Opinie Onderwijs

Geef islamscholen vertrouwen in verlangen naar gelijkwaardig burgerschap

Een moeder haalt haar kind op van een islamitische brede school in Amsterdam. Beeld Hollandse Hoogte / Patrick Post

De overheid moet scholen steunen bij het ontwikkelen van islamitisch godsdienst-onderwijs, menen Rasit Bal,  docent islamitische theologie en voormalig voorzitter van contactorgaan moslims en overheid, en George Muishout, docent en geestelijk verzorger.

Het recente onderzoek van NRC en ‘Nieuwsuur’ naar de inhoud van het godsdienstonderwijs op islamscholen binnen en buiten het reguliere onderwijs heeft een serieus probleem blootgelegd. Centraal in de kritiek staat de overdracht van normen die onverenigbaar zijn met de Nederlandse samenleving.

Normen die er voor zorgen dat moslimkinderen op voorhand van deelname aan de samenleving worden uitgesloten. Voorbeelden die over het islamitisch basisonderwijs werden gegeven, zijn het veroordelen van homoseks en het labelen van oogcontact tussen jongens en meisjes vanaf de puberteit als overspel. Zoals te verwachten zijn politici eensgezind in hun collectieve verontwaardiging en roep om in te grijpen.

Islamitisch onderwijs in Nederland laat zich typeren als gericht op het conserveren van de religieuze identiteit in een vreemde omgeving. In moskeeën worden daartoe lesprogramma’s aangeboden waarin kinderen zich door oefening en herhaling de voorgeschreven geloofsovertuigingen en rituele handelingen eigen maken. Het succes van dit onderwijs wordt afgemeten aan het vermogen de lesstof te reproduceren en in het dagelijks leven te praktiseren. Het door de overheid bekostigde godsdienstonderwijs op islamitische basisscholen onderscheidt zich hierin inhoudelijk niet wezenlijk van de gemiddelde moskee. Ook hier worden gestandaardiseerde geloofswaarden onderwezen die weinig ruimte bieden aan diversiteit in het denken binnen de eigen religieuze traditie, laat staan daar buiten.

Zelfstandige keuzes

Daarentegen richt de Nederlandse opvoedingspraktijk zich op de identiteitsontwikkeling van kinderen door hen te leren om weloverwogen zelfstandige keuzes te maken. Vrijheid en gelijkheid zijn hier bepalende pijlers voor de mate van geloofwaardigheid en maatschappelijke acceptatie van dergelijke keuzes. Juist daarom sluit een didactiek van herhalen, memoriseren en instrueren in de islamitische godsdienstlessen, zonder de waarom-vraag aan de orde te stellen, onvoldoende aan bij de beleveniswereld van in Nederland opgroeiende moslimkinderen. Mede omdat dit in scherp contrast staat met de sociale werkelijkheid waarmee de kinderen naarmate zij ouder worden steeds vaker worden geconfronteerd.

De vraag is hoe men een constructief antwoord op de ontstane problematiek kan formuleren in samenwerking met moslims. De eerste signalen van de wijze waarop het debat is aangesneden zijn niet bemoedigend. Zich bedienend van retoriek roepen politici op tot het afdwingen van islamitisch godsdienstonderwijs dat voldoet aan Nederlandse normen en waarden via middelen en maatregelen. Deze keer lijkt het niet alleen te blijven bij verbale dreigementen maar is er bereidheid om de vrijheid van onderwijs daadwerkelijk via de Grondwet te begrenzen.

Gelijkwaardig contact

In plaats hiervan is het raadzaam voor de overheid om in vertrouwen het islamitisch onderwijs te steunen bij het ontwikkelen van godsdienstonderwijs dat niet primair gericht is op zelfbehoud door afzondering, maar op gelijkwaardig contact met de Nederlandse samenleving.

Men mag dan van islamitische organisaties verwachten dat zij afstand durven te nemen van zusterorganisaties die hun identiteit op negatieve wijze behouden door zich tegen onze samenleving af te zetten.

Er is daarbij voor moslimorganisaties een belangrijke taak weggelegd om deze verandering in alle openheid – in dialoog met de eigen achterban en de wereld buiten de eigen geloofsgemeenschap – door te maken omdat het verlangen naar gelijkwaardig burgerschap in Nederland onder moslims breed wordt gedeeld.

Juist in Nederland hebben moslims de vrijheid om hun geloofspraktijk kritisch onder de loep te nemen, na te denken over hun religieuze identiteit en hoe deze verder te ontwikkelen.

Lees ook:

Bij problemen op islamitische scholen wil de politiek al snel de onderwijsvrijheid inperken

Bij misstanden op een islamitische school staat de onderwijsvrijheid al snel ter discussie, ook nu weer.

Islamitische scholen in Rotterdam doen omstreden lesmethode in de ban

Islamitische basisscholen in de regio Rotterdam zullen het omstreden lesboek ‘Help! Ik word volwassen’ niet langer gebruiken. Die verzekering heeft de Rotterdamse onderwijswethouder Said Kasmi gekregen, meldt hij de gemeenteraad.

Wij halen God uit het lesboek en gaan kritisch op onderzoek uit

Geworstel met levensbeschouwelijk onderwijs is niet nodig, schrijft Erik Renkema, lector levensbeschouwelijk educatie aan de hogeschool Windesheim. Zijn advies: maak ruimte voor de religieuze opvatting van leerlingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden