Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het gebeurt in de regio, alle reden om 20 maart te gaan stemmen

Opinie

Eddy van Hijum

Het provinciale bestuur zorgt onder meer voor openbaar vervoer, in de stad en op het platteland. © Hollandse Hoogte, Flip Franssen
OPINIE

De provincie is van serieuze betekenis voor de samenleving, aldus Eddy van Hijum, gedeputeerde in de provincie Overijssel. Een pleidooi voor afschaffing slaat de plank mis.

Ruim vier jaar geleden verliet ik de Tweede Kamer om in de provincie Overijssel aan de slag te gaan als gedeputeerde. Niet iedereen begreep die stap van de Haagse schijnwerpers naar de luwte in de provincie. Het beeld bestaat nu eenmaal dat het ‘gebeurt’ in Den Haag en dat ‘lagere’ overheden slechts uitvoerders van rijksbeleid zijn. Zie ook het betoog van hoog­leraar bestuurskunde Michiel de Vries (Verdieping, 30 januari): ‘Provincies zijn relikwieën uit vervlogen tijden; ik ga op 20 maart maar niet naar de stembus’. Oppervlakkige retoriek die een wetenschapper onwaardig is.

Lees verder na de advertentie

Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat, waar provincies, gemeenten en waterschappen relatief zelfstandig functioneren en ontzettend veel doen. De provincie is reeds eeuwenlang een stabiele factor in dit stelsel en nog steeds van serieuze betekenis voor de samenleving. De regionale politiek staat dichter bij inwoners, bedrijven en organisaties dan Den Haag en kan sneller en beter inspelen op specifieke omstandigheden en kansen.

Van de gewenste ener­gie­tran­si­tie zal bar weinig terechtkomen als provincies zich er niet vol voor inzetten

In de afgelopen decennia zijn diverse vruchteloze pogingen gedaan om ‘de ­regio’ in een vaste bestuurlijke structuur te vangen. Gewesten, regioprovincies, plusregio’s en superprovincies kwamen voorbij en sneuvelden weer net zo hard. Terecht kiest het huidige kabinet voor een andere aanpak. De ­bestaande structuur van gemeenten, provincies en Rijk (het ‘huis van Thorbecke’) blijft intact en overheden werken op regionale schaal samen rond maatschappelijke opgaven. De recente ‘regiodeals’ tussen Rijk en regio’s zijn hiervan een mooi voorbeeld. Meer nog dan Den Haag beschouwt ook Brussel regio’s als de spil in het versterken van de economie en de leefbaarheid van het platteland.

Blinde vlek

De Vries heeft een blinde vlek voor de regio. In zijn bestuurlijke blauwdruk is slechts plaats voor (zeer) grote gemeenten en het Rijk. Maar ook in zo’n structuur blijven er regionale opgaven en uitdagingen bestaan, die veel meer zijn dan ‘techniek’. Zo beslist de provincie of en waar er ruimte komt voor nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen. We maken, soms ingrijpende, keuzes over landbouw, waterberging en natuurontwikkeling. De provincie investeert in provinciale wegen, vaarwegen en fietsroutes. We zorgen voor het openbaar vervoer in de stad en op het platteland, met regionale treinen en bussen. We helpen MKB-bedrijven om schoner en slimmer te werken en om vakmensen aan zich te binden. We steunen maatschappelijke initiatieven, evenementen en culturele voorzieningen die de samenhang in de samenleving versterken. En van de gewenste energietransitie zal bar weinig terechtkomen als provincies zich hier niet vol achter scharen en voor inzetten. De kracht van de provincie schuilt in het vermogen om inwoners, bedrijven en organisaties op al deze regionale thema’s te verbinden, om knopen door te hakken en in de praktijk zaken te realiseren.

De Vries miskent daarnaast ook de so­ciaal-culturele betekenis van regionaal zelfbestuur. Dit wordt zeker zo gevoeld in provincies als Friesland, Limburg en Zeeland. In mijn provincie Overijssel voelen mensen zich eerder Tukker, Zwollenaar of Sallander dan Overijsselaar. Toch geven veel inwoners aan dat zij zich wel degelijk ook verbonden voelen met de provincie. Deze verbondenheid vloeit voort uit trots op de eigen stad en streek, in combinatie met een diepgewortelde behoefte om tegenwicht te kunnen bieden tegen Randstedelijke dominantie.

De opkomst bij de Provinciale Statenverkiezingen is weliswaar zorgwekkend laag (48 procent in 2015), maar wijkt ook weer niet heel veel af van de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen (55 procent in 2018). Tegelijkertijd zien we dat veel kandidaten met voorkeursstemmen gekozen worden. Over de democratische legitimiteit hoeven we dus ook niet al te veel te somberen. En dat er niet bij alle Statenvergaderingen sprake is van politiek vuurwerk maakt de bestuurslaag niet overbodig. Er worden inhoudelijke keuzes gemaakt, belastingen geheven en er wordt geld besteed; dat vraagt om politieke sturing en controle.

Het middenbestuur is een vaste waarde in ons democratisch bestel. Provinciale politiek heeft een directe invloed op het leven, welzijn en de toekomst van onze inwoners. Na vier jaar werken in de provincie zeg ik vol overtuiging: het ‘gebeurt’ in de regio. Alle reden om 20 maart te gaan stemmen.

Lees ook:

De lezer reageert: moet de provincie echt weg?

Hef de provincie maar op, suggereerde Michiel de Vries, hoogleraar aan de Radbouduniversiteit Nijmegen, in een interview met deze krant. Hij noemde de provincie een overbodige bestuurslaag, waarin partijen geen enkele kleur hebben. ‘Niet meer dan een relikwie’, noemde hij het. Het interview diende als aftrap voor een debat. Die oproep riep veel reacties op. 

Stemmen voor de provincie? ‘Ik zie ze niet, ik hoor ze niet en weet niet wat ze doen’

Het is wat als een hoogleraar bestuurskunde besluit níet te gaan stemmen. Volgens Michiel de Vries vormt de provincie een overbodige bestuurslaag waarin de partijen geen enkele kleur hebben. Waarom zou je dan het rode potlood pakken? De aftrap van een debat.

Deel dit artikel

Van de gewenste ener­gie­tran­si­tie zal bar weinig terechtkomen als provincies zich er niet vol voor inzetten