Column

Gelukkig, daar is frater Willibrordus weer

Ger Groot: "Het leven raakt een beetje uit het lood wanneer we frater Willibrordus niet meer horen". Beeld Trouw

Frater Willibrordus is terug. Ik heb hem wekenlang gemist. Sinds ik mij herinner bracht hij in het radio-programma ‘Vroege Vogels’ op de vroege zondagochtend verslag uit van het wel en wee van de natuur. 

De eerste zwaluwen, de laatste sprinkhanen, een trekvogel al bijna buiten het seizoen. De ‘fenolijn’ waarop luisteraars inspreken wat ze nu weer voor nieuws in hun tuin, het vrije veld of gewoon bij hen in de straat hadden gezien was niet compleet zonder hem. Je kon er elke zondag op wachten. Behalve in de laatste weken. Misschien lag hij ziek te bed. Of erger. Hij zou toch niet…

Dat Willibrordus op leeftijd was hoorde je aan zijn stem – en fraters zijn sowieso in Nederland een uitstervende soort. In mijn katholieke jeugd waren ze nog overal. Ik had een ‘heeroom’ die broeder was en ben op de lagere school door broeders wegwijs gemaakt in lezen en schrijven. Fraters waren een soort een broeder-variant. Het precieze onderscheid is me nooit duidelijk geworden, al leek het tussen de verschillende orden tamelijk nauw te luisteren.

Dat doet het niet meer. Als lid van een bedreigde species is frater Willibrordus ook om die reden in ‘Vroege vogels’ op zijn plaats – al is het een programma van de ‘rooie’ Vara. Het was goed zijn stem weer te horen, verzuchtte presentator Menno Bentveld aan het einde van de fenolijn – en dat klonk, met het charmante enthousiasme dat hem eigen is, volstrekt gemeend.

Fenolijn

Ik voelde precies hetzelfde en dat is vreemd. Van Willibrordus weet ik alleen dat hij in De Bilt woont, want iedere fenolijn-inspreker kondigt zich met zijn woonplaats aan. Sinds deze zondag weet ik dat hij daar een fraterhuis betrekt: ook al zo’n woord dat in het vergeetboek dreigt te raken. Zijn verslag ging deze keer over paddestoelen die waren opgeschoten ‘bij het fraterhuis’. De Sherlock Holmes in mij zag er meteen een aanwijzing in. Als Willibrordus niet verder ging dan zijn eigen tuin, was hij waarschijnlijk herstellende en zaten fietstochten er nog niet in. In gedachten wenste ik hem van harte beterschap.

Ik zal de enige niet geweest zijn. Op Google ontdekte ik dat frater Willibrordus voor meer mensen een oude bekende is: een ‘fenolijn-fenomeen’ noemt de website van Vroege Vogels hem. ‘Toen hij onlangs een paar weken niet te horen was, kregen we op de redactie regelmatig de vraag: wat is er met Frater Willibrordus aan de hand?’, staat daar op een pagina uit juni 2014. Kennelijk is de gezondheid van de frater broos aan het worden.

En zowaar, met een foto krijgt hij op de website eindelijk voor mij een gezicht. Het mysterie raakt er een beetje van zijn geheimzinnigheid door kwijt. Voortaan kan ik me niet meer verliezen in droombeelden van een naam-van-de-roos-achtige man Gods die in een met wit koord omgorde pij de natuur doorstruint en daarin het gezicht van God terugvindt.

Bewondering

Ook dat verwijdert mij van Willibrordus, wiens wekelijks commentaar zelfs zónder pij getuigt van een mateloze bewondering voor wat wel een schepping Gods móet zijn. Ongelovig ben ik sinds mijn prille puberteit en een natuurmens was ik zelfs in de moederschoot al niet. Opgegroeid in een stadscentrum met ‘drijfsijzen’ in de gracht, zijn mooie landschappen voor mij altijd iets gebleven om van te genieten wanneer je er iets bij te drinken hebt.

Maar de Willem Kloos in mij (het is een drukte van belang in mijn ziel) wijkt zonder tegensputteren voor lichte bezorgdheid wanneer ik wekenlang Willibrordus niet heb gehoord. En ik weet dat ik die deel met al die mensen die hem ook alleen maar kennen van zijn stem die ons met een ijzeren weekritme meldt dat het nog steeds goed gaat met boleten, struiken, vogels en gewassen waarvan we niet eens de naam kenden. Het leven raakt een beetje uit het lood wanneer we hem niet meer horen.

Ooit gaf de zondagochtendmis of –dienst het bestaan een zetje in de rug. Niet om wát hij was maar omdát hij er was. Het rituele ritme ervan herstelde voor even het geloof dat het bestaan geen zinloze chaos was. Daarnaast waren God, hemel en hiernamaals eigenlijk maar bijkomstigheden – al dachten veel gelovigen daar anders over. Ze onderschatten, denk ik, het simpele belang van domme regelmaat. Ook de Vara-traditie van ‘Vroege vogels’ heeft God niet nodig om de week bemoedigend te openen. Ze heeft elke zondag weer genoeg aan de blijde bewondering van Willibrordus. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden