Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gevaar van chaos is iets waar de Chinese bevolking nogal gevoelig voor is

Opinie

Stevo Akkerman

Stevo Akkerman © Trouw
column

Het was het begin van de zomer die de laatste zou worden voor de val van de Muur, maar hoe konden we dat weten? We waren op terugreis uit Roemenië, het benauwde rijk van Nicolae Ceausescu, en verbleven een paar dagen op een camping in Boedapest om op adem te komen, toen ik via de International Herald Tribune vernam wat er was gebeurd in China. Dat kon toen nog, dat voorpagina’s van kranten je verrasten met groot nieuws uit verre landen. 

4 juni 1989: met tanks had het Chinese leger een einde gemaakt aan de permanente demonstratie op het Plein van de Hemelse Vrede. Honderden studenten waren gedood, misschien meer. En dat te lezen in Boedapest, waar Russische tanks in 1956 de Hongaarse Opstand hadden gesmoord – had het communisme geen andere taal ter beschikking dan die van staal tegen vlees en bloed?

Lees verder na de advertentie
Opeens ontstond er ruimte voor het verlangen naar vrijheid dat de burgers decennialang bij zich hadden gedragen, soms zonder het zelf te weten

Dat was, terugkijkend, de vraag die de hele communistische wereld in 1989 beheerste. En het antwoord bleek in feite ‘nee’ te zijn. Waar de dictatoriale regimes van het Oostblok de taal van staal opgaven, daartoe min of meer gedwongen door Michael Gorbatsjov, en met menselijke tong gingen spreken, verdampte hun macht. 

Opeens ontstond er ruimte voor het verlangen naar vrijheid dat de burgers decennialang bij zich hadden gedragen, soms zonder het zelf te weten. De Hongaren knipten die zomer het IJzeren Gordijn open, de Polen hielden voor het eerst gedeeltelijk vrije verkiezingen, en een half jaar later was de wereld voorgoed veranderd; het Oostblok bestond niet meer, zelfs Ceausescu was gevallen, en hoe.

Chaos

Voor de communistische elite in China is deze geschiedenis altijd een bewijs geweest van het eigen gelijk. Hadden ze de roep om democratie niet met geweld het zwijgen opgelegd, dan was er van hun macht niets overgebleven en was het land ten prooi gevallen aan de vrijheid, die niets anders kon betekenen dan chaos. En dat gevaar van chaos is iets waar de Chinese bevolking nogal gevoelig voor is. 

“Wij willen geen onrust,” zei student Song zaterdag in deze krant. Dat is iets wat ikzelf in China ook vaak heb gehoord, waarmee ik niet wil beweren dat ik de wil van het volk doorgrond heb; ik was er een paar keer op reportage, wat zou ik durven zeggen over dit ondoorgrondelijke land? Naast Song kwam in Trouw ook David aan het woord, eigenaar van een telefoonwinkel, en die zei het volgende: “Democratie zal vroeger of later komen, het zit in de genen van de mens.”

Zeitgeist

Er is niets dat ik liever zou geloven dan dat, en daarom las ik met grote gretigheid wat China-expert Ian Johnson noteerde over de onderstroom in de Chinese samenleving. Het mag waar zijn dat Xi Jinping zijn land in een ijzeren greep heeft, en de eerste leider is sinds Mao die niet gebonden is aan enige regeertermijn, maar er klinkt vanuit academische kring openlijk kritiek. Machtig is die stem niet, maar let op, zegt Johnson: dit weerspiegelt wel de zeitgeist. En inderdaad, waarom zou Peking er anders alles aan doen om de herinnering aan 1989 uit te wissen? Er zijn altijd zomers waarvan we niet weten wat erop volgt.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt.

Deel dit artikel

Opeens ontstond er ruimte voor het verlangen naar vrijheid dat de burgers decennialang bij zich hadden gedragen, soms zonder het zelf te weten