Column

Gaat ze het wéér hebben over afkomst en kleur?

Seada Nourhussen Beeld Maartje Geels
Seada NourhussenBeeld Maartje Geels

Al tijden sta ik in de startblokken om stereotyperingen rond 'de vluchteling', de misleidende jacht op mensensmokkelaars en de miljoenendeals tussen Brussel en mensenrechtenschenders te vermorzelen. Maar een actuele aanleiding ontbrak. Tot de Internationale Organisatie voor Migratie nieuwe cijfers presenteerde.

Sinds het begin van dit jaar zijn er al 4027 vluchtelingen onderweg gestorven. Een stijging van 26 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. 3120 van hen - 75 procent - zijn opgeslokt door de Middellandse Zee, het massagraf waarbij een deel van u nu vakantie viert.

Maar u bent niet alleen in uw apathie. Dit nieuws over een immens drama in onze nabijheid belandde woendag in een kil bericht van slechts 94 woorden op pagina 10 van deze krant. Daar neergezet door mij, een ex-vluchteling. Pleiten voor een groter verhaal op een prominentere plek, had ik daar tijdens mijn avonddienst geen zin in? Vermeed ik gemakshalve een discussie in een tijd waarin verdronken vluchtelingen tot verkeersdoden zijn gereduceerd, omdat Washington, aan de andere kant van de oceaan, München, Parijs, zelfs Ankara ons nader aan het hart liggen?

Uitgummen van levens
Hoe het ook zij, ik ben medeplichtig aan het verkleinen en uitgummen van levens. Of in ieder geval van levensverhalen. En ik schaam me daarvoor. Niet alleen omdat ik zelf ooit gevlucht ben uit een land waar een deel van de anonieme doden vandaan komt, maar omdat verhalen van mensen die onvoorstelbare risico's moeten en durven nemen ertoe doen. Ze zijn verplichte kost in een wereld waarin de verhalen van niet-westerlingen altijd moeten wijken voor die van westerlingen.

Ik zocht gisteren in ons krantenarchief op 'vluchtelingen' en kwam voornamelijk artikelen tegen van westerlingen óver vluchtelingen. Westerlingen die iets doen vóór vluchtelingen (maar stiekem ook voor zichzelf: "Dit hier heb ik wel even nodig", zei een Nederlandse vrouw die het anti-vluchtelingenklimaat hier is ontvlucht om in Griekenland gestrande Afghanen te helpen). Of stukken over westerlingen die pleiten tégen vluchtelingen.

Ik hoor u ongemakkelijk schuiven; gaat ze het nu alweer over afkomst en kleur hebben?

Verschillende vakgenoten vroegen me hetzelfde. Een van hen zei belerend dat als ik me wilde 'ontwikkelen als columnist' ik mijn onderwerpenscala moet 'verbreden'. Allemaal omfloerste manieren om te zeggen: beperk jezelf toch niet zo! Die commentaren zijn me bekend. Op de School voor Journalistiek kreeg ik bij een eindbeoordeling te horen dat het prima was gegaan maar dat ik 'niet zoveel stukken over allochtonen' moest schrijven. Ik herkende mezelf daar niet in. De docenten hadden me dan ook verward met iemand die vier tinten lichter, anderhalve kop groter en Marokkaans is.

'Minderhedenmedia'
Maar de onterechte kritiek had ik allang geïnternaliseerd, nog voordat ik aan die opleiding begon. Ik vermeed onderwerpen die iets met mezelf te maken hadden, want ik kon de opmerkingen over 'gebrek aan kritische distantie' van een kilometer afstand aan zien komen. Jaren geleden schreef ik nog een wijsneuzerig stuk over wat ik denigrerend 'minderhedenmedia' noemde. Daar moest je als 'allochtone journalist' maar niet blijven hangen omdat het je, voilà, zo 'beperkt'.

Ook daar schaam ik me nu voor. Het zijn belangrijke media voor doelgroepen die door ons, de zogeheten kwaliteitspers, slecht bediend worden. Het zijn media die onderwerpen behandelen die onze samenleving, onze wereld vormen, en waar ook landelijke redacties dag in dag uit over berichten, maar waar altijd wat neerbuigend over wordt gedaan als 'een minderheid' zich ermee bezighoudt. 'Die kan zeker niks anders', is de onuitgesproken gedachte. Beperkt een witte man die enkel schrijft over voetbal, auto's of aandelen zichzelf ook? Nee, dat is een neutrale expert die voldoet aan de journalistieke norm.

Ik verontschuldig me allang niet meer voor mijn bagage en mijn gedachten over de wereld. Een wereld die stampvol zit met mensen met mijn kleur, mijn sociaal-economische afkomst en mijn culturele erfgoed. Daarom noem ik mezelf geen minderheid meer. Op wereldschaal behoor ik immers tot de meerderheid. Dus voor de bezorgde vakgenoten: ik voel me niet beperkt, ik voel me juist bevrijd nu ik niet meer poog te voldoen aan 'de norm'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden