Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geeft 'De Staat van de Boer' een juist beeld?

Opinie

Berend Wierenga en Han Wiskerke

Boerin Heleen Lansink checkt met haar man en kinderen de maisplanten op hun bedrijf. © Hanne van der Woude
De Staat van de Boer | Opinie

De Staat van de Boer is het grootste opinieonderzoek dat ooit onder agrariërs is gehouden. Geeft het onderzoek een juist beeld? Daar verschillen de meningen over. 

Nee

Lees verder na de advertentie

Op suggestieve vragen komen negatieve antwoorden

Berend Wierenga, em. prof. marketing Rotterdam School of Management Erasmus University

Met 'De Staat van de Boer' deed Trouw onderzoek naar de Nederlandse boeren. Hoe wetenschappelijk verantwoord zijn deze uitkomsten? De vragen in het onderzoek zijn geformuleerd door twee Trouwjournalisten, begeleid door Han Wiskerke, hoogleraar aan de WUR.

Er is niets mis met journalisten die vragen stellen (dat is hun vak), maar het gaat fout als de uitkomsten van journalistiek werk als wetenschappelijk verantwoord worden gepresenteerd. Door methodologische tekortkomingen worden in dit onderzoek de uitkomsten systematisch gestuurd in een te pessimistische richting. Hiervoor zijn minstens drie redenen.

Sommige stellingen zijn zelfs ronduit populistisch

Boeren kregen een vragenlijst voorgelegd. Daaraan vooraf ging een uitvoerige tekst over 'mest', 'dierziekten', 'maatregelen vanuit Brussel en Den Haag', 'negatieve gevolgen van intensivering' en 'de toekomst van de landbouw als een doodlopende weg'. Als vervolgens de vraag komt: "Is er sprake van een crisis in de landbouw?", dan is een respondent geneigd daarmee in te stemmen.

Mensen gaan antwoorden vanuit een houding die teweeg is gebracht door de blootstelling aan eerdere informatie, in dit geval de opsomming van alle problemen in de landbouw. Ze zijn in de stemming gebracht van: er is heel veel mis met de landbouw en vanuit die stemming beantwoorden ze de vragen. Dit gebeurt onbewust.

Suggestief

Ik zie ook dat er sprake is van suggestieve bewoordingen in de stellingen die de boeren kregen voorgelegd. Voorbeelden: "Door overregulering is er nauwelijks nog te ondernemen", "Boeren werken keihard maar krijgen nauwelijks waardering" en "Ik heb het gevoel dat ik als boer vooral werk om directeuren van banken, toeleveranciers en afnemers aan een goed inkomen te helpen". Sommige stellingen zijn zelfs ronduit populistisch.

Van de benaderde boeren heeft ongeveer een op de zeven de vragenlijst ingevuld. Dit roept de vraag op hoe representatief dit onderzoek is voor de hoofdvraag: de stemming onder boeren.

Het valt te verwachten dat boeren die in de knel zitten - en dus met weinig reden voor optimisme - eerder geneigd zijn deel te nemen aan een onderzoek over hoe boeren de problemen in de Nederlandse landbouw ervaren. Wellicht zijn dit gemiddeld ook de minder goede ondernemers. Door een oververtegenwoordiging van minder optimistische boeren kunnen de resultaten extra pessimistisch uitvallen.

Daarom denk ik dat de cijfers uit het onderzoek geen goede weergave zijn van de stemming onder de Nederlandse boeren. Het voorpaginanieuws in Trouw van 19 juni suggereert dit wel. Door de stemming onder boeren aantoonbaar te negatief voor te stellen bewijst Trouw de Nederlandse landbouw geen dienst.

De cijfers over de inkomens van de Nederlandse land- en tuinbouw in 2017 komen niet overeen met het pessimistische beeld in Trouw. Het onderzoeksbureau Wageningen Economic Research schrijft in december: "Gemiddelde boer ontvangt marktconform inkomen". Gevolgd door verdere positieve geluiden over melkveehouders, varkenshouders en glastuinders.

Voor journalisten is zulk goed nieuws misschien minder interessant, maar voor de sector biedt het inspiratie en energie.

Ja

Uitkomsten zijn herkenbaar en goed bruikbaar

Han Wiskerke, hoogleraar rurale sociologie aan Wageningen Universiteit

'De Staat van de Boer' is een journalistiek project dat is gebaseerd op een solide opiniepeiling. Uniek in zijn soort, want de laatste nationale peiling vond 25 jaar geleden plaats. Dit proces heb ik als hoogleraar aan de Wageningen Universiteit wetenschappelijk begeleid. Daarmee is het geen wetenschappelijk onderzoek waaraan hoge eisen moeten worden gesteld. Dat is ook nooit beweerd. Toch zijn de resultaten zeer goed bruikbaar voor nadere analyse en wetenschappelijk vervolgonderzoek. Dat ga ik binnenkort ook uitvoeren.

De stellingen die in het onderzoek zijn gebruikt, vormen een goede mix van 'positief' en 'negatief' en raken een breed scala van onderwerpen die de agrarische wereld bezighouden, maar ook de maatschappij waarvan de sector deel uitmaakt. De uitkomsten zijn juist overwegend positief van aard. Meer dan 80 procent van de boeren geeft aan 'tevreden te zijn met zijn leven als agrarisch ondernemer' en iets minder dan 80 procent zou weer voor het boer-zijn kiezen. De Nederlandse boer is trots op zijn bedrijf.

Van 'suggestieve' vragen is in het onderzoek geen sprake, al helemaal niet van 'populistische'. In werkelijkheid zijn er geen vragen gebruikt, maar stellingen, met formuleringen die nauw aansluiten bij de belevingswereld van de boer, en daardoor voor journalisten, wetenschappers én beleidsmakers juist heel herkenbaar en bruikbaar zijn.

Dit maat­schap­pe­lij­ke onderzoek heeft zaken opgeschud en een verbindende functie

De Staat van de Boer is ook representatief te noemen. De respons voor dit type onderzoek was ruim voldoende en drie keer zo groot als het eerste opinieonderzoek in de jaren negentig.

Trends

Trouw richt zich daarnaast in de berichtgeving terecht op de stellingen die een zeer duidelijk resultaat opleverden: van meer dan 75 procent. Ook in mijn reflectie ben ik ingegaan op die overduidelijke trends. Daarnaast levert het onderzoek meer dan duizend persoonlijke 'verhalen' van boeren op, die niet alleen de onderzoeksresultaten ondersteunen, maar ook een zeldzaam zicht verschaffen op de gedachten van de Nederlandse boeren. In die verhalen worden de achtergronden en emoties geschetst die bij de cijfers horen. Die handige combinatie geeft het onderzoek een extra waarde.

Uit de vele artikelen die inmiddels in de krant zijn verschenen, komt een beeld naar voren van uiteenlopende opvattingen en toekomstperspectieven, met nadruk op de kansen voor de sector én de samenleving. Wat dat betreft heeft dit maatschappelijke onderzoek zaken opgeschud, maar is er ook zeker sprake van een verbindende functie.

De Staat van de Boer is momenteel overal onderwerp van gesprek: op meerdere plaatsen in het land worden in zaaltjes debatten gevoerd. Landbouworganisaties zijn wakker geschrokken. Minister Schouten ziet het onderzoek als een steun om met een langetermijnvisie te komen. Milieuorganisaties zien dat ze beter hun best moeten doen om met boeren coalities te sluiten. Ik denk dat Trouw met dit onderzoek de landbouw een enorme dienst bewijst.

De Staat van de Boer

Fipronil-eieren, het melkquotum, bijengif, mestfraude; het agrarisch bedrijf haalt de afgelopen jaren met grote regelmaat de kolommen van de krant, en vaak in negatieve zin. In de debatten die daarop volgen wordt vooral over de boer gesproken, niet mét hem. Volgens Trouw is het tijd die boer eens op te zoeken. Hoe gaat het anno 2018 met hen?

Lees alle stukken die verschenen over de staat van de boer terug in ons dossier.

Deel dit artikel

Sommige stellingen zijn zelfs ronduit populistisch

Dit maat­schap­pe­lij­ke onderzoek heeft zaken opgeschud en een verbindende functie