Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Fluiten en hard doorlopen helpt je niet langs het graf

Opinie

Bert Keizer

Bert Keizer © Trouw
Column

Ik heb jarenlang in verpleeghuizen gewerkt. Een werkkring waarover collega’s altijd lichtelijk gnuifden. Beetje langs de lijnen van het klassieke bordeelgesprek uit de klassieke film: wat doet een bijzondere vrouw als jij in een plek als deze? Want ze dachten: echt stom is hij niet, althans niet in een opvallende variant, maar toch werkt hij daar. Leg eens uit.

Nadat ik uit loondienst ben gegaan ging ik bij de Levenseindekliniek werken en verdomd, ik zit weer in zo’n hoek waarover ze, nou ja, niet langer gnuiven, maar het vervult ze niet met die automatische hoogachting die de gepensioneerde plastisch chirurg ten deel valt die brandwonden in Afrikaanse kindertjes zo mooi mogelijk heelt. Daar kun je op verjaardagen wel mee aankomen trouwens. Maar euthanasie doet het niet goed bij de appeltaart.

Lees verder na de advertentie

De vraag blijft: waarom doe je het? Ik heb een aantal antwoorden: het is betaalde arbeid - het geeft me iets te doen - ik doe graag iets voor aan ander - ik help mensen in nood enzovoort. Iets minder fraai: het gaat om benigne machtsuitoefening, ik ben een typische hulpverlener, dat wil zeggen dankbaarheidsverslaafde enz.

Dit speelt allemaal door elkaar. En er is geloof ik nog een dimensie. Je moet bij hulpverlening altijd zoeken naar een antwoord op de vraag wat het de hulpverlener oplevert. Ik noemde al betaling, tijdverdrijf, machtsuitoefening, maar er is nog iets.

Je zoekt geruststelling over je eigen ster­fe­lijk­heid. Je weet dat fluiten en hard doorlopen je er niet langs helpen, langs het graf

Geruststelling

Ergens in 1998 kwam mijn eerste boek uit in Duitsland. Ik was dom genoeg om de Duitsers te geloven die zeiden dat mijn Duits fabelhaft was en nam deel aan een talkshow. U krijgt geen details, het was erg, maar waar het me nu om gaat is dat de presentatrice mij dit voorlegde: jongetjes die in het donker voorbij een kerkhof moeten lopen beginnen keihard te fluiten om hun angst de baas te blijven. ’Haben Sie oft gepfiffen bei Ihre Arbeit?’

Ik geloof dat zij de vinger legde op een heel bijzonder aspect van het werken voor stervenden. Je zoekt geruststelling over je eigen sterfelijkheid. Je weet dat fluiten en hard doorlopen je er niet langs helpen, langs het graf. Je zult er eens op een dag in moeten en in plaats van dat te zien als de ultieme vernietiging van alles dat telt in je leven, kun je ook proberen om het wat nuchterder te beschouwen. Bijvoorbeeld door doodgaan draaglijk te maken.

Wij kunnen met hedendaagse medische kunstgrepen een lichaam vrij lang blijven treiteren onder het motto dat alles beter is dan die Ultieme Vernietiging. Maar je kunt ook proberen om die laatste maanden of weken of dagen op een andere manier door te brengen. Niet met het gevoel dat je langzaam afschuift op de gehaktmolen van de dood, maar in het besef dat je zometeen zonder al te veel pijn, benauwdheid of angst je ogen mag sluiten.

Je kunt niemand verlossen van het sterfelijk zijn, maar je kunt het sterven als bezigheid wel weghalen uit de regio van ‘het ergste dat je kan overkomen’.

Als je er als hulpverlener in slaagt om dat gevreesde pad tot een begaanbare route te maken waarop er ook nog tijd is om te praten, te lachen en te huilen dan doe je niet alleen iets onvergetelijks voor de stervende maar ook voor de omstanders. En jijzelf bent ook een van die omstanders. Je kunt niemand verlossen van het sterfelijk zijn, maar je kunt het sterven als bezigheid wel weghalen uit de regio van ‘het ergste dat je kan overkomen’.

Stervensangst

Bij de Levenseindekliniek werken voornamelijk oudere artsen en verpleegkundigen. Vijftig plus, in mijn geval zeventig plus. Het gaat om vakmensen die erg veel gezien hebben, nee niet die te veel gezien hebben, voor cynici is het geen goede plek. Omdat cynisme (‘het hele leven stelt geen zak voor’) geen ruimte kent voor de andere kant van de medaille: ‘Ja en? Wat gaan we nou doen?’

Ik denk dat ik ook bij de Le­vens­ein­de­kli­niek werk om mijn eigen stervensangst enigszins in te tomen.

Oudere hulpverleners weten het beste wat er te koop is in de winkel van de gezondheidszorg. Dit zijn de mensen die het eerlijk durven zeggen als een bepaald artikel echt ongeschikt is voor u. Jonkies, in hun enthousiasme over het vak, willen u nog wel eens iets aansmeren omdat ze de kwaliteit van het assortiment overschatten.

Ik denk dus dat ik ook bij de Levenseindekliniek werk om mijn eigen stervensangst enigszins in te tomen. Het is een erg bijgelovige vorm van investerend altruisme: wat ik nu voor deze mensen doe gaan anderen straks ook voor mij doen?

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen. Lees hier meer van zijn columns. 


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Je zoekt geruststelling over je eigen ster­fe­lijk­heid. Je weet dat fluiten en hard doorlopen je er niet langs helpen, langs het graf

Je kunt niemand verlossen van het sterfelijk zijn, maar je kunt het sterven als bezigheid wel weghalen uit de regio van ‘het ergste dat je kan overkomen’.

Ik denk dat ik ook bij de Le­vens­ein­de­kli­niek werk om mijn eigen stervensangst enigszins in te tomen.