Opinie Rechtspraak

Gelijke behandeling in arbeidsrecht is complexer dan je zou denken

Gelijke behandeling in het arbeidsrecht is nog niet zo eenvoudig, stelt Sjef de Laat, ex-kantonrechter bij de rechtbank Midden-Nederland. Bij nieuwe wetgeving zijn rechters nu eenmaal zoekende.

Zoveel rechters, zoveel uitspraken. Dat liet een juridische databank zien waarover Trouw schreef (26 augustus). De Raad voor de Rechtspraak wees er in een reactie op dat veel overleg plaatsvindt en dat het altijd mogelijk blijft dat de ene rechter andere accenten legt dan de andere. Rechtspraak blijft mensenwerk. In het commentaar (Opinie, 28 augustus) wordt deze ‘laconieke’ reactie van de Raad voor de Rechtspraak schokkend genoemd.

Het commentaar noemt het ernstig, als de bevindingen van het Rotterdamse databedrijf en de Rotterdamse Universiteit kloppen. Gelijke behandeling in het arbeidsrecht is in dat geval fictie, wat haaks staat op wat goede rechtspraak moet garanderen, vindt Trouw.

Met gelijke behandeling in het ­arbeidsrecht wordt waarschijnlijk ­bedoeld dat de uitkomst van rechts­zaken zoveel mogelijk gelijk en voorspelbaar moet zijn. Maar er had mijns ­inziens meer tijd en aandacht mogen worden besteed aan de achtergronden van waarom gelijke behandeling juist in het arbeidsrecht zo moeilijk is.

Wet werk en zekerheid

De belangrijkste oorzaak van de worsteling van arbeidsrechters met het ontslagrecht is de in 2015 ingevoerde Wet werk en zekerheid, een geheel vernieuwd ontslagrecht. Daarin kwamen begrippen voor als ‘ernstig verwijtbaar’, maar ook de noodzaak van een verbeterplan bij disfunctioneren van een werknemer. Het oude recht kende die begrippen nog niet zo duidelijk en ze moesten dus (verder) worden ontwikkeld. De wetgever gaf vijf voorbeelden van ernstige verwijtbaarheid, terwijl we er inmiddels in de jurisprudentie enkele honderden hebben. Het kan niet anders of kantonrechteruitspraken ­lopen, vooral in het begin, uiteen.

De Raad voor de Rechtspraak wijst er overigens terecht op dat in die nieuwe Wet werk en zekerheid de aloude ­almacht van de kantonrechter is verminderd. Vroeger konden werknemer en werkgever niet in beroep gaan tegen een uitspraak van de kantonrechter over een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Sinds 2015 kunnen zij in hoger beroep bij het gerechtshof. De gerechtshoven, waarvan er nog maar vier zijn in Nederland, kunnen beter coördineren wat betreft rechtseenheid, maar ook daar blijven, in elk geval voorlopig nog, verschillen bestaan.

Ik zeg voorlopig nog, omdat de wetgever continu sleutelt aan het ontslagrecht. Zo is onlangs de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) aangenomen, die arbeidsrechters weer opzadelt met nieuwe problemen. In plaats van meer gelijke behandeling op korte termijn, durf ik nog een periode met grotere onzekerheid te voorspellen. Met name de nieuwe cumulatiegrond voor ontslag­redenen en de daarbij horende, maar nog volledig door rechters te ontwikkelen, maximale extra 50 procent transitievergoeding voor de werknemer, zullen de nodige hoofdbrekens kosten.

Gezichtspunten

Bij dit alles komt dat ook de Hoge Raad het soms maar lastig vindt om precies te zeggen waar het op staat. Die werkt steeds meer met zogeheten gezichtspunten, vooral in het arbeidsrecht. Een voorbeeld: op 4 juni 2019 heeft de Hoge Raad een uitspraak ­gedaan over de vraag wie een verbeterplan moet opstellen als een werknemer in de ogen van de werkgever disfunctioneert. De advocaat-generaal (die de Hoge Raad adviseert) suggereerde dat de werkgever dat moet doen. Nee, zegt de Hoge Raad, soms kan ook de werknemer dat zelf moeten doen.

Het hangt af van allerlei omstandigheden. De Hoge Raad geeft gezichtspunten mee zoals: let op de aard, de ­inhoud en het niveau van de functie en de mate van de ongeschiktheid van de werknemer. Maar let ook op haar/zijn ervaring en opleiding, de duur van het disfunctioneren, de mate waarin de werknemer openstaat voor kritiek en zich inzet voor verbetering en ten slotte op aard en omvang van het bedrijf.

Al met al is de aanpak van vele honderden ontslagzaken per jaar complexer dan je zou denken, wil ik maar zeggen. Het commentaar van Trouw dat de ­reactie van de Raad voor de Rechtspraak laconiek is en dat die laconieke reactie schokkend is, is in mijn ogen te sterk aangezet. Er is meer aan de hand dan dat de bevindingen van de Rotterdamse dataverzamelaars en wetenschappers wel moeten kloppen om dit soort conclusies in een commentaar te kunnen trekken.

Lees ook: 

Juridische databank laat zien: zoveel rechters, zoveel uitspraken

De kans op een voor de werkgever gunstig ontslagvonnis kan per rechtbank en zelfs per rechter verschillen. Dat blijkt uit de eerste zoekmachine voor rechterlijke uitspraken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden