null

OpinieWoningmarkt

Gezamenlijk wonen voor ouderen kan, als de gemeente maar meewerkt

Beeld Trouw

Ouderen die samen een nieuwe woonvorm betrekken maken zo woningen vrij voor starters. Dat is aantrekkelijk voor gemeenten, schrijven Erik IJpema en Hermien Miltenburg.

Voor veel senioren is het een aantrekkelijk perspectief om samen met gelijkgestemden enigszins gemeenschappelijk te wonen. Wel een eigen huis en een eigen voordeur, maar ook gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen.

In Nederland zijn volgens de Landelijke Vereniging voor Gemeenschappelijk wonen van Ouderen (LVGO) inmiddels honderden gemeenschappelijke woonvormen met over het algemeen tevreden bewoners.

Bewoners waarderen de combinatie van de privacy van de eigen woning met af en toe samen kunnen zijn in de gezamenlijke huiskamer of de gezamenlijke tuin. Vanzelfsprekend dat je elkaar af en toe even helpt als het nodig is en gezellig als bijvoorbeeld ook buurtbewoners soms op de koffie komen.

Het leidt al met al tot meer sociale cohesie in de buurt en minder eenzaamheid en dus meer welbevinden bij bewoners.

Doorzettingsvermogen vereist

Senioren weten elkaar vaak wel te vinden om gezamenlijk initiatief te starten. Dat verdient op zich al bewondering. Want een gemeenschappelijke woonvoorziening omvat al gauw 20 tot 30 woningen en het vergt behoorlijk wat doorzettingsvermogen om daar genoeg geestverwanten voor bij elkaar te krijgen.

En dan begint het pas. Want de weg om van de gezamenlijke droom tot de daadwerkelijke realisatie van zo’n gemeenschappelijke woonvorm te komen is bezaaid met hindernissen en bezwaren. Vind maar eens een geschikt en beschikbaar plekje waar je zoiets kunt beginnen en vind maar eens een bereidwillige gemeente die dit gaat regelen.

Een gevolg is dat veel initiatieven meestal vele jaren (gemiddeld 7 jaar) nodig hebben voordat de initiatiefnemers hun zo gewenste behuizing kunnen betrekken. Geregeld komt het dan ook voor dat initiatieven voortijdig sneuvelen.

Interessante optie voor gemeenten

Langzaam maar zeker lijken deze woonvormen echter ook voor gemeenten zélf een steeds interessantere optie te worden. Wat voor gemeenten daarbij zeker speelt is dat zij te maken hebben met een grote woningbouwopgave. En met een stijgend aantal ouderen. Goede huisvesting voor ouderen bevordert de doorstroming en zorgt voor woningen voor bijvoorbeeld startende gezinnen.

Maar minstens zo belangrijk is de overweging dat de formele zorg flink onder druk staat en dat de uitgaven van de gemeenten aan zorg en ondersteuning de pan uit rijzen. Het scheelt aanzienlijk als mensen wonen op een manier dat ze makkelijker een beetje voor elkaar kunnen zorgen als de nood aan de man komt. Het gevoel van gemeenschappelijkheid en verbondenheid leidt tot meer welbevinden, minder eenzaamheid en zelfs minder ziekte. En als er wel formele zorg nodig is, scheelt het voor de medewerkers van de thuiszorg dat de hoeveelheid reistijd per verstrekking beperkt is.

Ruimte voor gemeenschappelijk wonen

In de gemeente Bunnik worden deze voordelen onderkend en de gemeenteraad heeft onlangs unaniem een motie aangenomen om bij de ontwikkeling van een nieuwe geplande wijk met 1200 woningen ook ruimte te bieden aan gemeenschappelijk wonen.

Met dit ingezonden stuk roepen wij ook andere gemeenten op om gemeenschappelijk wonen als serieuze optie mee te nemen bij nieuwe woningbouwplannen.

Om dergelijke woonvormen daadwerkelijk van de grond te krijgen, moeten gemeenten soms de eerste stappen zetten. Bijvoorbeeld door erover te informeren via een lokaal huis-aan-huiskrantje en het houden van een informatiebijeenkomst.

Als daaruit naar voren komt dat er voldoende serieuze belangstellenden zijn, is het van belang om de regie zo snel mogelijk bij hen te leggen. De ervaring leert dat het zelf invloed hebben op de toekomstige gemeenschappelijke woonvorm een belangrijke succesfactor is voor het welslagen ervan.

Voor begeleiding van dit proces en voor realisatie van de woonvorm bestaan subsidieregelingen.

Erik IJpema is voorzitter adviesraad sociaal domein Bunnik. Hermien Miltenburg is bestuurslid LVGO.

Lees ook:

Wooncrisis? Vierkante meters genoeg, maar ze worden niet goed benut

De wooncrisis kan opgelost worden met nieuwbouw, maar ook met het beter benutten van bestaande woningen, stelt kenniscentrum Platform31.

Jong én oud samen laten wonen is beter dan een Knarrenhof

Een Knarrenhof is geen goed idee. Voor een gezamenlijk woonproject kun je beter mensen uit verschillende generaties zoeken die een ideaal delen, waarschuwt Marinus Trommel, die het initiatief nam tot een ecologisch woonproject in Almelo.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden