Brief van de hoofdredactieCees van der Laan

Goede bedoelingen De Reuver pakken pijnlijk uit

Beeld Trouw

Hoe zou het toch met PKN-scriba René de Reuver zijn, bedacht ik me toen ik donderdag in een volle file richting Amsterdam reed. Aan de ontbijttafel had ik het opinie-artikel gelezen van Jan van Bruggen, lid van de PKN, die zijn gram spuide richting zijn scriba. ‘Het interview met scriba René de Reuver (Trouw, 28 november) schetst een onthutsend beeld van een bijna hooghartig kerkelijk leider die, met hopelijk de beste bedoelingen, onnodig verdriet en boosheid in zijn eigen geloofsgemeenschap heeft gecreëerd’, schrijft Van Bruggen.

Deze boze woorden zijn ongetwijfeld hard aangekomen bij de PKN-voorman. Vanaf het moment dat de eerste passages bekend werden van de ‘schuldbelijdenis’ die De Reuver op 8 november tijdens de herdenking van de Kristallnacht richting de Joodse gemeenschap zou uitspreken, ligt hij onder vuur van een deel van zijn achterban. Het deel dat wortels heeft in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog via vaders, ooms, moeders, tantes , zussen en broers. Die offers zijn heel groot geweest. ‘De schuldbelijdenis richting de Joodse gemeenschap is een weinigzeggend en zeer pijnlijk gebaar geworden. Dit door een leider die het contact met op zijn minst een deel van de achterban kwijt is’, meent Van Bruggen in zijn opinie-artikel.

Vrijdag heb ik alle verhalen die wij over deze schuldbelijdenis hebben geschreven nog eens herlezen. Dat hebben we zeer uitgebreid gedaan, vanaf de redacties religie&filosofie en opinie. We brachten het nieuws, maakten een reconstructie van de totstandkoming van de schuldbelijdenis, we schreven een commentaar, publiceerden reacties en opinie-artikelen en deden interviews met kerkhistoricus Bart Wallet én met – uiteraard – René de Reuver zelf.

Boetekleed

Daarin trok hij het boetekleed aan. Ja, achteraf bezien had de communicatie met de achterban beter gemoeten. “Dit is een open zenuw, en die is geraakt”, erkende De Reuver. Toch gooide hij – onbedoeld wellicht – weer olie op het vuur door te zeggen dat inderdaad de communicatie en het proces ‘beter hadden gekund’ maar, en dan komt het, “ik ben ervan overtuigd dat de verklaring niet heel anders was geworden”.

Terugkijkend zie ik een PKN-leiding die met de beste bedoelingen in overleg met vertegenwoordigers van Joodse organisaties een schuldbelijdenis opstelt, maar daarin vergeet de nabestaanden van kerkelijke verzetslieden mee te nemen. Bestuurders Eddo Verdoner en Ronny Naftaniel van het Centraal Joodse Overleg waarschuwen De Reuver c.s. daar nadrukkelijk voor, blijkt uit de reconstructie van Maaike van Houten van 9 november. “Het kan nooit zo zijn dat de schuldbelijdenis een schaduw werpt over deze heldendaden”, tekent zij op bij de Joodse bestuurders.

Slechts twee zinnen

En dat gebeurde dus wel, ondanks dat er in de schuldbelijdenis aandacht was voor het verzetswerk van kerkleden. Hoewel die passage oprecht en fraai was geformuleerd, bestond deze slechts uit twee zinnen. En heel simpel gesteld: dat was te weinig. Daar zat ook een redenering achter: te veel aandacht voor het verzetswerk van kerkleden zou afbreuk kunnen doen aan de schuldbelijdenis als geheel.

Maar nu zit De Reuver met de gebakken peren. De schuldbelijdenis waarvan de strekking door niemand wordt bestreden en die dankbaar is aanvaard door de Joodse gemeenschap, is besmeurd geraakt door het gebrek aan aandacht voor de offers die individuele kerkleden hebben gebracht. Het lijkt mij verstandig als de PKN-leiding nu deemoedig het gesprek opzoekt met die achterban.

Trouw-hoofdredacteur Cees van der Laan schrijft wekelijks over de discussies op de redactie en de keuzes van de krant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden