder na de advertentie

Ik ben zo benieuwd wat hij denkt, als het stof eenmaal gedaald is, het rood-wit-blauw over een stoel naast zijn bed hangt, zodat hij hem bij het ontwaken ziet. Zou die trui er eigenlijk wel hangen? Daar waar andere renners de driekleur in hun dromen voorbij zien komen en voor wie het enkel bij dromen blijft, heeft Mathieu al een kledingkast vol rood-witblauw. En een regenboog. Gewonnen in het veld, dat wel. Maar écht uniek is zo’n trui voor hem niet meer.

Met slechts duizend weg­koers­ki­lo­me­ters in de benen had Mathieu aan de start van het NK gestaan

Nog liever zou ik een kijkje in de hoofden van de concurrentie nemen. Met nog zesenvijftig kilometer te gaan dachten ze vast: haha, daar demarreert die gekke Van der Poel. Te ongeduldig om te wachten, zoals een goed wegrenner betaamt. Oké, we moeten hem niet onderschatten. Hij won al een paar semigrote dingen, sprintte een keer Nacer Bouhanni eruit. Maar nu ontsnappen…? Jong veulen. Haha.

Het had geen zin, op dat moment. Vijftien kilometer verder probeerde Mathieu het nog een keer. Er ontstond een kopgroep van vier renners. Prima, dachten de geelhemden in het peloton. Laat maar rijden. Onze sprinter zit erbij. Die hoeft niks te doen. En als het gat wordt dichtgereden, dan hebben we nóg een sprinter voor de winst. Maar die gele sprinter in de ontsnapping, Danny van Poppel, werd zenuwachtig. Wat zal er door zijn kop zijn gegaan?

Modderhapper

Shit, wat doet die Van der Poel? Hij lijkt zo sterk. Dat kan toch niet. Zo’n crosser. Zo’n modderhapper. Die kan fel aanzetten, maar koerst normaal anderhalf uur en niet veel meer. Hij ziet er nog zo fit uit. Als hij mij eruit sprint, zou dat echt een flater zijn. Hij hoort dat niet te kunnen, na tweehonderdtwintig kilometer wedstrijd. Danny werd zo zenuwachtig dat hij demarreerde. Tevergeefs.

Misschien maar goed dat Danny op dat moment niet wist wat ik had opgezocht. Want dan had schaamte hem wellicht tot verlammens toe vervuld. Met slechts duizend wegkoerskilometers in de benen had Mathieu aan de start van het NK gestaan. Dan een heel peloton profs deklasseren met veelal zevenduizend koerskilometers of meer op de teller, hoort niet. Dat kan niet en is onmogelijk tegelijk.

Je hoort dan al helemaal niet teruggepakt te worden met zoveel energie over dat je je nog kunt plaatsen voor de sprint. Je hoort erdoor te zakken. Genadeloos. En te luisteren naar de mooie woorden achteraf. Van goed geprobeerd, goed laten zien, zeker voor een veldrijder tussen absolute wereldtoppers op de weg. Maar Mathieu sprintte, duwde nog even iemand bijna teder opzij, sprintte verder en overwon.

Ik wil het zo graag weten: wat moeten ze gedacht hebben, al die mannen in het peloton?

Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier meer van haar columns.

Lees ook: Mathieu van der Poel is nu met de weg- én veldtitel op zak officieel een alleskunner

Wat was Mathieu van der Poel blij en wat was hij moe, kort na de sprint om de Nederlandse titel in het Brabantse Hoogerheide. Liggend op de weg, kapot na een laatste krachtsinspanning, balde hij de vuisten. Hij, als veldrijder, had alle wegrenners te kijk gezet.

Deel dit artikel

Met slechts duizend weg­koers­ki­lo­me­ters in de benen had Mathieu aan de start van het NK gestaan