Opinie

Het is in niemands belang dat burgers het werk van politici overnemen

Koningin Máxima houdt een toespraak bij het seminar Meedoen Geld(t). Beeld ANP

Het lijkt zo mooi, al die burgerparticipatie, maar ze holt de representatieve democratie uit, waarschuwt filosofe Annemarie Kok.

Krijgen burgers meer directe invloed op het landsbestuur dankzij de commissie-Remkes die onder meer voorstelt een gekozen formateur en een bindend referendum in te voeren? Johan Remkes zelf zou het een schande vinden, zei hij, als het huidige stelsel niet wordt gewijzigd. De representatieve democratie is de laatste jaren echter al lustig verbouwd: door een wildgroei aan nieuwe vormen van burgerparticipatie – van ‘burgertop’ tot ‘burgerbegroting’ – kan elke gemeente tegenwoordig haar eigen versie van de democratische rechtsstaat creëren.

In Trouw schreven Linze Schaap en Daan Jacobs dat ‘de effecten van al die vernieuwingen tegenvallen’, gemeten naar het doel om de afstand tussen burgers en politiek te verkleinen (Opinie, 19 december). Volgens hen zijn er twee redenen waarom lokale democratische innovaties niet goed werken. Ten eerste maakt niet iedereen er al gebruik van. Ten tweede ervaren degenen die wél participeren dat er met hun inbreng weinig wordt gedaan. De remedie van Schaap en Jacobs: geef diverse groepen burgers nóg meer macht en middelen, zodat zij echte invloed krijgen.

Dit voorstel bevat weinig nieuws – de strekking komt overeen met het democratiebeleid dat D66-minister Kajsa Ollongren van binnenlandse zaken deze zomer presenteerde. Maar bovenal is de gesuggereerde oplossing onzalig. Deel van de oorzaak van het niet optimaal functioneren van democratie en overheid is juist dat de bestaande representatieve democratie de laatste jaren door parlement, regering en gemeentebesturen stelselmatig is uitgehold.

Een kleine reconstructie kan verhelderen hoe we in Nederland de weg zijn kwijtgeraakt wat betreft de democratisch-rechtsstatelijke positie van bestuur en burger.

Machtsoverdracht

In 2012 stemde de voltallige Tweede Kamer per motie voor een substantiële machtsoverdracht aan burgers op het lokale niveau. In datzelfde jaar stelden ook belangrijke adviesraden van de ­regering dat de samenleving moest worden ‘teruggegeven’ aan burgers. De rijksoverheid kwam vervolgens met twee nieuwe democratietypen op de proppen: ‘doe-democratie’ en ‘participatieve democratie’.

In de doe-democratie krijgen burgers van de overheid meer dan voorheen gelegenheid om naar eigen inzicht sociale of ruimtelijke initiatieven te ontplooien in hun wijk of woonplaats. Met participatieve democratie wordt meestal bedoeld dat willekeurige burgers de gemeente mogen helpen met het bepalen van de politieke agenda en met plannen maken en beslissen.

Dat deze uitbreiding van burgermacht zich heeft voltrokken, is omdat alle politieke partijen in Nederland menen dat de overheid nog maar een van de maatschappelijke spelers is, naast bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers. Door een gemiddeld hoger opgeleide bevolking, door internet en sociale media zou de samenleving ‘horizontaal’ zijn geworden. En dus, zo redeneren politici tegenwoordig, zijn ook niet-politici in principe een gelijkwaardige samenwerkingspartner – denk hierbij ook aan recente fenomenen als ‘klimaattafel’ en ‘obesitastafel’.

Bevoegd én verplicht

Een staatsrechtelijk feit is echter nog altijd dat niet burgers (en de markt), maar bestuurders en volksvertegenwoordigers bevoegd én verplicht zijn om overheidsbeleid te ontwikkelen en bindende besluiten te nemen. Het is hún taak om uiteenlopende belangen, opvattingen en adviezen af te wegen, ieders grondrechten voor ogen te houden, op actuele omstandigheden te reageren, kortom: voor tal van ingewikkelde kwesties oplossingen te verzinnen waarmee velen kunnen leven.

Met dit democratische systeem zijn veruit de meeste burgers nog altijd in hun sas. Maar zowel Haagse als lokale politici distantiëren zich er dus steeds meer van. Dit getuigt niet alleen van een misplaatste zelfaversie en van het ontlopen van verantwoordelijkheid. Het probleem is ook dat een vertegenwoordigende democratie vleugellam wordt als burgers voortdurend in alles worden gekend en zelf voor overheid gaan spelen. Bovendien ligt teleurstelling per definitie op de loer: we kúnnen niet constant allemaal onze zin krijgen.

Natuurlijk moeten politici en bestuurders in goed contact staan met burgers. Maar het is in niemands belang dat burgers het werk van politici overnemen. Wie in deze roerige tijden onvrede over ‘de politiek’ in toom wil houden, moet juist voorzichtig omspringen met onze indirecte democratie én de speciale maatschappelijke opdracht van de overheid erkennen.

Lees ook:

Vernieuwing van de democratie kan veel verder gaan

Met meer participatie van burgers ben je er niet, je moet hun daadwerkelijk zeggenschap geven, menen Linze Schaap en Daan Jacobs, onderzoekers aan het departement Politiek en Bestuur van de Tilburg University.

Het advies van de commissie-Remkes verdient een diepgravend debat

De analyse in het eindrapport van de staatscommissie parlementair stelsel staat als een huis. Er zijn grote problemen in de democratie, doordat groepen zich gebrekkig vertegenwoordigd voelen. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden