Commentaar Artikel 23

Het is geen goed idee de vrijheid van onderwijs aan te passen in de Grondwet

George Orwell schreef het al in zijn roman ‘Animal Farm’: op de dierenboerderij zijn alle dieren gelijk, alleen sommige dieren zijn meer gelijk dan anderen. De associatie met Orwells boek dringt zich op bij het aanhoren van politici die het lesmateriaal op islamitische scholen dermate een doorn in het oog is, dat zij zoeken naar wegen om de Grondwet op dit punt niet van toepassing te verklaren.

VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff suggereerde onlangs zelfs artikel 23 ondergeschikt te maken aan artikel 1, het non-discriminatieartikel. Alsof er een hiërarchie zou kunnen bestaan in grondrechten.

De worsteling van de politiek met islamitisch onderwijs en wat kinderen daarin wordt voorgehouden over bijvoorbeeld homoseksualiteit is desondanks begrijpelijk. Aanpassing van artikel 23 is echter niet de weg, laat staan dat het artikel ondergeschikt gemaakt zou kunnen worden aan een ander artikel van de Grondwet.

De vrijheid van onderwijs zou, mocht er nu nog geen grondwetsartikel bestaan, in deze tijd wellicht heel anders geformuleerd worden. Het artikel is het product van de verzuilde samenleving, een samenleving waarin groepen vreedzaam naast elkaar maar niet met elkaar leefden. Tegenwoordig ligt de nadruk, ook onder druk van de komst van nieuwe groepen naar Nederland, veel meer op gedeelde waarden.

Overheid dient instrumenten in handen te hebben om in te grijpen

De wijze waarop islamitische basisscholen, getuige het lesmateriaal, invulling geven aan die gedeelde waarden is om het zacht uit te drukken zeer merkwaardig. Het is echter ten principale de vraag of islamitische scholen expliciet gedwongen zouden moeten worden om positief te spreken over homoseksualiteit of om meisjes geen kledingvoorschriften te geven.

Ook op conservatief-christelijke scholen wordt ­immers niet positief gesproken over homoseksualiteit en wordt het dragen van broeken door meisjes op zijn minst ontmoedigd.

Er zijn desondanks grenzen aan wat een samenleving moet en mag toelaten in het bijzonder onderwijs. Als uiteindelijk jongeren worden aangemoedigd om met de rug naar de samenleving te staan, dient de overheid instrumenten in handen te hebben om in te grijpen.

Die zijn er vooralsnog meer dan voldoende. Het kan niet zo zijn dat, nu we te maken hebben met het fenomeen islamitisch onderwijs, de vrijheid van onderwijs kan verworden tot een gedwongen aanvaarding van de ideologie van de meerderheid.

Dan dient de politiek principieel te zijn en dient ­artikel 23 in zijn geheel te worden afgeschaft. In dat ­geval gooit de politiek het kind met het badwater weg. Per ­definitie een niet aanbevelenswaardige handeling.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden