Opinie Decentralisatie

Geef gemeenten meer ruimte om de zorg betaalbaar te houden

Gemeenten komen in de knel doordat steeds meer burgers aankloppen. We moeten kunnen ‘remmen’, aldus Miranda de Vries en Bart Leurs van de Raad voor het Openbaar Bestuur.

Er komen steeds meer signalen uit het hele land dat de zorgkosten de gemeenten over de schoenen lopen. De vraag naar jeugdzorg blijft ongeremd doorstijgen, zo klinkt het. En de toeloop naar maatschappelijke ondersteuning neemt hard toe doordat het Rijk de wettelijke eigen bijdrage die gemeenten mogen vragen, flink verlaagd heeft. Hoe is het zover gekomen? De zorg zou toch juist goedkoper moeten worden? En wat betekent dit als je naar de euro’s gaat kijken?

Als we terugkijken naar de bedoeling van de decentralisaties van taken van Rijk naar gemeenten in 2015 en naar de ontwikkelingen sindsdien, dan zien we vier oorzaken.

1. De stijging van de vraag naar zorg was een gevolg van de gedachte om zorg bij gemeenten te beleggen. Zij staan immers dichter bij hun inwoners. Door die nabijheid en laagdrempeligheid zouden gemeenten beter kunnen bepalen welke hulp het best passend en meest efficiënt is. Maar die laagdrempeligheid heeft een prijs. Als mensen je makkelijker weten te vinden, dan krijg je meer vraag naar zorg en ondersteuning. De inzet op preventie en ‘eropaf’ versterkt dit: als je beter gaat, dan vind je meer. De gedachte hierachter is dat preventie erger voorkómt. Dat kan op zichzelf waar zijn, maar heeft zich vooralsnog niet uitbetaald.

2. Gemeentelijke zorg was niet vormgegeven als een recht, maar als een voorziening. Oftewel: ‘op is op’. De gedachte was dat gemeenten ‘nee’ mogen zeggen van het Rijk als het geld opraakt. Vooralsnog lijkt het anders uit te pakken. Dit komt omdat gemeenten als vangnet fungeren voor mensen die bij andere wetgeving niet terecht kunnen. Andere wetten, zoals de Wet langdurige zorg, kennen maar twee smaken: of je hebt toegang tot het hele pakket, of je krijgt helemaal niks. Maar bij gemeenten kun je altijd terecht, want het Rijk heeft ze een zorgplicht meegegeven: ze moeten altijd met je in gesprek om te kijken hoe je het best geholpen kunt worden.

Doordat een zorgplicht geldt, ontstaat afwenteling van kosten op gemeenten. De gedachte van langer thuis blijven wonen, in de ouderenzorg en de geestelijke gezondheidszorg, is een voorbeeld hiervan. Ook de mogelijkheid van gemeentelijk maatwerk helpt hierin mee: bij gemeenten word je beter geholpen, en de eigen bijdragen voor bijvoorbeeld de WIZ zijn veel hoger. Dat burgers uitgaan van een recht op gemeentelijke hulp en rechterlijke uitspraken het belang van rechtszekerheid benadrukken, zorgen ervoor dat gemeenten niet wegkomen met ‘op is op’.

3. Recente ingrepen van rijkszijde helpen niet. Denk aan de lage eigen bijdragen, waardoor gemeentelijke zorg wel heel aantrekkelijk wordt. Deze perken de sturingsmogelijkheden van gemeenten verder in, en daarmee de ruimte om ‘nee’ te zeggen. Verder zijn er ingrepen die tot meer verplichtingen voor gemeenten leiden, met name waar het inkomensondersteuning en de begeleiding naar werk betreft. Om enkele voorbeelden te noemen: verplichte bewindvoering, verplichte jobcoaches, verplicht beschut werk, dichtregelen van de bijzondere bijstand.

4. Gemeenten zelf gaan niet vrijuit. De drang om iedereen te willen helpen is groot. Maar er is ook angst voor afbreukrisico (‘Stel je voor dat we te weinig doen!’) en vrees om teruggefloten te worden door rechter of wetgever. Gemeenteraden vinden dat ze op afstand staan, geen grip hebben op de materie en daardoor niet kunnen sturen.

 Financiële vernis vertoont barsten

Als er al politieke keuzes gemaakt worden, dan gaan die ten koste van voorzieningen buiten het sociaal ­domein (de vaak genoemde bibliotheken en zwembaden). De discussie waar gebruikelijke zorg ophoudt en publieke zorg begint, wordt lokaal maar mondjesmaat gevoerd en is vaak ingegeven door financiële motieven, niet door inhoud.

Want het financiële vernis vertoont barsten: dat gemeenten pas afgelopen jaar voor het eerst (kleine) tekorten hadden, is slechts een deel van het verhaal. Onder dat laagje blijkt dat gemeenten stevige maatregelen hebben moeten nemen om de begroting sluitend te krijgen. Waar het Rijk ervoor kan kiezen om begrotingstekorten te hebben, mogen gemeenten dat niet: hun begrotingen moeten sluitend zijn. De spaarpotjes voor het sociaal domein die ze konden gebruiken om de boel sluitend te krijgen, raken leeg. Ondertussen nemen de uitgaven voor zorg en ondersteuning een steeds groter deel van het gemeentelijk budget in beslag. Dit zet niet alleen voorzieningen als bibliotheken en zwembaden onder druk, maar ook veranderingsopgaven rond klimaat, energie en leefbaarheid.

Rijk moet stuur loslaten

Eén ding is duidelijk. Het Rijk voert al sinds de jaren tachtig de discussie over de beperking van sociale zekerheid en zorg, zoals arbeidsongeschiktheid, bijstand en beteugeling van de zorgkosten. Zonder de genomen maatregelen zouden belastingen en sociale premies onaanvaardbaar hoog worden.

De decentralisatie van zorg en ondersteuning werd mede vanuit die kostenbeheersing ingegeven. Gemeenten zijn door het Rijk als het ware op expeditie gestuurd om de zorgkosten te beheersen, maar hun voertuig is niet op orde. De remmen werken niet goed en het Rijk stuurt mee. Maar tegelijkertijd was de opdracht dat de jeep het moest doen met de meegegeven benzinevoorraad.

Het zou daarom erg helpen als het Rijk het stuur loslaat en de chauffeur eigen keuzes laat maken. Oftewel: de maatregelen terugdraait die de regelruimte van gemeenten inperken. Want gemeenten moeten de tijd krijgen om de remmen te repareren – lees: in de eigen gemeente de discussie voeren over welke ondersteuning door mensen zelf betaald moet worden, en voor welke zorg de gemeente aan zet is. En zo’n enorme maatschappelijke omslag bereik je niet in een paar jaar.

Lees ook:

Waarom de jeugdzorg geen zwarte cijfers kan schrijven

Een kwart van de jeugdzorginstellingen schreef vorig jaar rode cijfers, terwijl de omzet steeg. Vier vragen over de in financiële problemen verkerende jeugdzorg.

Gemeenten: Kabinet, kom over de brug

Bij het Rijk klotsen de miljarden tegen de plinten, maar veel gemeenten verkeren in financiële nood. “Het kabinet levert gewoon niet”, zegt VNG-voorzitter Jan van Zanen.

Gemeenten moeten de allerzwaksten verplicht hulp aanbieden

De overheid moet gemeenten dwingen om te investeren in de allerzwaksten. Rens Raemakers, Kamerlid D66, pleit voor een wettelijk recht op hulp.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden