column

Het is geruststellend én wrang dat het Europese project voortduurt ondanks decennia van vervreemding

Beeld Jörgen Caris

‘Verenigd Europa? Mijn idee!’, met een groot portret van Adolf Hitler stond dit op een poster bij de Europese verkiezingen in 1979.

Het Anti-Verkiezings-Komité wilde hiermee kiezers ontmoedigen hun stem uit te brengen tijdens de eerste verkiezingen voor een rechtstreeks gekozen Europees Parlement op 7 juni.

Het was onderdeel van een reeks acties die de opkomst bij deze verkiezingen moesten drukken: het verstoren van de opnames van Mies Bouwmans ‘Europakwis’, het bekladden van Nijmeegse kieslokalen met de leus ‘Wir haben es nicht gewusst’, het opzetten van alternatieve stemlokalen waar kiezers hun stembiljetten in afvalbakken konden deponeren en het sturen van nepbrieven op briefpapier van Brabantse gemeenten, waarin stond dat de verkiezingen een dag werden uitgesteld.

Al met al zullen deze acties weinig effect hebben gehad op de stembusgang. Toch gaven ze uiting aan de tegenzin en aarzeling over Europa die Nederland ook in 1979 kende. Slechts 58 procent van de kiezers kwam opdagen. Een ontstellend laag opkomstpercentage vond men toen, vergeleken met de 88 procent die twee jaar ervoor had gestemd tijdens de Kamerverkiezingen. Hoewel dit percentage hoger was dan in het Verenigd Koninkrijk – met een opkomst van 30 procent – werd het als een afgang gezien. En de opkomst zou in de jaren erna nog verder dalen.

De verkiezingen van 1979 laten zien dat de verhouding tot Europa in de recente Nederlandse geschiedenis zelden warm is geweest. Hoewel 84 procent van de Nederlanders in dat jaar meende dat stemmen voor een Europees parlement een goede zaak was – geen ander volk scoorde zo hoog – viel de praktijk tegen. Ook toen beleefden Nederlanders de Europese overheid al als een afstandelijke en ondoorgrondelijke bureaucratie waar geld naartoe vloeit zonder verantwoording af te leggen. Het is zowel geruststellend als wrang dat het Europese project blijft voortduren ondanks decennia van vervreemding.

Conservatief en kapitalistisch

Toch zijn er belangrijke verschillen met veertig jaar geleden. Ik noem er drie. Het eerste verschil is dat het gros van eurosceptici nu eerder (extreem-)rechts is dan (extreem-)links. In de beginjaren waren vooral de Nederlandse communisten en de PSP fel anti-Europa, maar ook de PvdA onder Joop den Uyl was ambivalent. Europa werd gezien als conservatief, kapitalistisch, anti-democratisch en autoritair. Het verzet was vaak anti-Duits; de Duitse sociaal-democraten waren al veel te rechts, en Europa zou te veel zijn bepaald door de reactionaire CSU uit Beieren. 

De linkse euroscepsis is niet geheel verdwenen (denk aan de SP), maar de huidige tegenstanders benadrukken vooral nationaal zelfbehoud, meestal een rechts thema.

Een ander verschil is de fragmentatie van de politiek. Bijna tweederde van de stemmen in 1979 ging naar slechts twee partijen: CDA en PvdA en samen veroverden ze 19 van de 25 Nederlandse zetels in het Europarlement. De liberalen waren nog in opkomst en kleinere partijen scoorden later beter. Vanaf 1979 zouden de christen- en sociaal-democraten samen een bepalende meerderheid vormen. Dat betekende meer stabiliteit en daardoor weinig aandacht voor het onbehagen over Europa, dat er altijd was geweest.

Het belangrijkste verschil is dat het Europarlement nu een stuk machtiger is dan toen. Nu hebben we het Verdrag van Maastricht en de Europese Unie, en toen was Europa nog slechts een economische gemeenschap. De bevoegdheden van het parlement zijn stelselmatig uitgebreid. De voorstellen van de Europese Commissie moeten worden goedgekeurd door het parlement en het heeft ook zeggenschap over de wetgeving van nationale parlementen. Volgens Volkskrant-correspondent Marc Peeperkorn is de macht van het parlement nog groter geworden in de nasleep van de financiële crisis van de afgelopen jaren.

Meer dan in 1979 doet het Europees Parlement ertoe. Maar juist omdat het meer macht heeft, moet het meer gezag genieten. En het is nog niet duidelijk of deze verkiezingen bijdragen aan het doorbreken van de scepsis die ons al een generatie lang kwelt.

James Kennedy

James Kennedy (1963, Orange City, Iowa) is een Amerikaanse historicus met Nederlandse wortels. Sinds 2003 is hij hoogleraar geschiedenis in Nederland. Op trouw.nl/jameskennedy leest u zijn eerdere columns.

Meer over de Europese verkiezingen leest u in ons dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden