null Beeld

ColumnStevo Akkerman

Het is alsof we leven in een land zonder buitenland, ook in de formatie

Stevo Akkerman

Het was een vredige dag geweest, met aan het einde van de middag een fietstocht langs de Schie, een glas bier op de Markt in Delft, roeiers op het water, uitgelaten toeschouwers aan beide oevers, avondzon. Maar bij thuiskomst bleek het oorlog. Wat was er gebeurd? Dit: ik las twee stukken van gewaardeerde NRC-columnisten, waarin ze de blik naar buiten richtten en weinig goeds zagen.

‘Het moeilijkste is te erkennen dat het gewoon oorlog is met Rusland’, schreef Europa-kenner Caroline de Gruyter. Volgens haar moet er een veel beslister antwoord komen op de subversieve acties van Moskou, dat met militaire acties, vergiftigingen, cybercrime en des­informatie de wereld naar zijn hand probeert te zetten.

Nog veel te veel, voeg ik daaraan toe, zijn we geneigd te denken dat de verstikking van alle politieke vrij­heden in Rusland – naar Wit-Russisch model – iets is dat ons niet aangaat. Binnenlandse aangelegenheden, niks aan te doen. Maar die hebben, zeker in het geval van een voormalige supermacht, buitenlandse repercussies. Poetins creatie van een nieuw Russisch nationalisme leunt sterk op het niet-westers zijn, erger nog: op vijandschap. Zijn spreekbuis op de staatstelevisie, Dmitri Kiseljov, zei het deze week zo: “De haat jegens Rusland en Wit-Rusland kan verklaard worden uit het feit dat wij niet buigen voor de westerse waanzin. Amerika en Europa hebben hun traditionele cultuur verbannen, van homoparades tot geslachtsveranderingen en verering van nazisme in Oekraïne. Wij zijn anders, wij zijn vreemden voor het Westen.”

Moeten we dit ‘oorlog’ noemen?

Gegeven dit gekwetste zelfbeeld is het niet verrassend dat de Russische Veiligheidsraad een nieuwe doctrine heeft aangekondigd om ‘de spirituele en morele waarden’ van de Russen op militaire wijze te beschermen. Moeten we dit ‘oorlog’ noemen? Ik aarzel, maar ik besef dat dat is omdat ik bij de Schie woon, en niet in Oost-Oekraïne of op de Krim.

Het tweede stuk dat ik las was van Luuk van Middelaar, hij schreef over de Nederlandse deelname aan een marinemissie naar de Zuid-Chinese Zee. Het Britse vliegdekschip Queen Elizabeth is de aanvoerder, de Amerikanen participeren, Nederland is erbij met een fregat. Deze missie geeft twee belangrijke signalen af: aan Peking dat het geen vrij spel heeft in de (betwiste) Zuid-Chinese wateren, en aan Washington dat er nog steeds sprake is van een Europees-Amerikaans bondgenootschap.

Die beide essentiële doelen, zo noteert Van Middelaar, worden in de Kamerbrief van minister Bijleveld van defensie niet genoemd. Terwijl ze wel, net als de dreiging vanuit Rusland, vragen om een weldoordachte politieke afweging. Staan we in de krachtmeting tussen China en de VS onvoorwaardelijk aan de Amerikaanse kant? Ook na het echec in Afghanistan en Irak? Ook na de Amerikaanse afkeer van Europa die bleek onder Trump en die echt niet zomaar verdwenen is? Ik bedoel dit niet als retorische vragen, wel als cruciale debatpunten, en ik zie het debat niet.

Het is alsof we leven in een land zonder buitenland, ook in de formatie. Maar het buitenland wacht niet tot we wakker zijn.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden