Opinie

Geef mensen in de bijstand serieuze steun en banen

Rotterdammers die als tegenprestatie voor de bijstandsuitkering washandjes moeten vouwen, knuffels naaien of borduren. Beeld arie kievit

Geef ‘kansarmen’ geen slap handje, maar krachtige begeleiding, met hulp van het Rijk, betogen Monique Kremer en Jelle van der Meer.

Wie denkt dat je blij kan zijn in de bijstand, leeft nog in de zeventiger jaren. Genoopt door voortdurende bezuinigingen door het Rijk op reïntegratiebudgetten maken gemeenten in hun bijstandsbestand een knip. Bij aanvraag van een uitkering volgt een indeling: kansarm of kansrijk. Hebben gemeenten voor de laatste groep nog tijd en geld voor ondersteuning met trajecten (hoewel iedereen vooral zelf veel moet solliciteren), voor mensen met lange afstand tot de arbeidsmarkt is die begeleiding naar werk er niet, zo blijkt uit ons onderzoek in samenwerking met het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, waarover Trouw eerder publiceerde.

Ongeveer de helft van alle bijstandsontvangers in de door ons onderzochte grote gemeenten behoort tot die groep. Vaak mensen die wat ouder zijn, laag opgeleid, taalproblemen hebben, schulden en veel fysieke en psychische klachten. En als je niet in de bijstand komt doordat je ziek bent, dan word je het wel doordat je er jarenlang in zit.

De laatste jaren is er veel aandacht voor de ‘tegenprestatie’: bijstandsontvangers moeten iets terug doen voor hun uitkering. Toch komen activering en ondersteuning daarin maar langzaam van de grond. Nu de economie aantrekt, zou er meer mogelijk moeten zijn voor de ruim 450.000 mensen in de bijstand, vooral voor de helft die er langdurig in zit. Laten we ophouden te fantaseren over een basisinkomen voor iedereen, wat onbetaalbaar en onwenselijk is, maar inzetten op basisbegeleiding en basisbanen. Dat vraagt meer aandacht en geld dan er nu is.

Werk geen doel meer

Voor de groep kansarmen is werk als doel feitelijk losgelaten, de sollicitatieplicht wordt niet gehandhaafd. Gemeenten laten deze groep niet vallen en proberen wel iets te doen. Met slogans als ‘meedoen werkt’ of ‘iedereen in beweging’ is het besef doorgedrongen dat ze deze mensen niet aan hun lot kunnen overlaten. Voor hen gaat het nu om maatschappelijke participatie, zoals vrijwilligerswerk, omdat dat goed is voor henzelf én voor de stad.

In Rotterdam heeft de Taskforce Tegenprestatie 12.000 van de 21.000 mensen in deze groep in beweging gekregen, via vrijwilligerswerk (4000), mantelzorg (1400) of taaltraining (1200). In Amsterdam trekken klantmanagers er op uit om bijstandsgerechtigden van de bank te krijgen, onder de naam Vitamine A, de A van aandacht. En Utrecht besteedt ruim 4 miljoen euro aan het creëren van sociale prestatieplekken, zoals het in die stad heet.

Maar bieden gemeenten daarmee wel genoeg? Ze vragen wel: ‘Hoe gaat het met u?’ Maar daarna blijft het vaak weer stil. Het contact is kort, maar zelden krachtig. In de meeste steden is een werklast van één professional op 350 cliënten heel gewoon. Tijd om echte aandacht te geven, is er daardoor niet. De hulp beperkt zich tot bemiddeling naar een activiteit en dat is het. Terwijl deze mensen meer hulp nodig hebben.

Mensen in de bijstand zijn vaak heel blij met persoonlijk contact. Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt ook dat aandacht, een motiverend gesprek, langdurige en doelgerichte trajecten en intensieve begeleiding naar en tijdens (vrijwilligers)werk de meest kansrijke vorm van activering is. Ook blijkt dat gebruik van enige druk (‘U gaat straks aan de slag’) heel nuttig kan zijn.

De bijstand zou daarom niet louter gezien moeten worden als een inkomensvoorziening, maar als leverancier van basisbegeleiding. En niet vrijblijvend noch voor de overheid noch voor de burger. Voor de groep kansarmen zou het helpen als klantmanagers (laten we ze sociale professionals noemen) meer te bieden hebben dan reïntegratie in vrijwilligerswerk. Denk aan: scholing (kan weer op de agenda), kinderopvang, respijtzorg voor mantelzorgers, trajecten voor persoonlijke ontwikkeling en schuldsanering. Nu staan ze te vaak met bijna lege handen.

Echt salaris

Het zou helpen als die basisbegeleiding samengaat met een baan. De meeste mensen willen geen vrijwilligerswerk maar echt werk, met een echt salaris. Dat geeft de meeste erkenning. Wordt het geen tijd om te erkennen dat werkgevers deze mensen niet zomaar meer aannemen?

In Duitsland wordt daarom ingezet op de tweede arbeidsmarkt: additioneel werk speciaal voor mensen met complexe problemen. De zogenoemde 1-euro-jobs zijn daar een voorbeeld van. Je krijgt dan 1 á 2 euro voor elk gewerkt uur bovenop je uitkering. De banen lijken verdacht veel op ons vrijwilligerswerk, maar dan met iets dat op een salaris lijkt. Zweden richt zich meer op zogenoemde basisbanen. Werk, maar met begeleiding, ook op het werk zelf, plus opleiding. Sowieso is in Scandinavië het uitgangspunt dat de problemen van mensen tegelijkertijd moeten worden aangepakt met het krijgen van werk. Dus niet: eerst schuldhulpverlening of taalles of psychotherapie en dan pas, na jaren, aan het werk. Nee, het kan het beste tegelijkertijd. Werkgevers mogen daaraan gerust meer bijdragen.

Het mooiste zou zijn als deze basisbanen niet van bovenaf (door de overheid) worden gecreëerd, maar van onderop. Met inspanningen van gemeenten zijn in wijken de afgelopen jaren veel nieuwe activiteiten verzonnen waar blijkbaar nood aan was, van boodschappendiensten tot klussenprojecten. Waarom kan dat werk niet worden omgezet in een betaalde baan? Een uitkering wordt dan salaris. Maar laat burgers meebeslissen welke banen een gemeente zou moeten scheppen. Een gedemocratiseerde basisbaan!

Basisinkomen als uitzondering

Gezien de context van de fors gekorte rijksmiddelen voor reïntegratie is het prijzenswaardig dat er weer gemeentelijke aandacht is voor een grote groep als kansarm betitelde bijstandsontvangers. Maar de zachte hand in de bijstand is te vaak een slap handje. Voor uitzonderlijke gevallen is vrijstelling van verplichtingen nodig (en een selectief ‘basisinkomen’) maar de meeste mensen zullen baat hebben bij minder vrijblijvende en intensieve basisbegeleiding naar enige vorm van sociale deelname. Het liefst een basisbaan. Daarvoor is hulp van het Rijk nodig. 

Monique Kremer (hoogleraar Actief Burgerschap), Jelle van der Meer (journalist) en Marcel Ham (Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken) deden in opdracht van de gemeente Amsterdam onderzoek naar de behandeling van gemeenten van mensen die langdurig in de bijstand zitten. Het volledige onderzoeksverslag is te lezen op www.socialevraagstukken.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden