Column Sylvain Ephimenco

Het is tijd om te stoppen met concentratiekampen voor varkens

Het was nog vroeg gisterochtend toen ik het reclamespotje op NPO 2 zag. Reclamespotje is wellicht bezijden de waarheid, omdat hier geen product werd aanbevolen. De organisatie World Animal Protection vroeg aandacht voor de belabberde conditie waarin dieren verkeren in onze intensieve veehouderij. 

Er was een tijd dat een dergelijk spotje mij hooguit een geeuw had ontlokt. Maar hier zag je geen afschrikwekkende maar juist lieflijke beelden: een man die met zijn kip kroelde of een varkensmoeder die in alle vrijheid tussen haar biggetjes knorde. Ja, zo hoor je met dieren om te gaan, ook als je ze vervolgens gaat verorberen. Ideële reclame dus met als thema ‘stop de kooien’.

Grootste varkensramp ooit

Misschien had deze zomer de foto van die duizenden varkens in een megastal, opeengepakt tussen metalen stangen, voor een omslag bij me gezorgd. Dit was een varkensconcentratiekamp. Ik had wel meer van die prentjes gezien, maar dit was misschien de druppel die de gierput deed overlopen. Het was vorige maand, net na de brand in een megastal in Maarheeze, waar tweeduizend varkens doodgingen. 

Maar twee jaar geleden in Erichem waren er tien keer zoveel slachtoffers. De grootste varkensramp ooit voor Nederland vond plaats in een concentratiestal, waar twintigduizend varkens het leven lieten. Als je beschouwt dat varkens relatief intelligente en gevoelige wezens zijn, die gemiddeld even zwaar zijn als, of zwaarder dan een mens, kun je misschien de volgende vergelijking slikken: in die ‘schuur’ in Erichem ging een populatie in vlammen op die ongeveer even groot was als die van een stad als Enkhuizen. Verschil mag er ook zijn: de 18.500 inwoners van Enkhuizen beschikken over 12,42 vierkante kilometer grondoppervlak, terwijl die 20.000 verbrande varkens alleen hun concentratiestal hadden.

Empathieloze scribent

Ik wilde gisterenochtend iets over dierenwelzijn schrijven en ging daarom het internet op. Vrij snel kwam ik bij een abominabele tekst van een empathieloze scribent, die beweerde dat we niet hypocriet moeten doen, want dankzij de bio-industrie ‘weten varkens tenminste waar ze aan toe zijn.’ Die moeten we niet in ‘de watten leggen’ en ook ‘geen illusie en geen hoopvolle verwachtingen’ geven, want ‘de tafel is de enige uitweg voor hun droeve existentie.’ 

Deze tekst werd op 11 november 1998 in De Groene Amsterdammer gepubliceerd en de auteur, dat was ik. Kan iemand mij helpen om de uitdrukking ‘gratuite provocatie’ in ‘varkensschaamte’ om te zetten?

Laat ik het dan zakelijk formuleren. We worden verzocht om minder vlees te eten, niet vanwege de schandelijke dierenbehandeling maar wegens te veel CO2-uitstoot. De mens denkt altijd eerst aan zichzelf. Maar ook al eten we minder vlees, nog zullen 25 miljoen varkens worden ‘geproduceerd’ die voor 80 procent voor de export zijn bedoeld. Ook de schoorsteen van de varkensboer moet blijven roken. 

Minder vlees? Misschien, maar vooral veel minder varkens en dan in ruime en vriendelijke stallen. Exit export: voor de huidige Nederlandse consumptie zijn hooguit vijf tot zes miljoen varkens nodig.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees ze hier terug.

Lees ook:
De Vlamingen komen in verzet tegen grote ‘stinkstallen’

Belgische boeren breiden steeds meer uit. Tegenstanders beginnen zich nu te roeren. ‘Dit is geen landbouw meer, maar agro-industrie.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden