CommentaarSongfestival

Het is te verdedigen dat de overheid meebetaalt aan het Songfestival

Drie keer op rij het Songfestival winnen, zoals Ierland in 1992, 1993 en 1994, is misschien wat veel van het goede. Tenminste, als de landelijke overheid elke keer moet bijspringen om de begroting rond te krijgen. 

Dat schrikbeeld van minister Slob (media) is vooralsnog ver weg: tussen de laatste twee Nederlandse zeges, die van Duncan Laurence en die van Teach-In, zat 44 jaar. Alle reden dus om in mei flink uit te pakken, en dat de overheid daaraan meebetaalt is verdedigbaar. Hopelijk wordt het weer een echt Europees feest, met meer dan 180 miljoen kijkers, zoals vorig jaar.

Vreemd is wel dat Slob nog voor de organiserende omroep AvroTros hem iets had gevraagd, stelde dat er niet hoefde te worden gerekend op een bijdrage van het kabinet. Maar de minister hield zijn poot niet lang stijf. Hij draagt 12,4 miljoen euro bij, die hij haalt uit de meevallende reclame-inkomsten van de publieke omroep. Normaal gaat dat in de omroepreserve, maar in dit geval strijkt de minister met de hand over het hart.

Het is een voorbeeld van zijn beleid zoals dat in de praktijk vaak wordt gevoerd rond de publieke omroep: een ferme houding bij de start van een discussie om later alsnog deels of geheel aan de wensen van Hilversum te voldoen.

Bovenal is dit een Europees feest waar je als gastland niet te krenterig over moet doen

Slob was aanvankelijk ook niet bereid de teruglopende reclame-inkomsten bij de publieke omroep te compenseren met geld uit zijn begroting. Dat plan ligt inmiddels op het kerkhof van goede voornemens. Deels onder druk van een Tweede Kamer, die kennelijk geen weerstand kan leveren aan eisen uit Hilversum, deels door eigen beleid.

Nu draait Slob opnieuw om het Songfestival financieel te ondersteunen. Ook al is dat in dit geval verdedigbaar, het vraagt wel om een goede onderbouwing. Want ook betaaldvoetbalorganisaties die in de problemen raken, vragen hulp van de overheid, evenals de Formule 1-wedstrijd op het circuit van Zandvoort.

Het is geen taak van de overheid, gemeentelijk of landelijk, om betaald voetbal en autoraces, waar grof geld aan wordt verdiend, financieel te ondersteunen. Maar als na 44 jaar Nederland eindelijk gastland mag zijn van een internationaal feest, dat ook nog de Europese gedachte uitdraagt en een uitgesproken inclusief karakter heeft, mag dat best wat kosten. Het gaat hier niet om een exclusief omroepfeest, maar om een eenmalig evenement waar Nederlanders uit allerlei geledingen én mensen in Europa naar uitkijken. Dat blijkt al uit het feit dat er 650 vrijwilligers worden geworven. Natuurlijk gaan ook hier bepaalde partijen geld aan verdienen. Maar bovenal is dit een Europees feest waar je als gastland niet te krenterig over moet doen.

De mening van de krant, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden