Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het is onmogelijk om zowel jan ­salie als Hansje Brinker te vriend te houden

Opinie

Hans Goslinga

Hans Goslinga © Foto: Jörgen Caris
column

De christen-democraat Jan de Koning vond dat het de taak van een politicus is zijn kiezers een meter verder te laten springen dan ze geneigd zijn te doen. De grote kwesties van deze tijd, de migratie en de opwarming van de aarde, vragen om zulk leiderschap in de meest letterlijke zin, maar bestaat het nog?

Je kunt zeggen dat Jan de Koning (1926-1994) gemakkelijk praten had, omdat in zijn dagen politici konden rekenen op een trouwe aanhang. Maar dat is de zaken omdraaien. Jan de Koning voerde in de jaren tachtig als minister van sociale zaken in de no-nonsense kabinetten-Lubbers een hard bezuinigingsbeleid en diende een partij die velen als een sterfhuisconstructie zagen. De verkiezingen van 1986 en 1989 lieten zien dat regeren loonde en het CDA levensvatbaar bleek.

Lees verder na de advertentie
Alleen kloek en moedig leiderschap is in staat de vicieuze cirkel te doorbreken

De politieke slagvaardigheid uit die dagen is thans ver te zoeken. In het vraagstuk van de migratie hebben de partijen die in de twintigste eeuw de staat droegen, het initiatief uit handen gegeven, waardoor ze speelbal zijn geworden van irrationele politieke krachten die hun kans schoon zagen weer uit de schaduw te treden. In partijpolitieke zin is het belangrijkste gevolg dat de volkspartijen feitelijk niet meer bestaan. Hoed en pet zijn uit elkaar gespeeld en hebben ruimte gecreëerd voor het uitbaten van een tegenstelling elite-volk, die nu het klimaatdebat parten dreigt te spelen.

Voor het aanpakken van deze kwestie is dat de slechtst denkbare tegenstelling. De Duitse socioloog Helmuth Plessner constateerde een eeuw geleden dat Nederland zijn kracht ontleent aan de strijd tegen het water. Door de ontginning van de lage veengebieden, de indijking van het land en de regulering van het water hebben de Nederlanders, schreef hij, al vroeg geleerd rationeel te handelen in groepsverband. Goethe mocht vinden dat je een Hollander moest zijn om met de tulp te sympathiseren, Plessner wees op een sterke eigenschap van ons volk, die van pas kan komen nu de natie opnieuw voor de opdracht staat het wassende water het hoofd te bieden. Deze strijd kan, als bijkomend voordeel, een eind maken aan het vermoeiende en vruchteloze identiteitsdebat.

Populistisch gesnater

Misschien zat het Jan de Koning destijds in zoverre mee dat als gevolg van de tweede oliecrisis veel bedrijven kapotgingen en het aantal werklozen in razend tempo groeide; een betere illustratie van de noodzaak voor economisch herstelbeleid was niet denkbaar. Bij de strijd tegen de klimaatopwarming is het vooralsnog wat moeilijker de geest van Hansje Brinker op te roepen, omdat de noodzaak van een stevige aanpassing in twijfel wordt ­getrokken. Bij het wankelmoedige leiderschap van de regerende coalitie krijgt die twijfel te veel politieke ruimte. Ook al wordt er onzin verkondigd, in onze nationale genen zit ook jan salie, een figuur die niet snel in beweging is te krijgen en zich het populistische gesnater graag laat aanleunen. Dat kan fataal worden.

Hansje Brinker © rv

Nederland is trots op de Zuiderzee- en Deltawerken, maar deze ingrepen in de natuur kwamen pas tot stand nadat watersnoodrampen in 1916 en 1953 de noodzaak hadden aangetoond – als het kalf verdronken is, dempt men de put, is in ons land echt een waarheid als een koe. In de naoorlogse jaren werden waarschuwingen van waterbouwkundigen dat de zeedijken in Zuid-Holland en Zeeland te laag ­waren telkens in de wind geslagen. Het lijkt me daarom onmogelijk, zoals de fractieleiders van de coalitiepartijen VVD en CDA beogen, zowel jan ­salie als Hansje Brinker te vriend te houden. Die tweeslachtigheid telt ­alleen maar op bij de weifelmoedigheid, die er zelfs toe heeft geleid dat onze politici zich verschuilen achter klimaattafels en cockpitoverleg: als we de verantwoordelijkheid maar zo diffuus mogelijk te maken, ontlopen we de straf van de kiezer.

Schijntegenstelling

Het kan niet anders of Jan de Koning draait zich om in zijn graf. Was hij dan zo radicaal? Welnee, in het elfde uur was hij ook pragmatisch, getuige zijn van de Friezen geleende motto ‘Als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan’. Maar pas in het elfde uur van de besluitvorming, niet op voorhand. Je kunt veel begrip ­opbrengen voor de benarde electorale positie van de regerende partijen, maar kiezers naar de mond praten of meegaan in een schijntegenstelling die de polarisatie alleen maar aanwakkert, is geen strategie die de natie ­opbeurt en de roep van de jongste ­generatie Nederlanders beantwoordt Hansje Brinker tegen de geest van jan salie in te zetten.

Alleen kloek en moedig leiderschap is in staat de vicieuze cirkel te doorbreken waarin Nederland als politieke ­gemeenschap gevangen is geraakt. Het alternatief is dat het krachtenveld verder uit elkaar wordt getrokken, de krachten uit de schaduw van de geschiedenis meer ruimte krijgen en niemand op tijd een vinger in de dijk steekt.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie.

Deel dit artikel

Alleen kloek en moedig leiderschap is in staat de vicieuze cirkel te doorbreken