Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het geheim van Lucebert dreigt van alles stuk te maken

Opinie

Stevo Akkerman

© Trouw
Column

Ik fiets er bijna elke week wel een keer langs, het is bij mij om de hoek, hier in Rotterdam-Zuid. Op een ateliersgebouw staat in neonletters de bekendste regel van Lucebert, maar dan omgegooid: ‘Van alles is weer waardeloos’. 

Het was een grap, zij het dan een artistieke, maar het is opeens verschrikkelijk waar geworden. De dichter die ‘eenvouds verlichte waters’ het ‘volledige leven tot uitdrukking’ wilde brengen, liet een geheim na dat van alles stuk dreigt te maken.

Lees verder na de advertentie

Mijn vader had zijn bundels. Woeste gedichten in een boekenkast vol gereformeerde dogmatiek, alsof er iets gerelativeerd moest worden. Stripboeken en thrillers waren verboden, maar deze poëzie mocht ik zonder ouderlijk toezicht tot mij nemen en ik wist als jongen niet wat ik las: ‘geef geen tekens mijn heer/maar geef ons de volle borst van bessie smith’. Het liefst bleef ik regel na regel citeren, maar nu zijn er die brieven vol anti-Joodse rassenwaan, en het is onmogelijk die uit je gedachten te bannen bij wat hij later zou schrijven: ‘in deze tijd heeft wat men altijd noemde/schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand.’

'Lees ik Luceberts poëzie, dan heb ik het gevoel dat de SS de poëzie is binnen gemarcheerd'

Bertus Aafjes in 1953

Overdonderd

Biograaf Wim Hazeu stond in de tuin te kotsen toen hij de ‘Heil Hitler’-brieven had gelezen die Lucebert – toen nog gewoon Bertus Swaanswijk – vanuit de Duitse Arbeitseinsatz naar Nederland stuurde. Het antisemitisme ‘overdonderde mij totaal’, aldus Hazeu. Hij had gewild dat die brieven niet bestonden, maar kon ze onmogelijk ongenoemd laten, al schetst hij er een kader bij. Lucebert was negentien en door zijn vader van school gehaald: een armoedige adolescent die ontvankelijk was voor wapperende vlaggen; eerst die van de communisten, daarna die van de nationaal-socialisten.

Via Twitter belandde ik gisteren bij de woorden die Bertus Aafjes in 1953 schreef in Elsevier, toen hij de Vijftigers de les las: “Lees ik Luceberts poëzie, dan heb ik het gevoel dat de SS de poëzie is binnen gemarcheerd.” Nooit kan Aafjes hebben vermoed hoe hard die vergelijking bij Lucebert aan zou komen, maar in de ‘Open brief’ die Lucebert als antwoord stuurde, lijkt hij zichzelf – dit is wijsheid achteraf, natuurlijk – danig te overschreeuwen. Alsof hij de demonen van zijn verleden wil verjagen door zich te hullen in de profetenmantel, waarbij hij Aafjes verwijt ‘alle angst en deernis buiten te sluiten opdat u niet in verwarring zult geraken’. Het was tien jaar na de oorlog, Bertus Swaanswijk was Lucebert geworden. Hazeu zegt: “Hij moest revanche nemen op zichzelf”.

Waarom zweeg Lucebert? Had het niet veel kunnen betekenen als hij had laten zien hoe de zucht naar zuiverheid, waar de adolescentie gemakkelijk voor bezwijkt, maar die niet alleen, dikwijls eindigt in haat tegen wie onzuiver wordt geacht? Hij zal bang zijn geweest dat al zijn latere woorden ongehoord zouden blijven, en wellicht was dat inderdaad zo geweest.

overal zanikt bagger
zwachtelend rond de reuzenlaarzen
waarin ik mijn tijd beklim

Prachtige poëzie. Bittere waarheid.

Gisteren verscheen de biografie 'Lucebert', waarin te lezen valt dat de jonge Lucebert in de ban was van het antisemitisme

Lees het volledige interview met Lucebert-biograaf Wim Hazeu: 'Was hij een romantische naïeveling? Totaal.'

Deel dit artikel

'Lees ik Luceberts poëzie, dan heb ik het gevoel dat de SS de poëzie is binnen gemarcheerd'

Bertus Aafjes in 1953