ColumnStevo Akkerman

Het christelijke literaire tijdschrift bewandelt neerwaartse wegen

Om de gedachten te verzetten – genoeg van alle virussen – greep ik naar het jongste nummer van het literaire tijdschrift Liter, waar ik trouw abonnee van ben, al wil ik wel eens vergeten mijn contributie te betalen. Dit was nummer 99 alweer, jaargang 23. Maar ach, het ten geleide van de redactie was een noodkreet. Het blad loopt op zijn laatste benen, in ­december zal het honderdste nummer verschijnen, maar daarna is het voorbij. Tenzij, zo schrijft de redactie, zich nog een mecenas meldt. Ik bid dat dat gebeuren mag, maar met 217 abonnees is de realiteit hard.

En zo lijkt een einde te komen aan een geschiedenis met bladen als Opwaartsche Wegen (1923-1940), Ontmoeting (1946-1964) en Woordwerk (1983-1997), de geschiedenis van het christelijke literaire tijdschrift.

In mijn boekenkast staat nog de eerste Liter die ik kocht, nummer 42 uit 2006, gewijd aan de Poolse schrijver Czeslaw Milosz. Daarin was een gehele gedichtencyclus van Milosz opgenomen, het ‘Theologisch traktaat’. Misschien ligt in die titel wel verscholen wat Liter parten heeft gespeeld: er gaat in de literaire wereld geen gejuich op bij de termen ‘traktaat’ of ‘theologisch’, hoeveel rijkdom iemand als Milosz (Nobelprijs voor de literatuur, 1980) daarin ook weet te leggen.

Liter schrapte overigens drie jaar geleden het woord ‘christelijk’ uit de ondertitel, iets waar ik me goed in kon vinden. Het wordt me te benauwd als de literatuur zich opsluit in welke zuil dan ook. Maar er zou plaats moeten zijn voor een tijdschrift dat (ook) recht wil doen aan de religieuze dimensie van het leven, en dus van de kunst. Zonde als zo’n blad het loodje legt, net nu er in onze cultuur een zekere herwaardering valt waar te nemen van het niet-materiële.

‘God is de in elke religie opgevangen poëzie’

Ik blader door het jongste nummer en bekijk de namen van de medewerkers. De oudste is H.C. ten Berge, geboren in 1938, de jongste is Ivar van der Velde, eindexamen-leerling aan de havo, geboren in 2004. Direct herinner ik me hoe het was om als jongen, achttien, negentien jaar oud, met een stapeltje gedichten op bezoek te gaan bij Hans Werkman, in die tijd niet alleen mijn achterbuurman, maar ook redacteur bij Woordwerk. Hoe ouder ik word, hoe meer ik de waarde zie van wat hij deed. Ja, poëzie van mij opnemen in zijn blad. Maar meer nog: iemand ­serieus nemen die nog maar net komt kijken. Dat heeft veel voor mij betekend, al schrijf ik al lang geen poëzie meer, ik lees het alleen nog, soms. Veel te weinig, sowieso.

Maar via Liter bereikten me wel mooie dingen. Christian Wiman, een grote ontdekking. Zijn boek ‘Mijn heldere afgrond’ pakt je bij de ziel, ook als je denkt dat je die niet hebt, met excuus voor dit citaat van mijzelf. Of Les Murray, de Australische dichter die vorig jaar overleed. “God is de in elke religie opgevangen poëzie”, schreef hij. Op de cover van ­Liter nummer 99 staat het zo:

Lzn
=G-
lvn

Dat is het. Niet de letterlijkheid, maar de ruimte tussen de letters, de speelplaats van de geest.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden