Column Hans Goslinga

Het boerenerf ligt nu verder van Den Haag

Een huiskamervraag: wat hebben de Nederlandse premiers Colijn, Gerbrandy, Schermerhorn, Zijlstra en Biesheuvel gemeen? Ja, vier van hen waren van gereformeerden huize, maar alle vijf waren het boerenjongens. Zo sterk was lang de verwevenheid tussen het boerenerf en, tot op het hoogste niveau, de politiek.

Zijlstra hoorde als zoon van een aardappelhandelaar misschien niet in het rijtje thuis. Maar toen hij en zijn vrouw in de jaren tachtig het luxe appartementencomplex ‘Rust en Vreugd’ in Wassenaar betrokken, beaamde mevrouw Zijlstra desgevraagd dat het er prettig wonen was, maar ze voegde er onmiddellijk aan toe: ‘Jelle vindt het vervelend dat hij niet om zijn bezit heen kan lopen’. Toch een jongen van het platteland.

Toen ik begin jaren zeventig aan het Binnenhof neerstreek, stond het machtige ministerie van landbouw en visserij onder de generatie die de eilanden van de Indonesische archipel nog kon opdreunen, bekend als ‘Lombok’. Tijdens formaties had de vraag ‘wie gaat Lombok doen?’ zowel een liefkozende als ironische lading: het was immers altijd iemand uit het ‘Groene front’, het door protestanten en katholieken beheerste pact tussen boeren en tuinders, hun organisaties en de politiek.

Blijvende spanning 

De sociaal-democraat Den Uyl verkeek zich destijds in zijn hervormingsdrang op de kracht van dit front, gevestigd in de naoorlogse jaren toen de voedselvoorziening urgent was. Zijn eerste, door progressieven gedomineerde, kabinet struikelde in 1977 over de grondpolitiek: welke prijs betaal je grondeigenaren, meestal boeren, bij onteigening door de overheid? Het CDA wilde de marktwaarde en week niet. Het tweede kabinet-Den Uyl kwam er niet, mede door de blijvende spanning over deze kwestie.

De kabinetscrisis liet scherp zien dat in ons coalitieland de macht niet zit in de kracht om dingen tot stand te brengen, maar in de mogelijkheid om dingen tegen te houden. Die wetmatigheid speelt het politieke leiderschap meer parten naarmate coalities uit meer partijen bestaan, heterogener zijn en over minder draagvlak beschikken. Die moeilijkheidsgraad wordt nog eens groter in tijden van ingrijpende maatschappelijke omslagen, die grote onrust veroorzaken.

In een vergelijkbare periode, de jaren tachtig, ging het om het terugdringen van het te grote beslag van de welvaartsstaat op de economische en financiële ruimte. Thans is de opgave het te grote beslag van de economische bedrijvigheid op aarde en lucht te reduceren. De politiek wordt dus andermaal maximaal uitgedaagd, terwijl de marges van het speelveld nog kleiner zijn dan in de dagen van Lubbers.

Politieke manoeuvreerruimte

De christen-democraat had in elk geval mee had dat de gevolgen van de economische crisis voor iedereen zichtbaar waren in faillissementen en tienduizenden werklozen. Nog een gunstige omstandigheid: werkgevers en vakbeweging sloten een akkoord om winstherstel te laten prevaleren boven inkomen. Dat voorkwam niet dat het no-nonsensebeleid ruige protesten losmaakte waarbij Lubbers zelfs letterlijk een klap opliep.

Voor de liberaal Rutte is de politieke manoeuvreerruimte minimaal. Niet alleen moet hij opereren in een smalle coalitie die over de aanpak van de transitie diep verdeeld is, ook heeft hij te maken met twijfel over de noodzaak van diepe ingrepen. In het publieke debat is de afgelopen jaren een klimaat ontstaan waarin leugens, nepnieuws en misleiding aan politiek gewicht hebben gewonnen.

Lubbers kon de beduchtheid voor welvaartsverlies nog weerstaan met een duidelijk beleid en een vastberaden houding. Nu is die beduchtheid een voedingsbodem voor politieke agitatie tegen alles wat de welvaart kan aantasten. De relatie tussen de straat en de staat is, zo lijkt het, directer geworden doordat instituten als planbureaus niet meer vanzelfsprekend worden vertrouwd, het middenveld, waarvan ook het groene front deel uitmaakte, als buffer is verzwakt, net als de electorale basis van de staatsdragende partijen. De ruimte voor populisten, die zich weinig van de oude mores aantrekken en net zo soepel als schaamteloos meebewegen met uitbrekende onvrede, is groter geworden.

Grimmige boerenprotest

Aan een Duitse vriend vertelde ik deze week op de dag van het grimmige boerenprotest dat de politieke strijd in Nederland traditioneel wordt beslecht aan de onderhandelingstafel, niet naar Duits en Frans model op straat. Maar de vraag is of de poldertraditie stand houdt, nu de verwevenheid tussen politiek en middenveld, die bijna als vanzelf boerenjongens in het Catshuis bracht, nauwelijks nog bestaat.

Deze ontwikkeling stelt aan het politieke leiderschap hardere eisen. Dat is nodig, wil onze democratie bij machte zijn de ingrijpende omslag naar een houdbare economie te maken.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden