null Beeld

ColumnJamal Ouariachi

Grote excuses van De Klerk en Van Agt, maar wat heeft de wereld aan hun bijna-dood-berouw?

Jamal Ouariachi

In de late lente van 1977 kaapt een groep gewapende Molukse activisten in de buurt van het Drentse dorp De Punt een trein. Een kleine drie weken na het begin van de gijzeling besluit het demissionaire kabinet-Den Uyl de trein te laten bestormen door mariniers. De actie is succesvol maar kost twee gegijzelden en zes kapers het leven. Dries van Agt was destijds minister van justitie en wordt sindsdien gezien als de hardliner die hoofdverantwoordelijk was voor het gewelddadige slot van de kaping.

Onlangs liet Van Agt, 90 jaar oud en verzwakt door een herseninfarct, zich interviewen door NRC. ‘Het is al die jaren een buitengewoon belastende herinnering gebleven’, zei Van Agt in dat gesprek, ‘aan iets dat mede door mijn toedoen heeft plaatsgevonden’. Opvallend, want sinds 1977 lijkt de oud-minister zich niet meer met de Molukse kwestie te hebben beziggehouden. Maar nu: ‘Het zou heel fijn zijn als ik aan het eind van mijn leven toch nog iets ten goede kan ­keren’.

Plotwending

Spijt? Angst voor het oordeel na de dood door een Hogere Macht? Ik weet het niet. Het lijkt er meer op dat hier iemand bezig is zijn aardse biografie een positieve plotwending te geven, voordat het te laat is. Want waarom anders pas zo laat je deemoedigheid tonen? Spijt is een emotie die per definitie te laat komt, maar in ‘te laat’ zitten gradaties.

Frederik Willem de Klerk overleed op 11 november­­ jongstleden. Hij staat bekend als de laatste witte president van Zuid-Afrika, als de man die Nelson Mandela vrijliet en het einde van het apartheidstijdperk inluidde. Maar er bestaat ook een ander beeld van hem: dat van een man die nooit echt de verantwoordelijkheid heeft willen nemen voor de bloederigheden van het regime waarvan hij deel uitmaakte.

Boodschap aan de levenden

Op de dag van zijn dood, en dus zorgvuldig van tevoren geregisseerd, kwam er een afscheidsvideo van De Klerk online, waarin hij expliciet en zonder voorbehoud zijn excuses aanbiedt ‘voor de pijn en het leed en de vernedering en de schade die apartheid heeft toegebracht aan zwarte, bruine en Indiase mensen in Zuid-Afrika’.

Een oude, doodzieke man met haperende stem. Wat drijft hem? Spijt? Of toch ook hier de behoefte aan het laatste woord, aan controle over de definitieve versie van het eigen levensverhaal?

We leven in de tijd van de grote excuses. Ze worden op hoge toon geëist, ze worden schoorvoetend aangeboden. Maar wie is werkelijk gebaat bij excuses van de bijna-stervenden behalve die bijna-stervenden zelf? Wat kan hun bibberend uitgesproken sorry nog voor verschil maken? Het enige waardevolle aan bijna-dood-berouw is de boodschap aan de levenden: wees er ­eerder bij.

Jamal Ouariachi is schrijver. Behalve­­ romans en verhalen schrijft hij onder meer recensies en columns. Lees hier eerdere columns van Ouariachi terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden