null

OpiniePolitiek

Het CDA hoeft zich niet te schamen voor de negatieve campagne tegen Rutte

Het CDA schoot in de sorry-stress toen onlangs uitkwam dat de partij bij de verkiezingen een harde campagne tegen Rutte had willen voeren. Maar er is niets mis met negatieve kwalificaties van de tegenstander in verkiezingstijd, vindt hoogleraar politieke wetenschap Joop van Holsteyn. Dat is wel zo duidelijk voor de kiezer.

Joop van Holsteyn

Het CDA zit al tijden in de hoek waar de klappen vallen. Een recente tik werd uitgedeeld in het boek Code Rood. Daarin wordt geschetst hoe binnen het CDA in de aanloop naar de Kamerverkiezingen van maart 2021 werd gewerkt aan een harde campagne, tegen Mark Rutte. Wopke Hoekstra zou het alternatief zijn voor de onbetrouwbare leider van de VVD. Een negatieve campagne, met geheimhouding ten aanzien van uitvoering en uitvoerders. Wat dat laatste betreft: het was nadrukkelijk de bedoeling dat niet traceerbaar zou zijn dat die campagne van het CDA afkomstig was.

Vanuit het CDA werd na de onthulling van het nooit uitgevoerde plan gesuggereerd dat het hier slechts ging om een onbezonnen idee waar de politieke top eigenlijk niet echt van wist of bij betrokken was. En dat zo’n negatieve campagne niet paste bij een fatsoenlijke partij als het CDA.

Elk akkefietje is er momenteel één te veel

Dat het CDA in de sorry-stress schoot, is begrijpelijk: elk akkefietje is er momenteel één te veel. Daar neem je liefst afstand van, in de hoop dat schade bij kiezers en ­politieke partners beperkt blijft.

Toch is dat jammer, want een stiekeme campagne is hoogst dubieus, maar een negatieve campagne is als zodanig niet verwerpelijk en wellicht zelfs wenselijk.

Ook in Nederland komt negatieve campagnevoering voor – vraag Balkenende en Bos er maar naar – maar het is een feit dat campagnes veelal relatief positief en constructief zijn. In het land van (politieke) minderheden, dat Nederland nu eenmaal was en is, weten politici dat zij elkaar ook na verkiezingen nodig ­hebben. Dat remt felle aanvallen op politieke concurrenten. Terwijl de kern van alle democratische politiek juist strijd is, tussen uiteenlopende visies, belangen en wensen, maatschappijbeelden zelfs.

Terughoudendheid in de campagne heeft tot gevolg dat bestaande verschillen tussen partijen en politici onderbelicht blijven. Dat politici niet van en tegen elkaar zeggen dat de eigen plannen prima zijn, maar die van andere partijen niet deugen.

Campagnevoeren met meel in de mond

Alleen van de flanken van het ­politieke speelveld worden dergelijke negatieve geluiden gehoord, maar ja, die hoeven niet bang te zijn voor het maken van vijanden. Zij ­komen na verkiezingen toch niet aan de onderhandelingstafel als het gaat om een nieuw kabinet.

De overige partijen – en die vormen de ruime meerderheid – voelen echter de noodzaak om kritiek in te slikken en campagne te voeren met meel in de mond.

Die durven, bijvoorbeeld, niet te zeggen dat iemand als Rutte een opmerkelijke gewoonte heeft om belangrijke zaken te vergeten, of althans daar geen actieve herinnering aan te hebben. Die wagen het niet te wijzen op de beloften die Rutte ooit deed en nooit nakwam. Dat de partij van Rutte plannen heeft die vanuit christendemocratisch, sociaaldemocratisch of welk ander politiek perspectief, onwenselijk en ondeugdelijk zijn. Dat de VVD zoiets vindt van haar concurrenten, mag even-eens hardop gezegd worden.

En waarom zou de onderlinge kritiek dan niet ook in negatieve bewoordingen worden gepresenteerd? Waarom zou het politieke ongelijk van de anderen niet krachtig mogen worden geschetst of verbeeld in scherpe campagnespotjes?

In beginsel is er niets mis met negatieve kwalificaties

Ook de afbreker bouwt op, wist de Vlaamse auteur Louis Paul Boon al. Hij heeft gelijk. In de democratische politiek en vooral tijdens verkiezingscampagnes is er in beginsel niets mis met negatieve kwalificaties. Dat maakt voor de kiezer onderlinge verschillen duidelijker, en voorkomt dat die kiezer te veel partijen als één pot nat gaat zien.

Een geheime of verholen negatieve campagne, dat gaat te ver. Maar een campagne die naast het positieve eigen verhaal negatief reflecteert op prestaties en plannen van anderen, daar is weinig mis mee. Daar zou het CDA noch enige andere partij zich voor hoeven te schamen of verontschuldigen.

Lees ook:

Onthullingen over geheime anti-Rutte campagne verstoren de net teruggekeerde rust binnen het CDA

Een geheime anti-Rutte campagne moest CDA-partijleider Wopke Hoekstra in het premierszadel hijsen. Dat onthullen journalisten Peter Kee en Thijs Broer in hun boek Code Rood, dat woensdag verschijnt. Het veroorzaakt opnieuw onrust binnen de partij.

Het CDA heeft niets te zoeken in de formatie, het moet eerst zichzelf terugvinden

Het CDA heeft de handen vol aan zijn eigen problemen. Laat het eerst zijn christendemocratische uitgangspunten terugvinden en op zoek gaan naar een inspirerende politiek leider, betoogt bestuurskundige en CDA-lid Bernard Bennink

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden