null Beeld

ColumnJames Kennedy

Het grote gevaar van deze tijd: politici die liever met ‘de straat’ bezig zijn dan met hun kerntaak

James Kennedy

In hoeverre mag een volksvertegenwoordiger heulen met mensen die de rechtsorde willen ondermijnen? Oproepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid mag niet, vindt de Kamervoorzitter, die vervolgens FvD-parlementariër Gideon van Meijeren de mond snoerde.

Maar in deze krant uitten Carla Hoetink en Mathijs van de Sande van de Radboud Universiteit hun twijfels over dit onderdeel van het vergaderreglement van de Tweede Kamer. Niet alleen Van Meijeren, maar ook (sympathiekere) parlementariërs hebben in het verleden wel opgeroepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid, toen zij zich schaarden achter vreedzame wetsovertreders die sociale veranderingen tot stand wilden brengen.

De kern van het probleem

Op zich hebben ze gelijk: je moet geen parlement wensen dat zich afsluit voor protesten uit de samenleving. Je moet ook niet willen dat parlementariërs alle vormen van burgerlijke ongehoorzaamheid meteen afwijzen. In het verleden heeft de Tweede Kamer misschien te ver afgestaan van ontevreden burgers en hun acties.

Maar de kern van het huidige probleem ligt volgens mij niet in de oproep tot burgerlijke ongehoorzaamheid, maar in de aanwezigheid van parlementariërs die liever met ‘de straat’ bezig zijn dan met hun kerntaak: goede wetten maken en bestaande wetten controleren.

Deze discussie speelt ook in Amerika. Net als de Tweede Kamer moet het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden haar eigen gedragsregels opstellen over wat wel en niet is toegestaan in het debat. Na de bestorming van het Capitool is de vraag opnieuw opgekomen: zijn er leden van het Congres die zich zo aan de opstandelingen hebben verbonden dat ze geen zitting meer zouden mogen hebben in het Congres?

In Amerika mag de overheid sinds 1870 burgers weren uit een publiek ambt op grond van verzet tegen de Verenigde Staten, zelfs als zij wel tot die functie zijn verkozen. Dat staat in de derde lid van het zogenaamde 14e amendement van de grondwet.

Deze toevoeging werd geschreven in de nasleep van de Amerikaanse burgeroorlog, met de bedoeling voormalige opstandelingen uit het zuiden van Amerika te weren als dat nodig mocht zijn. Uiteindelijk werd dit artikel niet gebruikt tegen een zuidelijke politicus. Al snel na 1870 werd ingezet op verzoening met de witte zuiderlingen.

Het artikel bleek een paardenmiddel en werd maar één keer in 150 jaar toegepast. De politicus die hierdoor werd geweerd uit het parlement was de eerste socialist die tot het Amerikaans Congres werd gekozen, Victor Berger, uit de industriestad Milwaukee.

Er is ook een verschil

Berger had zijn eigen socialistische krant en kwam in de problemen toen hij zich daarin keerde tegen de Amerikaanse deelname aan de Eerste Wereldoorlog. Vanwege zijn pacifistische uitingen werd hij als staatsgevaarlijk gezien en kreeg 20 jaar cel.

Daarom werd hij na zijn verkiezing geweerd uit het parlement en werd hem nogmaals de toegang verboden nadat hij werd herkozen. Later werd het vonnis vernietigd, zou hij opnieuw tot het Congres worden verkozen en mocht hij zijn zetel innemen.

Nu komt er mogelijk een tweede zaak rond dit artikel. De 26-jarige Republikein Madison Cawthorn is in opspraak geraakt toen hij morele steun gaf aan de opstandelingen die het Capitool hadden bestormd. De kiescommissie van zijn eigen staat North Carolina zou hem op basis van zijn activiteiten onverkiesbaar kunnen verklaren.

Zelf vind ik de bewijsgronden tegen beide politici zwak, want geen van beiden hebben zich schuldig gemaakt aan gewapend verzet tegen de Verenigde Staten. Is het echt nodig om dit paardenmiddel in te zetten om politici de mond te snoeren?

Maar er is ook verschil tussen Berger en Cawthorn. Berger was een radicale journalist die zichzelf wist om te vormen tot een parlementariër, en in die functie heeft hij in het Congres een eerste poging gedaan om pensioenen goed te regelen. Maar Cawthorn heeft weinig belangstelling voor wetgeving en zoekt vooral een rol in de media om zijn publiek op te zwepen. Precies het omgekeerde als Berger.

Dat is het grotere gevaar van deze tijd: dat politici zich veel liever profileren als buitenstaander en aanjager van burgerlijke ongehoorzaamheid, dan zich richten op hun saaie kerntaak en goede wetten proberen te maken.

James Kennedy is een Amerikaanse historicus verbonden aan de Universiteit Utrecht. In Trouw geeft hij om de week zijn visie op de Nederlandse samenleving. Lees hier meer columns van James Kennedy.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden