Column James Kennedy

Het districtenstelsel marginaliseert de minderheidsstem

Tot voor kort was ik voorstander van het districtenstelsel bij verkiezingen. Maar dat ben ik nu niet meer, omdat de resultaten te vaak niet overeenstemmen met de werkelijke voorkeuren van kiezers.

In de Amerikaanse staten krijgt de partij met de meeste stemmen alle kiesmannen die zo’n staat mag leveren. Grote staten mogen meer kiesmannen leveren dan kleine staten. Zodoende is de uitslag van de verkiezingen niet altijd representatief voor de wil van de meerderheid. Hillary Clinton had drie miljoen stemmen meer dan Donald Trump, maar Trump had meer kiesmannen en werd dus president.

Boris Johnson zou in de volgende verkiezingen een meerderheid in het Lagerhuis kunnen krijgen met minder dan 40 procent van de stemmen.

En zoiets is net in India gebeurt: Narendra Modi en zijn nationalistische partij BJP kregen iets meer dan 37 procent van de stemmen en toch veroverden zij maar liefst 56 procent van de zetels in het Indiase parlement. Dat kan het resultaat zijn in een systeem waar alleen de kandidaat met de meeste stemmen in zijn kiesdistrict wordt gekozen­­.

Ook Trudeau kreeg niet de meeste stemmen

En dat is afgelopen week dus ook gebeurd in Canada. Justin Trudeau en zijn Liberal Party kregen niet de meeste stemmen, al hoor je daar weinig over in de berichtgeving. Die eer ging naar de Conservatieven: 34,5 procent van de stemmen tegenover 33 procent voor de Liberal Party. Maar de zetelverdeling was gunstig voor Trudeau: 157 zetels voor de Liberal Party tegenover slechts 121 voor de Conservatieven.

En dat was niet eens het meest scheve resultaat. De partij Bloc Québécois deed het erg goed met 32 zetels, maar de Groenen – die bijna evenveel stemmen haalden – kregen slechts drie zetels. Het hangt er dus allemaal van af hoe geconcentreerd de stemmen zijn. De Conservatieven zijn oppermachtig in Alberta, maar worstelen in het oosten van Canada. Kiezers die hun stem uitbrengen op de Groenen zijn verdeeld over te veel kiesdistricten om een electorale vuist te kunnen maken.

Deze problemen hebben ervoor gezorgd dat een aantal landen die ooit een districtenstelsel hadden, is overgestapt naar andere systemen, zoals Australië en Nieuw-Zeeland (Nederland deed dat al in 1918). Sinds de eeuwwisseling overwegen de Canadezen ook hervorming. Trudeau beloofde in 2015, toen zijn eigen overwinning nog niet zeker was, dat de verkiezingen van dat jaar de allerlaatste zouden zijn voor het districtenstelsel. Maar toen een staatscommissie een jaar later kwam met de aanbeveling om het stelsel van evenredige vertegenwoordiging in te voeren – vergelijkbaar met het Nederlandse stelsel – had hij ineens geen trek meer. Het bestel dat hij verfoeide, had hem in 2015 een riante meerderheid gegeven met slechts 39 procent van de stemmen.

Het hielp ook niet dat Canadezen zelf geen behoefte leken te hebben aan veranderingen: pogingen om het bestel te hervormen op provinciaal niveau in British Columbia en Ontario werden door kiezers verworpen.

Het districtenstelsel polariseert en creëert een stammenstrijd

Lange tijd was ik voorstander van een districtenstelsel. Ik dacht dat het fragmentatie in de politiek zou voorkomen, omdat het de grotere partijen beloonde. En bovendien schiep het een band tussen de kiezer en de gekozene – en dat is voor mij nog steeds belangrijk. Je wist je vertegenwoordiger te vinden, omdat hij jouw district vertegenwoordigde en dat is belangrijk in grote landen als de Verenigde Staten.

Maar nu zie ik vooral de grote nadelen: het polariseert en creëert een stammenstrijd, het geeft macht aan partijen die meer mandaat claimen dan ze in werkelijkheid hebben gekregen en het marginaliseert de minderheidsstem. Het leidt tot resultaten die op den duur de legitimiteit van de democratie ondermijnen, omdat ze zo afwijken van de verkiezingsuitslag als geheel.

Evenredige vertegenwoordiging hoeft niet het antwoord te zijn. Er zijn modellen waar kiezers hun eerste, tweede en derde keuzes kunnen geven, waardoor de pluriforme wensen van kiezers kunnen worden gerespecteerd. Het is hoog tijd dat sommige van de meeste vermaarde democratieën in de wereld zich open stellen voor een grondige herziening van hun kiesstelsel.

James Kennedy is een Amerikaanse historicus en decaan van het University College Utrecht. In Trouw geeft hij  om de week zijn visie op de Nederlandse samenleving.  Lees hier meer columns van James Kennedy.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden