Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geven wij niet om lekker eten?

Opinie

Naema Tahir

Naema Tahir © Maartje Geels
column

Alles in Italië smaakt lekkerder, aldus een Hollandse vakantieganger die ik tijdens mijn vakantie in het Italiaanse Umbrië sprak. Met die opmerking sloeg hij de spijker op de kop. De hele drie weken dat ik er met mijn gezin was, werd dat bewezen. 

Niet alleen de pizza's, verse pasta's, de espresso en gelato zijn in Italië uitmuntend; eigenlijk smaakte alles wat ik daar at lekkerder, en met lekkerder bedoel ik lekkerder dan in Nederland.

Lees verder na de advertentie

De watermeloen waarmee je je maaltijd afsluit, de pruimen die je direct van de bomen plukt, de tomaten die ik, net als de andere gasten, dagelijks probeerde te scoren uit het moestuintje van ons vakantieresort. Zelfs de nog net niet rijpe waren al overheerlijk. En last but not least: het vlees van de chianinokoe, dat zo ongekend smakelijk was dat we drie weken lang ons bijna-vegetarisme aan de kapstok hebben gehangen en carnivoor zijn geworden.

Was de EU niet bedoeld om de beste van de beste producten uit te wisselen?

In Nederland heeft het gehakt altijd een vreemd geurtje als je het koopt, waardoor je de lust vergaat om het te eten. In Italië kreeg ik maar geen genoeg van de overheerlijke ragusaus gemaakt van chianinogehakt. Mijn man heeft zich een ongeluk gegeten aan de reusachtige bistecca's fiorentina's, die van diezelfde chianinokoe afkomstig zijn.

Oké, ik weet het. Heerlijke producten bestaan ook buiten Italië.

In Nederland natuurlijk, denk aan onze kaas. En in België bijvoorbeeld. Een Vlaamse resortgenote van ons vertelde ons over het Belgische gehakt. Volgens haar is dat zelfs beter dan het Italiaanse gehakt. Vriendinnen van haar die in Nederland wonen, vragen haar altijd om gehakt uit België mee te nemen als ze hen in Nederland opzoekt.

En in Duitsland. Nog een anekdote uit onze vakantie. Onze laatste stop op de reis huiswaarts was Aken. Daar aten we voortreffelijke pfifferlingen. In het Nederlands heten die dingen cantharellen. Ze zijn standaard in de Duitse keuken, maar bij ons kom je ze vrijwel niet tegen. Wij eten tamelijk gewone champignons.

Ik kom tot mijn punt.

Was de EU niet bedoeld om de beste van de beste producten uit te wisselen?

Wij zijn gewoon niet wezenlijk geïnteresseerd in wat andere EU-landen ons te bieden hebben

Waarom hebben we dan in Nederland niet de zachtfluwelen, bijzonder smakelijke tomaten uit Italië? Waarom moeten wij het doen met die harde pruimen en perziken die thuis maar moeilijk rijpen? Waarom hebben we in Nederland het vlees van oude melkkoeien? Waarom wordt niet het vlees van die chianinokoeien geïmporteerd? Of dan toch in ieder geval het gehakt uit België? Waarom vind je in de supermarkt nauwelijks pfifferlingen? Kortom: waarom profiteren we eigenlijk niet meer van de gastronomische mogelijkheden die de vrijhandel binnen de EU ons biedt? Juridisch en transporttechnisch gezien is het immers een fluitje van een cent het allemaal hiernaartoe te halen.

Ik probeer hier te achterhalen waarom dat zo is. Zou het kunnen dat wij Nederlanders er niet veel om geven om echt lekker te eten? We zijn tevreden met ons gehakt (waar veel mensen overigens wel over klagen), met onze flauwe en taaie biefstukken, met onze gewoon smakende champignons en tomaten.

Wij zijn gewoon niet wezenlijk geïnteresseerd in wat andere EU-landen ons te bieden hebben. We denken niet na over hoe andere EU-landen ons leven kunnen veraangenamen.

Jammer. Want Europese integratie begint in het hoofd.

Naema Tahir is jurist en schrijver. Voor Trouw schrijft ze om de week een column. Eerdere afleveringen vindt u hier.

Deel dit artikel

Was de EU niet bedoeld om de beste van de beste producten uit te wisselen?

Wij zijn gewoon niet wezenlijk geïnteresseerd in wat andere EU-landen ons te bieden hebben