Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het initiatief voor teruggave van roofkunst ligt nog altijd bij de beroofde, niet bij de rover

Opinie

Stevo Akkerman

Stevo Akkerman © Trouw
Column

Lang dachten we dat we het allemaal gewoon mee konden nemen en plaatsten we andermans kunstschatten en geprepareerde kinderlijkjes rustig in onze vitrines. Maar de Nederlandse musea schudden de last, dat wil zeggen de rijkdom, van het koloniale verleden langzaam maar zeker van zich af. 

“Nooit eerder is expliciet gezegd dat teruggave van objecten mogelijk is,” aldus het Nationaal Museum van ­Wereldculturen bij de lancering van een leidraad voor restitutie. Het tekent van hoever we komen.

Lees verder na de advertentie

Nee, we zijn niet opeens betere mensen geworden. Hadden wij 150 jaar geleden geleefd, dan hadden wij de confiscatie en het tentoonstellen van exotische kunstvoorwerpen ook volstrekt normaal gevonden – het woord ‘roof’ was bij niemand opgekomen. Die relativering moet het oordeel over onze voorouders matigen, maar niet onze inspanningen om datgene te doen waaarvan wij nu denken dat het goed is. Het is de vraag of het Wereldculturenmuseum (Tropenmuseum, Museum Volkenkunde en Afrika Mu­seum verenigd) daar helemaal in slaagt, hoe positief een restitutieloket ook is.

Nog in 1961 arriveerde op de afdeling fysieke antropologie de schedel van een bantoevrouw

Plundering

In Trouw stelde hoogleraar Wouter ­Veraart gisteren al dat de leidraad verzuimt te melden dat ‘de inwoners van de koloniën niet werden gezien als mensen’. Ook mist hij het woord ‘plundering’. Daar valt aan toe te voegen dat het museum wel de bereidheid tot teruggave vastlegt, maar het initiatief nog altijd bij de beroofde legt, niet bij de rover. Landen kunnen een claim indienen, maar het museum doet niet uit eigen beweging afstand van wat juridisch of moreel geen deel zou moeten uitmaken van de collectie.

Volgens de principes die Nederland toepast om kunst terug te eisen die door de ­nazi’s werd geroofd, zou het museum zelf moeten nagaan wat het aan koloniale roofkunst in huis heeft, en proberen de rechtmatige eigenaren op te sporen. In beide gevallen gaat het om ‘historisch ­onrecht’, zegt erfgoedexpert Jos van Beurden, die ik gisteren even aan de telefoon had. “Dat blijft bestaan, tot het wordt rechtgezet.”

Als het gaat om de menselijke resten die met name het Tropenmuseum in bezit had, een zeer twijfelachtige categorie kunstschatten, is er volgens Van Beurden de afgelopen jaren wel al meer teruggegeven. Ik vroeg hem daarnaar, omdat ik nooit vergeten ben wat Frank Westerman daarover schreef; zijn NRC-artikel uit 2007 ging rechtstreeks naar de documentatiemap die ik gebruikte voor mijn roman ‘De inboorling’. In de museumkelder bleken duizenden lichaamsdelen opgeslagen te liggen: gesnelde Papoea-schedels, potten met de hersenen van zestig Chinezen, weckflessen met Javaanse kinderen, een getatoeëerd Maorihoofd, een vaas met een aangeklede foetus uit Suriname, voorzien van sandaaltjes, rokje en raffiatooi. Dit was de afdeling ‘fysieke antropologie’, voorheen rassenkunde. Nog in 1961 ­arriveerde hier de schedel van een bantoevrouw.

De Surinaamse foetus stamde uit de collectie van Artis en was ‘afkomstig uit de dagen van de rariteitenkabinetten’. Ziedaar het koloniale denken dat onze verzamelwoede stuurde. We komen van ver.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt.

Lees ook:

Het loket voor de teruggave van roofkunst is nu geopend

In Nederlandse musea bevinden zich nog tal van objecten uit voormalige koloniën. De volkenkundige musea hebben nu criteria opgesteld om te beoordelen of een buitenlands verzoek tot teruggave wordt gehonoreerd.

Deel dit artikel

Nog in 1961 arriveerde op de afdeling fysieke antropologie de schedel van een bantoevrouw