Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gaat de opvolging bij de Raad van State net zo regentesk als de vorige keer?

Opinie

Hans Goslinga

© Trouw
Column

De Haagse Beek stroomt er ondergronds. Maar wie ter hoogte van het Witte Paleis aan de Kneuterdijk, waar de Raad van State huist, scherp luistert, kan de ongerustheid horen opborrelen: de benoeming van een nieuwe vicepresident zal toch niet weer zo'n regentesk karakter hebben als de vorige keer?

Het ambt komt op 1 november vrij. De christen-democraat Piet Hein Donner zwaait dan na ruim zes jaar af vanwege het bereiken van de 70-jarige leeftijd. Minister Ollongren van binnenlandse zaken riep op 1 mei in een advertentie in de Staatscourant sollicitanten op voor de vacature. Een open sollicitatie dus, net als de vorige keer. Hoewel...

Lees verder na de advertentie
Donner was erudiet en ervaren, maar dat gold ook voor Hirsch Ballin

Het had er destijds méér dan de schijn van dat de benoeming van Donner voorgekookt was, een van de kamertjeszonden uit de beruchte formatie van het gedoogkabinet-Rutte I, waarin VVD en CDA besloten tot samenwerking met de PVV.

Donner was met zijn eruditie en ruime Haagse ervaring uiteraard zeer geschikt, maar dat gold ook voor zijn partijgenoot Hirsch Ballin. Het verschil tussen beiden is dat Donner meer vanuit het bestuur denkt (conform het familiegezegde 'het land mot toch geregeerd worden'), Hirsch Ballin meer vanuit het recht. Daarom werkte de eerste mee aan de totstandkoming van het omstreden kabinet, waarin hij minister van binnenlandse zaken werd, en haakte de ander af ('doe dit het land niet aan, doe dit de partij niet aan'). Uit het murmelen van de Haagse Beek kon je opmaken dat Hirsch Ballin daarmee de Raad van State verspeelde.

Berucht geval

De benoeming van Donner tot onderkoning, een jaar na zijn aantreden als minister, deed denken aan een berucht geval uit 1866. In dat jaar stapte minister van koloniën Mijer na drie maanden op om gouverneur van Nederlands-Indië te worden. Ook hier was de schijn sterk dat hij deze benoeming zelf (nota bene als formateur) in de formatie had geregeld. Het anti-revolutionaire Kamerlid Keuchenius omschreef deze chicane als 'een lok-aas voor politieke immoraliteit'.

De vraag die boven deze 'open sollicitatie' hangt, is of de aanstaande benoeming van de opvolger van Donner niet ook al politiek is afgekaart en opgenomen in de onleesbare lettertjes van het regeerakkoord van Rutte III. In Den Haag zingt al enige tijd de naam rond van D66-senator en oud-minister Thom de Graaf, naast die van de christen-democraat Wim van de Donk, de Brabantse commissaris van de koning.

Wordt De Graaf het, dan zou dat de bezegeling zijn van D66 als gevestigde partij - opgericht om het bestel tot ontploffing te brengen, na een halve eeuw opgenomen in het hart van datzelfde (nauwelijks veranderde) bestel. De partij heeft dan iets uit te leggen, maar het zou wel een revanche zijn voor de nederlaag van Rinnooy Kan, in 2011 tegenkandidaat van Donner. Nu is hij te oud voor het ambt, maar destijds was de kandidaat van degenen die een zichtbaarder positie van de Raad van State te midden van de heersende Haagse machten geboden achten. Die aandrift waar Rinnooy Kan voor stond, werd gefrustreerd door de als regentesk ervaren benoeming van Donner.

Macht wordt nooit zonder slag of stoot afgestaan

Reële invloed

Vandaar de opborrelende beduchtheid voor een herhaling. Volgens de wet moet de Raad over de benoeming worden gehoord. Er is geen reële invloed, zoals andere hoge colleges van staat die wel hebben. Dat knelt des te meer bij een groeiend zelfbewustzijn van zulke organisaties.

Bij de Nationale Ombudsman kwam dit bewustzijn in 2014 naar buiten, toen er problemen rezen bij de opvolging van Alex Brenninkmeijer. Het instituut wilde graag voort op de reputatie die hij had opgebouwd en was met de beoogde opvolger beducht voor een terugval. De Tweede Kamer kiest daadwerkelijk haar voorzitter sinds Frans Weisglas zich in 2002 met succes als vrije kandidaat opwierp. Voordien, toen de grote partijen nog groot waren en onderling de posten verdeelden, werd die verkiezing voorgekookt. Weisglas liet zien dat je ruimte moet bevechten; macht wordt nooit zonder slag of stoot afgestaan.

Voor de Raad van State lijkt er wat meer ruimte voor autonomie te ontstaan, nu de koning, formeel de president van het college, op grotere afstand van de politieke macht is geplaatst. Het belang van een vertrouwensband tussen vicepresident en koning, onder Juliana en Beatrix altijd sterk, is daardoor wat afgenomen. De onderkoning kan nog wel 'vriend van het Huis' zijn, zoals Tjeenk Willink dat was, maar hoeft in formaties niet meer langs voetangels en klemmen een weg voor de koning te banen.

De vraag is al opgeworpen of het niet in lijn daarmee ligt de koning, ook al is zijn positie ornamenteel, helemaal los te maken van de Raad van State. Daarmee zou een college dat optreedt als onafhankelijk adviseur van de regering en hoogste bestuursrechter van een anachronisme pur sang worden ontdaan. Dat lijkt vooralsnog een brug te ver.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees meer artikelen in ons dossier.

Deel dit artikel

Donner was erudiet en ervaren, maar dat gold ook voor Hirsch Ballin

Macht wordt nooit zonder slag of stoot afgestaan