null Beeld

CommentaarCollectief fonds

Het is na ‘Peking’ het overwegen waard om de Winterspelen op een vaste plaats te houden

Redactie Trouw

De Olympische Winterspelen van Peking, die zondag werden afgesloten, kunnen goed de vreemdste ooit zijn geweest. Al die wintersporten in een niet-wintersportland – accommodaties moesten met kunstsneeuw worden opgetuigd en ergens op een verlaten industrieterrein in de Chinese hoofdstad verrees, met dat artificiële spul, de schans voor het snowboarden.

Niet alleen dat was vreemd. Autocratische regimes gebruiken grote sportevenementen graag om naar buiten toe goede sier te maken, maar daarvan was in dit geval geen of minder sprake. Dit moest, anders dan de Zomerspelen van 2008 in Peking, vooral een nationaal feest voor de Chinezen worden, had president Xi Jinping bepaald – vanuit de gedachte waarschijnlijk dat China als groeiende wereldmacht meer nu niet nodig had. Maar hoe bevreemdend was het juist daarom te vernemen dat de Winterspelen aan de Chinezen goeddeels voorbijgingen, dat er in het straatbeeld weinig van te merken was.

Wintersporten in een wezensvreemde omgeving

Daar droeg corona aan bij, met de streng bewaakte scheiding tussen de bubbels van de sporters en het burgerleven daarbuiten. Maar ook zonder corona was het al onwerkelijk: wintersporten in een wezensvreemde omgeving, en waarom daar dan?

Natuurlijk werden op deze vreemde Spelen prachtige prestaties geleverd. Mooi waren voor Nederland de gouden medailles van Irene Schouten, Suzanne Schulting, Kjeld Nuis en Thomas Krol, en speciaal was die van Ireen Wüst, de routinier die zestien jaar na haar eerste goud haar zesde won.

Allemaal schaatsers, waartoe toch ook shorttrackster Schulting mag worden gerekend. Dat zegt ook iets over de Winterspelen, een verzameling van sporten waarvoor op weinig plekken (en steeds minder door de klimaatverandering) geschikte omstandigheden zijn, en die daardoor op beperkte schaal worden beoefend. Wat is er in de afgelopen twee weken niet aan ons voorbijgegaan aan bobsleeën, biatlon en langlaufen, sporten met een smalle top waarin atleten zoals Nederlanders in het schaatsers veel, en in sommige gevallen ook langdurig, kunnen winnen.

Bekostig de Spelen uit een collectief fonds

De kosten van deze kunstmatige Winterspelen, die relatief ‘goedkoop’ zouden zijn omdat accommodaties uit 2008 kon worden gebruikt, zijn onderwijl gigantisch opgelopen. Met 38,5 miljard dollar benaderen ze de 40 miljard die Sotsji 2014 kostte, Spelen die golden als propagandaproject van de Russische president Vladimir Poetin. Ook dat is, gezien de geschetste bedoelingen van China, bevreemdend.

Het zet aan tot nadenken. Het is onderhand zo gek niet om te filosoferen over een vaste plaats om grote sportevenementen te houden, waarbij ze uit een collectief fonds bekostigd zouden worden. Dat is misschien onhaalbaar voor Zomerspelen en het WK voetbal, met breder beoefende en toegankelijker sporten, omdat te veel geschikte organisatoren zouden worden buitengesloten. Maar voor de kleinschalige Winterspelen is het het overwegen waard, zeker ook ten behoeve van de sporters. Het laatste olympische kunstje van Ireen Wüst in het bijzonder had een passender decor verdiend.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden