Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Had ik mijn zoon niet mogen laten besnijden?

Opinie

Tineke Bennema en journalist en schrijfster

Een anti-besnijdenisposter in Berlijn © AFP
Opinie

Bij de discussie over jongensbesnijdenissen die de afgelopen maanden wordt gevoerd, is een aspect mij bijzonder opgevallen. De ongekend felle reacties komen niet van degenen die besnijdenis aan den lijve hebben ervaren.

Ik leg de kwestie voor aan mijn zoon, van wie ik het negentien jaar geleden goed vond dat er een enkele luttele vierkante centimeter vel van zijn geslacht werd verwijderd. Op religieuze, islamitische gronden. Wat vindt hij ervan dat ik voor hem besliste? Hij zet grote ogen op, denkt even na en zegt: 'Boeien!' Dat er nu mensen zijn die er een halszaak van maken, maakt het voor hem nog geen issue.

De discussie in Nederland lijkt nu even geluwd, maar dat is waarschijnlijk maar tijdelijk. In Duitsland is de kwestie juist volop in het nieuws. De regering van de deelstaat Berlijn nam een bepaling aan om jongensbesnijdenissen onder toezicht te vergemakkelijken, na een eerder gerechtelijk verbod op jongensbesnijdenissen dat was uitgevaardigd door rechters in Keulen. De Bondsdag bereidt nu een wet voor waarin de besnijdenissen officieel worden gelegaliseerd. Besnijdenissen mogen alleen worden uitgevoerd door een gespecialiseerde arts, met instemming van de ouders. Op die manier wil de regering voorkomen dat regionale Duitse rechters de ingreep opnieuw verbieden (Trouw, 11 oktober).

Humor
Zowel in Duitsland als eerder ook in Nederland trekken seculiere critici het debat naar zich toe. De politiek en officiële instanties lijken volstrekt stuurloos in het nemen van besluiten over religieuze kwesties. Ze zijn niet in staat tot het pareren van provocaties van intolerante seculieren.

Een enkele tegenstander van besnijdenis probeert met grappen de discussie te relativeren. Er zijn al T-shirts en mokken met de tekst 'I love mijn voorhuid'. Maar voor de rest is humor, begrip, laat staan tolerantie ver te zoeken. Critici hebben het op internet over 'middeleeuws interreligieus piemelsnijden', woorden waarmee ze duizenden jaren van religie en traditie afdoen. Het geseculariseerde Westen is een strijdtoneel waar elke religieuze traditie opnieuw bevochten moet worden.

Hoofddoek, kruisje of boerka
Gelukkig voor de gelovigen durft een meerderheid in de westerse democratieën voorlopig niet te tornen aan het grondwettelijk recht op godsdienstuiting. Een voor een worden de debatpunten daarover in parlementen afgewerkt - pogingen om religieuze uitingen als het dragen van een hoofddoek, kruisje of boerka te verbieden en om een einde te maken aan rituele slacht en jongensbesnijdenissen. Terwijl gelovigen alleen maar vragen te mogen doen wat ze al eeuwen deden.

Officiële instellingen zwalken mee, bang als ze zijn voor kiezersgedrag en populisme. De Tweede Kamer debatteerde over deze kwesties en kwam bijna tot een verbod op de boerka en op religieuze slacht. Ze werden vlak voor de eindstreep getorpedeerd.

Onze lieve vrouw op zolder
Ik zou het een goed ding vinden als de wetgever eens wat minder defensief reageert. Als de politiek helder maakt dat er een zeer waardevol element schuilt in religie: namelijk het verbinden van het individu met een collectief door opoffering van individuele vrijheden.

Zowel de liberale, de socialistische als de christelijke partijen hebben in het verleden op de bres gestaan voor de vrijheid van godsdienstuiting. Laten ze dat nu ook luid en duidelijk doen. Al was het alleen voor het weer creëren van die gemeenschapszin. Het is aan de leiders van de partijen uit te leggen dat iedereen het recht heeft zijn geloof in het openbaar uit te dragen. Religie hoort al eeuwen in de publieke ruimte, niemand wil terug naar een tijd waarin onze-lievevrouw op zolder moest bivakkeren.

Deel dit artikel