Opinieonderwijs

Heb vertrouwen in de kwaliteit van de leerkracht

Middelen en methoden zijn de afgelopen decennia voortdurend veranderd. Maar uiteindelijk is de kwaliteit van de docent van doorslaggevend belang, betoogt Henk van Netten. 

De bijdrage van docent maatschappijleer en filosofie Jan Riemersma (Opinie, 14 maart) is mij uit het hart gegrepen. Terugkijkend op ruim veertig jaar biologieonderwijs in het voortgezet onderwijs, zie ik een continue stroom ‘wanen van de dag’: APS, CPS, dure onderwijsadviesbureaus, onderwijsgoeroes en geïnspireerde rectoren (dat is iets héél anders dan inspirerend!).

Er waren cursussen, trainingen, vervolgsessies en studiemiddagen en ik heb scholen bezocht in Finland. Lessen moesten voldoen aan 4/5/7 punten, duurden 40/50/80/100 minuten, leerlingen konden worden ingedeeld in 3/4/8 leerstijlen en er was een rector die bedacht dat bij elk vak en in elk leerjaar dezelfde didactiek gebruikt moest worden.

Terwijl iedere middelbare school beschikt over een groot aantal hoogopgeleide, vakbekwame, bevlogen en ervaren docenten, werd vakkennis en ervaring als handicap gezien: “Mensen met ervaring willen niet vernieuwen”. Ik heb mijn baan te danken aan mijn universitair denk- en werkniveau, maar kreeg bij het stellen van kritische vragen te horen dat hogeropgeleiden tegen veranderingen zijn.

Enthousiasme

Heb ik moeite met vernieuwingen? Integendeel! Van harte ben ik in de Basisvorming en de Tweede fase gesprongen. Ook bij beide grote veranderingen in het biologie-onderwijs was ik zeer nauw betrokken: het Spin-project in de ­jaren negentig en de vernieuwing van het ­examenprogramma vijftien jaar later.

Maar mijn enthousiasme voor het onderwijs en de kwaliteiten die ik heb ingebracht bij de bovengenoemde vernieuwingen waren niet afkomstig van de ingevlogen deskundigen en cursussen. Die kwamen uit de dagelijkse praktijk: feedback van leerlingen, gesprekken met collega’s, samenwerking met vakgenoten.

Natuurlijk zijn in die veertig jaar de middelen veranderd: krijtbord, overheadprojector, ­video, computer, laptops, digiboard, smartboard en whiteboard. Lesboeken, werkboeken, modules, digitale methoden.

Maar in welk onderwijssysteem en met welke werkvorm ook, het gaat om het vakmanschap van de docent. De vragen die de docent stelt en de (halve) antwoorden die een leerling aan het denken zetten, het ter plekke verzonnen (of al jaren gebruikte) voorbeeld, de op het juiste moment opgetrokken wenkbrauw of het bevestigende knikje, die ene cartoon in een presentatie.

Inspirerend

In Finland zag ik saaie lessen én uitdagende, inspirerende docenten. Dat had weinig te maken met de beschikbare middelen en al helemaal niets met het onderwijssysteem. Wél met de kwaliteit van de docent: haar/zijn vakmanschap en enthousiasme.

Docenten krijgen niet zo gauw een burn-out van lesgeven of leerlingen, wel van wisselende structuren en ondoordachte maatregelen. ­Besturen, directies en politiek: vertrouw op het vakmanschap van je eigen mensen.

Lees ook:

Heb oog voor het vakmanschap van de docent

De wijze waarop de leraar uitleg geeft is cruciaal. Bij het opstellen van nieuwe leerplannen wordt dat vaak vergeten, aldus Jan Riemersma, docent Maatschappijleer en Filosofie, op het Cals College Nieuwegein.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden