OpinieCommentaar

Het is tijd voor een slavernijmuseum

null Beeld

Wat staan ze er stoer bij, het dertigtal chic uitgedoste mannen met hun lansen, zwaarden en gevederde hoeden. Het schuttersstuk Schutters van wijk VIII in Amsterdam onder leiding van kapitein Roelof Bicker van Bartholomeus van der Helst toont ons de zeventiende-eeuwse gegoede burgers van Amsterdam, die zich vol bravoure laten portretteren. In de eregalerij van het Rijksmuseum zullen heel wat bezoekers hun ogen over het schilderij hebben laten dwalen. Maar hoeveel van hen hebben de zwarte jongen in het midden opgemerkt? Hij draagt een rode mantel in zijn armen en is zonder twijfel het ‘slaafje’ van kapitein Bicker.

Je ziet het pas als je het doorhebt, zei Johan Cruijff al. De tentoonstelling Slavernij, die nu in het Rijks­museum te zien is, bewijst het gelijk van deze stelling. We hebben op school geleerd dat Nederlanders tot in de negentiende eeuw rijk werden van het werk dat slaafgemaakten voor hen uitvoerden. Maar begrijpen we ook de impact ervan? Of zijn witte Nederlanders blind voor de vele signalen, zoals deze jongen op dit prominente schilderij? En staan zij wel open voor de pijn die het slavernijverleden nog altijd veroorzaakt?

Het heeft lang geduurd voor er in Nederland een omvangrijke tentoonstelling was over dit smadelijke deel van de Nederlandse geschiedenis. Alle lof voor het Rijksmuseum, dat niet de gemakkelijke weg heeft gekozen met kunstobjecten en snuisterijen uit het verleden, maar jonge aansprekende mensen van kleur erbij heeft betrokken, die laten zien hoe het slavernijverleden doorwerkt in hun levens. Het is hoopgevend dat de kaartjes voor deze tentoonstelling snel weg zijn.

De kracht en strijd van de slaafgemaakten

Nog hoopgevender is het dat er nu een interessant plan ligt voor een permanent museum over het slavernijverleden. Een nieuw gebouw, zonder koloniale associaties, is de wens van de Regiegroep Na­tionaal Trans-Atlantisch Slavernijmuseum. Bijvoorbeeld aan de noordelijke IJ-oever in Amsterdam. Nu moet er nog voldoende politieke steun komen om dit plan, waarvoor tientallen miljoenen nodig zijn, waar te maken.

Het zou een plek moeten zijn waar Afro-Nederlanders over de slavernij van hun voorouders kunnen horen, met als uitgangspunt de kracht en strijd van de slaafgemaakten, niet hun slachtofferschap.

Net zo belangrijk is dat volgens de regiegroep de tweede doelgroep bestaat uit studenten, scholieren en docenten. Dit deel van de geschiedenis en de doorwerking ervan in het heden kunnen immers pas echt onderdeel van onze culturele bagage worden als ze structureel aandacht krijgen in het onderwijs.

Want je ziet het pas als je het doorhebt.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden