Column

'Genderneutraal' irritant? Daar kan ik me wel iets bij voorstellen

Ger Groot nieuwe fotoBeeld Trouw

‘Genderneutraal’ is het irritantste woord van het afgelopen jaar, zo maakte het Instituut voor de Nederlandse Taal deze week bekend. Zo’n 43 procent van de mensen die aan de verkiezing daarvan hadden deelgenomen, wees dit woord als de grootste boosdoener aan. 

 Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Lelijker dan ‘genderneutraal’ krijg je het in het Nederlands niet snel. Verengelsing maakt de taal niet fraaier maar hier botst het Engels zo aanstootgevend op het Nederlands dat van de weeromstuit de verwarring haar kans ziet. Spreek je de ‘g’ nu hard uit of zacht, als een ‘dzj’? Ofwel: is het een echt Nederlands woord geworden of nog altijd een hybride?

De meeste mensen houden het vooralsnog op het laatste en dat lijkt me terecht. Want waarom zou je niet gewoon een ‘echt’ Nederlands woord gebruiken: ‘geslacht’? Of desnoods een leenwoord uit het Latijn als ‘genus’, dat dezelfde linguïstische oorsprong heeft als ‘gender’ in het Engels? Omdat dat laatste woord iets heel specifieks aanduidt, zo zeggen de voorstanders ervan. Het duidt niet op het biologische geslacht maar op de maatschappelijke rollen en verwachtingspatronen die daarmee verbonden zijn. Pas sinds kort begrijpen we echt hoe belangrijk maar ook hoe willekeurig die zijn – en daarom moest er een nieuwe term voor worden bedacht.

Ivan Illich

Dat is, met permissie, apekool. Ik herinner mij nog goed wanneer ik ‘gender’ voor het eerst zag opduiken. Dat was in de titel van een boek van de van oorsprong Kroatisch-Oostenrijkse maar in Mexico neergestreken cultuurcriticus Ivan Illich. Al eerder had hij naam gemaakt met zijn verwoestende analyse van het begrip ‘normaal’ in de medische wetenschap en met zijn oproep tot ‘ontscholing’ van de maatschappij. Nu nam hij ook het geslachtsbegrip onder vuur. Inderdaad: om de normerende dualiteit van mannetje-vrouwtje daarin te ondermijnen. Het Engelstalige boek dat hij erin 1982 over publiceerde heette kortweg ‘Gender’.

Hoe had het anders moeten heten? Het Engels is een rijke taal, maar als het op het geslacht aankomt blijkt het opvallend armelijk. Misschien als gevolg van de nog altijd doorzeurende Victoriaanse preutsheid die samen met de Britse stiff upper lip de Angelsaksische seksualiteit generatieslang verbannen heeft naar de duisterste krochten van de menselijke ziel. Toen ik in het begin van de jaren ’70 Londen bezocht was de musical ‘No sex please, we’re British’ de tophit van het seizoen. Hij zou tot 1987 in maar liefst drie theaters triomfen blijven vieren en dat was niet voor niets.

Nieuwe associatie

Ook die titel was onbedoeld onthullend. Ze benoemde wat Illich nu juist wilde vermijden door zich niet uit te drukken in gewone taal. Het Engels kent geen onderscheid tussen ‘seks’ en ‘sekse’. Had Illich ‘normaal’ gedaan – maar juist aan de normativiteit daarvan had hij een bloedhekel – dan had zijn boek simpelweg ‘Sex’ geheten. Het zou de verkoopcijfers ongetwijfeld hebben opgestuwd, maar wel onder valse vlag en met het verkeerde lezerspubliek.

Vandaar ‘gender’ – met de nieuwe associatie die Illich daaraan gaf, aan gene zijde van de specialistische betekenis die het tot dan toe in het bargoens van de grammatici had gehad. De vertaler moet er danig mee in zijn maag gezeten hebben en koos voor een wat omslachtige omschrijving: ‘Man/vrouw : geslacht en sekse’. Dat liet zich in de conversatie moeilijk hanteren, al was de oplossing duidelijk genoeg. Niet echter volgens de ‘gender’-kampioenen die alsnog met gemakzucht teruggrepen op het Engels. Het besef dat je voor het ombuigen van een oud woord naar een nieuw begrip ook heel goed een Nederlandse uitdrukking kunt gebruiken schittert in hun bargoens sindsdien door afwezigheid.

Weinig populair ideaal

En zo werden wij met ‘gender’ opgezadeld tot we een ons wogen – of we nu protesteerden of niet. Ook het bescheiden taalreferendum van de jaarlijkse verkiezing van het meest irritante woord zal daar weinig aan veranderen. Net zo min als de weerzin die het daarmee verbonden activisme oproept. ‘Genderneutraliteit’ is een weinig populair ideaal, dat vooral de aandacht trekt doordat het luidruchtig gepropageerd wordt door een tamelijk marginaal zendingsgenootschap. Je zou het pesterig een soort neo-kolonialisme kunnen noemen, waarin de onbeschaafde omgangstaal op strategische punten bezet wordt door missionarissen van het neutrale heil.

Maar pesten is mijn genre niet. Of laat ik voor één keer zeggen: mijn ‘gender’, als een besmuikte gelukwens aan een verdoold ideaal. Want als taal érgens in bestaat, dan is het wel in het maken van onderscheid en het trekken van grenzen – en als ze iets níet is, dan is het wel neutraal. Maar op een moment als dit zullen we de pret niet bederven. Ook slechte wijn behoeft zijn krans.

Lees hier meer columns van Ger Groot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden