null

OpinieLeefomgeving

Gevraagd: landelijke regels voor participatie

Beeld Trouw

Al jaren wordt gesproken over de Omgevingswet. Na een aantal keren uitstel zou de Omgevingswet in januari 2022 in werking treden, maar het lijkt erop dat januari ook te vroeg komt. Het doel van de wet is om het bestaande woud aan wetgeving en regels te verkleinen en te vereenvoudigen. Zo moet de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving door zowel overheden als burgers makkelijker worden. Met minder bureaucratie en minder verschillende loketten. En met, daartegenover, juist méér samenspraak met burgers. Dit heet met een lelijk woord burgerparticipatie en wordt door de Omgevingswet een verplicht onderdeel in de besluitvorming.

Lagere overheden worstelen echter met de uitwerking ervan, omdat in de Omgevingswet alleen staat dát er participatie moet plaatsvinden. Het wat en het hoe ontbreekt, terwijl participatie van alles kan zijn: meebeslissen, samenwerken, raadplegen, inspreken of informeren.

Laat nou net verschil in interpretatie en invulling een terugkerend probleem zijn van burgerparticipatie. Het gaat vaak al mis bij een onjuiste verwachting: participatie is geen veto maar een gezamenlijke opvatting over een collectief belang.

Het doel voorbij

Daarnaast streeft het middel het doel soms voorbij: meer participatie betekent niet automatisch meer draagvlak. En het verkeerd inzetten van participatie leidt niet tot het verkleinen maar juist het vergroten van de afstand tussen overheid en burgers.

Een uitspraak van de Raad van State van 14 april vergroot de urgentie voor landelijke regie. Die uitspraak zorgt er namelijk voor dat belanghebbenden alsnog bezwaar kunnen maken tegen ruimtelijke plannen bij de bestuurlijke rechter, ook als zij niet hebben deelgenomen aan de participatie en/of formele zienswijze-periode. Als dit niet wordt ondervangen staat burgerparticipatie al direct buitenspel nog voordat de Omgevingswet van start gaat.

De overheid moet er daarom nu voor zorgen dat participatie een volwaardige en meer eenduidige rol krijgt binnen lagere overheden. Wij pleiten voor een participatieladder die overzichtelijk aangeeft wanneer welke vorm van participatie wordt verlangd, gekoppeld aan de grootte van de ruimtelijke opgave. De participatieladder wordt landelijk opgelegd aan lokale overheden met daarbij een aantal algemene criteria, waardoor er ruimte blijft om de ladder lokaal in te richten naar ruimtelijke impact en behoefte. De ladder maakt onderscheid tussen noodzaak en effectiviteit van participatie, en maakt daarmee het besluitvormingsproces van aanvragen transparant voor de burger én overheid.

Gevuld voetbalstadion

De participatieladder doorbreekt verschillen. Die moet bijvoorbeeld de garantie inbouwen dat politieke kleur van het lokale bestuur niet bepalend is voor de mate van inspraak van inwoners. En het voorkomt ook ‘participatieconcurrentie,’ zoals in het geval wanneer participatie bij gemeente A slechts een vinkje is, terwijl bij gemeente B voor elk vraagstuk het lokale voetbalstadion gevuld moet worden.

Het is dus een landelijk hulpmiddel voor een gelijk speelveld: dezelfde regels en processen voor participatie voor elke burger of ondernemer die wat wil ontwikkelen, bouwen of ondernemen.

Een goede samenwerking tussen overheden en burgers zorgt voor meer draagvlak, snellere (politieke) besluitvorming en een groter wederzijds vertrouwen. Daar moet je als overheid in investeren en dat kun je aan de vooravond van de Omgevingswet maar één keer goed doen.

Met opnieuw uitstel op de loer, heeft de overheid zeker extra tijd om verbeteringen op dit vlak aan te brengen. Dat betekent nu regie nemen en laten zien dat burgerparticipatie al lang niet meer een bijkomstig middel is, maar een vereiste om grote en (in beperkte mate) kleine opgaven gezamenlijk met burgers het hoofd te bieden.

Dat vraagt om een definitief andere structurele benadering van participatie. Om te beginnen op het Binnenhof.

Lees ook:

De invoering van de Omgevingswet - de grootste wetgevingsoperatie sinds 1848 - per 1 januari wankelt

De kans is groot dat invoering van de Omgevingswet opnieuw moet worden uitgesteld. De start van de wet staat nu gepland voor 1 januari 2022, maar achter de schermen houdt minister Ollongren rekening met nog eens een half jaar vertraging.

De Omgevingswet laat de burgers juist wél meepraten

Een nieuwbouwwijk? Een spoorlijn langs de achtertuin? Hoe zo’n besluit tot stand komt, is nu volstrekt onhelder, betoogt Co Verdaas, hoogleraar gebiedsontwikkeling en dijkgraaf. De Omgevingswet kan dat verhelpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden